Minister moet optreden tegen landbouwgif

ROTTERDAM, 31 JAN. Minister Van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) moet veel toepassingen van het landbouwgif chloorthalonil 'doorhalen'. Dat volgt uit een uitspraak van College van Beroep voor het Bedrijfsleven ten gunste van de Stichting Natuur en Milieu.

De bezwaren van Natuur en Milieu jegens chloorthalonil gelden het 'kanalisatie-regiem' op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet, die in '95 van kracht werd.

Om te voorkomen dat door die wet een groot deel van het arsenaal aan gewasbeschermingsmiddelen op slag verboden zou worden is een bestuursovereenkomst gesloten tussen het Landbouwschap, de overkoepelende organisatie van producenten Nefyto en de betrokken ministeries. Die overeenkomst gunt producenten een overgangsperiode om de meest 'milieu-kritische' stoffen uit hun producten te weren.

Algemene bepalingen uit vroegere wetgeving zijn in de nieuwe Bestrijdingsmiddelenwet aangescherpt en worden bij Algemene Maatregel van Bestuur ingevuld. Het College van Beroep heeft in het geval van chloorthalonil vooral bekeken of de juridische grondslag voor het kanalisatie-regiem toereikend is. Chloorthalonil zit in elf producten.

Volgens Natuur en Milieu moet Van Aartsen nu meteen vijftig soorten landbouwgif verbieden, zo leidt de stichting af uit de uitspraak. Ze noemt de beslissing van het College 'een prachtig resultaat'. “Er is geen ruimte meer voor onderonsjes tussen de minister, de boeren en de giffabrikanten”, aldus een woordvoerder.

Er lopen nog vijftien van dergelijke procedures bij het College. In totaal bestrijdt Natuur en Milieu dat na het van kracht worden van de nieuwe wet nog vijftig bestrijdingsmiddelen waarin de gewraakte stoffen worden getolereerd.

Het ministerie van Landbouw kon gisteren nog geen reactie geven op de uitspraak van de rechter. Mr. Frank Hes van Nefyto meent dat het effect van de uitspraak “niet echt heftig zal zijn.” “De minister zal zonder twijfel een groot aantal toepassingsgebieden voor chloorthalonil moeten schrappen, maar de uitspraak zegt niets over de overige stoffen waarop het kanalisatie-regiem van toepassing is”, aldus Hes.