LAVO

Terwijl het de taak is van bewindslieden hun beleid uit te dragen en mensen die er anders over denken te overtuigen, lijkt het streven van staatssecretaris Netelenbos er primair op gericht iedereen met haar mee te laten smilen. Waar ze ook komt, ze zegt wat haar publiek wil horen. Haar zucht tot behagen overvleugelt dan wel de inhoud, maar dat gaat niet ten koste van haar pretentie en ambitie: die kennen geen grenzen.

Zo bazuint zij de Mammoetwet te hebben herschreven en durft zelfs hardop te dromen van een ministerschap. In geval van kritiek reageert ze als het verwende kind dat hinderlijk voor de voeten wordt gelopen. Tineke wordt dan ziedend, de stoppen slaan door: zoals in haar reactie in de Volkskrant op een artikel van Rob Knoppert. Dan doen blijkbaar ook de fatsoensnormen er niet meer toe die zij, als het gaat om normen en waarden, zegt juist zo belangrijk te vinden.

De werkwijze die zij volgt in haar antwoord aan Knoppert is gestoeld op het beproefde procédé van iemand iets in de mond leggen dat hij nooit heeft gezegd om daar vervolgens stevig op in te hakken. Om dit te illustreren moet ik van u, lezer, enige inspanning vragen. De discussie ging over het aanleren van enerzijds een bepaalde discipline en, anderzijds, zelfstandigheid en algemene vaardigheden. Bij dit laatste valt te denken aan zaken als inzet, nauwkeurigheid, doorzettingsvermogen en dergelijke. Knoppert schreef: ''vaardigheden en zelfstandigheid kunnen binnen iedere discipline worden aangeleerd''. Hij geeft daar dus mee aan dat al dat fraais niet als iets op zichzelf staands moet worden aangeleerd, maar vanuit een bepaald vak. Netelenbos concludeert hieruit dat Knoppert daarmee uitspreekt dat in zijn ogen elk vak apart dient te worden gezien en dat hij zich met deze bewering dus keert tegen samenwerking of integratie van vakken. Om die conclusie te trekken moet je of een heel gebrekkige lezer of kwaadwillend zijn.

Netelenbos wijst op een onderzoek naar de vaardigheden die werkgevers verlangen bij de intrede van laagopgeleide werknemers: “Opvallend is dat ze vooral zaken noemen die te maken hebben met motivatie en een goede werkhouding. Ze vragen bepaald niet om vaktechnische vaardigheden, maar juist om communicatieve en sociale vaardigheden.”

Te suggereren dat Knoppert iets anders beoogt, getuigt van slecht lezen. Hij stelt zich alleen op het standpunt dat dit dient te worden aangeleerd via wat voor vakdisciplines in welke combinatie dan ook. Doordat we de afgelopen decennia die disciplines met name in het lager beroepsonderwijs ondergeschikt hebben gemaakt aan algemene vorming, met dédain zijn gaan spreken over vakkennis en ambachtelijk vakmanschap en de docenten in de praktijkvakken hebben gemarginaliseerd heeft het zover kunnen komen dat, zoals Knoppert het uitdrukt, “honderdduizenden kinderen jarenlang verveeld in hun banken hangen”.

Staatssecretaris Netelenbos zou blij moeten zijn dat iemand met kennis van de praktijk reageert op haar voorstellen, want het is juist door dat gebrek aan oog voor die praktijk dat het lager beroepsonderwijs zich heeft kunnen ontwikkelen tot het LAVO dat we met een eufemisme voorbereidend beroepsonderwijs zijn gaan noemen.