Machocultuur jaagt agentes bij de politie weg; Billenknijpers op het bureau

Billenknijpen als begroeting en 'droogwippen' op het bureau. Hoort allemaal bij de 'beroepssfeer' van de politie, vindt de veroordeelde agent. Alleen jammer dat het de vrouwelijke politieagent wegjaagt, die met kostbare campagnes was geworven. Vorig jaar kwamen er 698 nieuwe agentes bij, maar gingen er 371 weer weg. 'Wie klaagt is al snel een tutje.'

De getuige heeft gezegd dat u zich aan haar voorstelde met de woorden: 'Hallo, ik ben de billenknijper'. Klopt dat?” De rechter kijkt verdachte Franklin Richenel Balthus K., alias Franklin Brown streng aan. Brown, onberispelijk gekleed in een krijtstreep pak met oogverblindend wit hemd, antwoordt: “Ja, dat klopt.”

Volgens de verklaringen van Chantal, Froukje, Marjan, Sigrin en Judith heeft agent Franklin Brown, die samen met zangeres Maxine in 1996 nog het Nationale Songfestival won met het nummer 'De Eerste Keer', op een politiebureau te Rotterdam jarenlang vrouwen lastiggevallen.

Een greep uit de getuigenverklaringen van de vijf vrouwen: “Hij pakte mij van achteren beet bij mijn borsten, duwde mij tegen het aanrecht, ik kon nergens heen. Hij legde ook mijn handen tegen zijn penis.” “Hij trok mij op schoot, ik voelde zijn stijve penis en hij maakte neukende bewegingen.” “Hij trok mij de verhoorkamer binnen, drukte mijn hoofd tegen zijn hoofd en begon te tongen.” “Hij heeft me bij mijn billen gegrepen en via mijn billen mijn vagina gegrepen en geknepen.” “Ik stond tegen de balie, hij drukte zich tegen mij aan en begon tegen mij op te rijen. Ik kon geen kant uit.”

De seksuele geintjes horen volgens Franklin Brown bij de 'beroepssfeer' van de politie. “De collega's dagen elkaar graag een keertje uit”, verklaarde hij. Brown beweert dat hij - behalve in het geval van Chantal, met wie hij een 'kortstondige seksuele relatie' onderhield - alleen in de billen van zijn vrouwelijke collega's heeft geknepen. Hij vroeg daar toestemming voor, zei hij, en zou die hebben gekregen. Op het bureau was bij de billen grijpen volgens Brown, die ook wel de 'zingende politieman' wordt genoemd, een normale wijze van begroeten. “Er zaten ook vaak collega's omheen als ik dat deed.”

Sommige collega's op het bureau te Rotterdam permitteerden zich veel meer dan hij. Zo maakte een brigadier er volgens Brown gewoonte van om met zijn piemel uit zijn broek door het kantoor te lopen en zich zo af en toe tegen een vrouw aan te drukken. Of je deed een deur open en trof daar meneer X aan die “droog lag te wippen” op mevrouw Y.

Brown ging vorige week in hoger beroep tegen de hem opgelegde vijf maanden gevangenisstraf wegens seksuele intimidatie van zijn vrouwelijke collega's. De zaak dient op 10 maart opnieuw, omdat de rechter eerst een intern rapport van de politie over de zaak wil inzien. Tot de uitspraak is Brown op non-actief gesteld.

Brown wil aantonen dat wat hij deed, niet uitzonderlijk was en dat zal hem waarschijnlijk niet veel moeite kosten. Een dossier van een tachtigtal over en weer gestuurde e-mails - waarover Browns advocaat Moskowicz verklaarde dat hij die “niet graag aan zijn kinderen zou laten lezen” - zijn in ieder geval een bewijs voor de seksueel geladen sfeer op het bureau. Bij de politie zijn 'geintjes' vrij gangbaar; de officier van justitie noemde Brown in de zaak voor de lagere rechter al een 'wandelende opsomming' van de klachten over seksuele intimidatie die in 1993 uit een landelijk rapport over ongewenste omgangsvormen bij de politie naar voren zijn gekomen.

Uit dat enquête-onderzoek bleek dat meer dan negentig procent van de politievrouwen door collega's wordt geconfronteerd met seksuele grapjes. Confrontatie met pin-ups (79 procent), schunnige gebaren (55 procent), seksfilms (38 procent) en 'uitkleden met de ogen' (44 procent) werden genoemd als meest voorkomende 'overige' omgangsvormen. Voor beleidsmakers en leidinggevenden bij de politie is de zaak-Brown de zoveelste confrontatie met een pijnlijke paradox: de politie wil een afspiegeling van de samenleving zijn en doet verwoede pogingen om vrouwen te werven. Maar door de machocultuur die er nog altijd heerst, worden vrouwen weer even snel verjaagd als dat ze binnenkomen.

In 1996 kwamen er in Nederland 698 nieuwe vrouwelijke agenten bij, maar gingen er ook 371 weer weg. Van de agenten op straat gingen er zelfs meer weg (118) dan dat er bij kwamen (112). Het streven van Justitie en Binnenlandse Zaken om de politie in 1995 voor 25 procent uit vrouwen te laten bestaan, is niet gehaald. Het percentage schommelt landelijk thans rond de veertien procent, bij het administratieve personeel ligt het iets hoger. “Het werven van vrouwen gaat goed”, zegt een woordvoerder van de politie Haaglanden. “Maar zorgen dat ze blijven is moeilijker.”

Een paar recente 'schandaaltjes': een vrouw bij de politie Hilversum klaagde twee jaar geleden dat het hoofd personeelszaken haar jarenlang ongewenst had betast, een onderzoekscommissie concludeerde dat de cultuur bij het korps “aanspoort tot seksistisch gedrag”. Afgelopen maand december werden in Nijmegen twee agenten ontslagen en drie overgeplaatst, omdat zij anderhalf jaar lang vrouwelijke stadswachten seksueel hadden geïntimideerd. Het korps Rotterdam Rijnmond ontsloeg afgelopen augustus een brigadier die vrouwelijke collega's bejegende met vulgair taalgebruik. “Ik ben er alleen uit gepikt omdat ik beroemd ben”, meent Franklin Brown.

Daar zou hij best eens gelijk in kunnen hebben. De meeste gevallen van seksuele intimidatie komen nooit naar buiten; zijn bij de leiding niet bekend of worden, als ze al bekend zijn, niet aangepakt. Een vertrouwenspersoon bij een middelgroot politiekorps, die niet met naam genoemd wil worden, zegt dat ze jaarlijks misschien drie klachten krijgt. “Het meeste komt niet boven tafel. De angst dat je klacht niet serieus wordt genomen of dat collega's je een 'trut' vinden omdat je klaagt, zit diep”, zegt ze.

Ja-knikcultuur

Als de schuld van een man niet kan worden bewezen, is de kans groot dat hij vrijuit gaat en de klaagster te boek komt te staan als 'matennaaier', zegt freelance-journaliste Mirjam Elias. Zij liep anderhalf jaar mee bij de politie Haaglanden om daar de omgangsvormen te beschrijven. Elias mocht rondkijken, zegt de woordvoerder van het korps, omdat de leiding van Haaglanden wil dat de omgangsvormen veranderen. Om seksuele intimidatie te bestrijden heeft de korpschef van Haaglanden, J. Wiarda, verklaard dat slachtoffers die nergens gehoor krijgen, zich tot hem mogen wenden. Niet dat veel vrouwen dat zullen doen, zegt de woordvoerder, maar het is wel een signaal dat het korps klachten serieus neemt.

Tijdens haar 'stage' merkte Elias zelf hoe seksuele intimidatie voelt, toen ze een elleboog in haar borst kreeg van een politieman die ze daarna tegen collega's hoorde zeggen: 'ja hoor, ze zijn echt'. Ze beschrijft in haar boek Onder dienders ook een vrouw, 'Heleen', die voortdurend wordt lastiggevallen door een mannelijke collega. Het begint met dubbelzinnige opmerkingen en eindigt met dat hij haar bij de borsten grijpt. Haar bureauchef spoorde 'Heleen' aan een klacht in te dienen. Maar ze durfde de naam van de man niet te noemen omdat ze haar ploegchef niet vertrouwde en er geen getuigen waren. Tegen de dader is dus nog altijd geen actie ondernomen, vertelt Elias. “Veel mannen zien seksuele intimidatie niet, want ze voelen het niet. Of àls ze iets zien, zeggen ze er niets van. Door de ambtelijke ja-knikcultuur is iedereen bang om te worden afgerekend op zijn eigen mening.”

Seksuele intimidatie is een subtiele aaneenschakeling van opmerkingen en handelingen waarmee de grens steeds een klein stukje opschuift. De vertrouwenspersoon: “Het begint klein: wie dan klaagt is een 'ouwe zeur', maar langzaam wordt het erger.” Volgens commissaris Janine van den Berg, disctrictschef bij de politie Utrecht, is het lastig om ertegen op te treden. “Je wilt ook weer niet te fel reageren. Ik vind een schuine bak op zijn tijd best leuk. Maar je moet uitkijken dat je geen dingen laat passeren waarvan je achteraf denkt: dat kon eigenlijk niet.”

Bij de politie bestaat een indirecte manier van communiceren, merkte Elias. Gesprekken over wie wat voelt en waarom zijn er zeldzaam. De emotionele afstomping is een gevolg van de spanning van het werk. “Ik merkte zelf na aangrijpende gebeurtenissen op straat ook ineens dat harde grappen een opluchting kunnen zijn. Het is een afweermechanisme. Daarom moet er een leidinggevende zijn die zegt: 'ho even, nu gaan we weer normaal doen'.”

Nergens worden seksuele grappen en handtastelijkheden zo gewoon gevonden als bij de politie. Dat ligt deels ook aan de vrouwen zélf. Ze hebben sterk de neiging zich aan de mannen aan te passen, zo luidde een van de conclusies van de enquête uit 1993. Franklin Brown wees er tijdens de rechtzaak ook op dat de vrouwen hem zelf uitdaagden: Chantal nodigde hem per e-mail uit voor een massagesessie, een andere politievrouw vroeg of hij naakt wilde poseren voor een kalender, weer een andere agente toonde hem op het bureau haar blote borsten en zat aan zijn billen terwijl hij vanachter de balie het publiek te woord stond. Dan vrágen ze er toch om?

Vrouwen die voor het politievak kiezen, willen niet voor 'tutje' worden versleten. Sommigen maskeren hun kwetsbaarheid door mannen in grofheid te overtreffen. De chef van een politiebureau in Rotterdam heeft dat gemerkt. “Er zijn hier vrouwen met taalgebruik waar ik rode oortjes van krijg”, zegt hij. De vertrouwenspersoon, die ook werkt als agent, hoorde een agente op de opmerking dat ze “niet zo lullig” moest doen, eens antwoorden: 'ik heb een kut hoor'. “Heel onverstandig, want vanaf dat moment hebben de collega's dus een bijnaam voor je. Ik waarschuw vrouwen altijd: verlaag je niet, want je krijgt het dubbel terug.” Tineke Hooijveld, ex-agent en thans emancipatiemedewerkster bij de Nederlandse Politiebond (NPB), merkte op de politieschool al dat haar kritiek op de vrouwonvriendelijkheid juist bij haar seksegenoten in slechte aarde viel. “Ze zeiden allemaal: 'mens, zeur niet zo.' Nou, diezelfde vrouwen heb ik nu soms huilend aan de telefoon.”

Als minderheid in een groep heb je twee opties: aanpassen of weggaan, zegt A. Kuiper van het organisatie-adviesbureau Bezemer & Kuiper, dat adviseert hoe seksuele intimidatie bij de politie moet worden bestreden. Vrouwen voelen zich in hun minderheidspositie ongemakkelijk en willen dus zo min mogelijk opvallen. “Ze kijken liever mee naar een pornofilm dan dat ze zich manifesteren als uitzondering.”

Dat de machocultuur bij de politie zo vanzelfsprekend is, komt volgens Kuiper mede doordat politiemensen elke dag grensoverschrijdend gedrag zien van anderen. Hun eigen gedrag steekt daar al snel positief bij af. Door de hiërarchie bij de politie is er bovendien meer gelegenheid voor de 'voor wat hoort wat'-vorm van seksuele intimidatie, die bezorgt vrouwen de grootste last. Ook de 'wachtcultuur' speelt een rol. “Als je met zijn allen in een ruimte zit en er gebeurt niks, beginnen de geintjes vanzelf.”

De politieschool besteedt aan seksuele intimidatie nauwelijks aandacht en het is juist daar waar de toon voor de toekomstige werksfeer wordt gezet. Hooijveld van de NPB herinnert zich hoe sterk de machocultuur op school al was. Mannen die vrouwen versierden, waren helden, een vrouw die verscheidene relaties had, moest uitkijken. “Een vrouw op het politie-internaat had in korte tijd relaties gehad met drie verschillende mannen. Toen hebben ze op haar kamerdeur een briefje opgehangen met 'Het Spermaputje'.

Bij de politie is meer saamhorigheidsgevoel dan in andere beroepen. “De eigen vriendenkring begrijpt het werk niet, of zeurt over bekeuringen. Het is veiliger om met collega's om te gaan”, zegt Hooijveld. De loyaliteit is groot en liefdes onder collega's zijn gebruikelijk.

In dat klimaat ligt 'verlinken' gevoelig: vooral voor vrouwen die juist hun best doen om erbij te horen en zich te bewijzen. Ze voelen vaak ook sympathie voor de dader. De vertrouwenspersoon: “Als een vrouw haar ongenoegen expliciet maakt, zit ze een uur daarna wel weer met die man in de surveillancewagen.” Kuiper: “Niemand wil een 'matennaaier' zijn. Op straat moet je ook blindelings op elkaar kunnen vertrouwen.”

In beroepen waar tussen de tien en twintig procent vrouwen werkt, zoals bij de politie, komt seksuele intimidatie sowieso vaker voor dan in beroepen met een lager of hoger percentage vrouwen. Er zijn te veel vrouwen om als 'prinses' te worden behandeld, maar te weinig om de cultuur te beïnvloeden. Carrière maken bij de politie gaat vrouwen over het algemeen slecht af. Een vrouwelijke korpschef heeft zich tot dusver niet vertoond, slechts vier procent van de leidinggevende functies bij de politie wordt vervuld door vrouwen.

De Utrechtse districtschef commissaris Van den Berg (33) is een van die zeldzame vrouwelijke leidinggevenden. Door haar hoge opleiding had ze op haar tweeëntwintigste al de leiding over 25 mannen. “Mijn hoge rang heeft mij beschermd”, zegt ze. “Mannen knijpen niet zo snel in je billen als ze afhankelijk van je zijn.” Van den Berg hield zich staande volgens het aloude Viva-adagium van 'jezelf zijn', zegt ze. “Gewoon zeggen: ik vind het niet normaal wat jullie doen.” Zo heeft ze op het bureau een keer de tv uitgezet toen een groepje agenten naar een pornofilm zat te kijken. “Ik heb ze gevraagd: wat doen jullie nou als zich hier straks een slachtoffer meldt van een aanranding? Sindsdien wordt er hier niet meer naar porno gekeken.”

De afgelopen jaren is bij het korps Utrecht een aantal mannen dat zich schuldig maakte aan seksuele intimidatie, ontslagen en overgeplaatst, zegt Van den Berg. Maar ze sluit niet uit dat veel verborgen blijft. “Ik zie ook niet alles. Als een vrouw zegt dat ze ontslag neemt omdat ze een kind krijgt, is het moeilijk om erachter te komen of dat wel de echte reden is.”

Hard optreden door de leiding is de enige remedie, zegt Kuiper. Maar daar zit hem nu net het probleem. Alle korpsen hebben sinds 1993 vertrouwenspersonen, klachtencommissies en -procedures. Maar de meeste leidinggevenden grijpen nog altijd niet in als er voor hun ogen iets gebeurt. Kuiper: “Ze zien de signalen niet, of als zij ze al zien, weten ze niet wat ze moeten doen. Zolang dat zo is, blijft het beleid tegen seksuele intimidatie een wassen neus.”