Kaapse 'witman' wil weerwraak

Een golf van moorden op blanke boeren teistert Zuid-Afrika. Vroegere guerrillastrijders lijken op wraaktocht te zijn. STEYNSBURG, 31 JAN. Ze zijn gekomen uit Dordrecht, Middelburg en Hofmeyr, uit Sterkstroom, Burgersdorp en Venterstad. Honderden blanke boeren uit het noordelijk deel van de 'Oos-Kaap' stromen samen in het stadje Steynsburg voor het proces tegen twee van moord verdachte zwarte boerenknechten.

Jonge Afrikaner mannen in korte broeken en kniekousen, onder de ouderen veel Paul Kruger-hoofden. En ze zijn laaiend: op de 'swart terroriste' die de boeren aanvallen, op de rechters die niet zwaar genoeg straffen en vooral op de regering-Mandela die hen in de steek zou laten. Thys Louw, de geblokte bestuurder van de Landbouwunie maant tot kalmte. Maar daar wil Berty Pienaar, een Afrikaner boer van 52, niet meer naar luisteren. “Die witman moet die macht weer gryp”, zegt hij.

Eind december stierf Frans Janse van Rensburg, de 27-jarige voorman van de boerderij Komkommerhoek nabij Steynsburg, een gruwelijke dood. Zijn gemartelde, verminkte lichaam werd door de buurman aangetroffen in een grote plas bloed. Niet lang daarna werden twee van zijn werkers, die in het bezit bleken te zijn van gestolen goederen, aangehouden. Het was de tweede moord in korte tijd in de regio, eerder werd een boerin in Burgersdorp voor de ogen van haar kinderen doodgeschoten door een bende. Vandaag zijn de boeren gekomen voor de 'afrekening'. Het rechtbankzaaltje in Steynsburg is veel te klein om alle belangstellenden, boeren en arbeiders, te herbergen. De rassenscheiding gebeurt hier automatisch: de blanke boeren nemen plaats op de houten banken, de zwarte werkers gaan in rijen op de grond zitten. Als de twee verdachten, Petrus Vose en Samuel Butona, onder strenge politiebegeleiding worden binnengeleid, grommen de boeren, maar ze houden zich gedeisd. Petrus grinnikt opstandig tegen de landdrost, maar Samuel kijkt gedwee naar de grond en antwoordt in het Afrikaans op vragen met “ja meneer” en “nee meneer”. Het proces wordt verdaagd, tot grote onvrede van de boeren. Met minder dan de doodstraf nemen ze geen genoegen, maar die is in 1994 afgeschaft. Berty Pienaar kookt van woede: “Die swarte is nog dieselfde als voor 300 jaar. Hulle sla nog steeds mense dood. En die kaffirs sit nou in die regering. Die dag dat ons in opstand kom is nie ver weg nie.”

Pagina 4: Boeren zijn schietschijven

Buiten het gerechtsgebouw herhaalt zich de rassensegregatie. Aan de overkant van de onverharde straat heeft zich het zwarte volksdeel verzameld. Wat vinden ze van de moord bij Komkommerhoek? De meeste aanwezigen lachen schaapachtig en halen hun schouders op. “Hij betaalde niet wat hij had beloofd”, zegt een slungelige man over Janse van Rensburg. Was dat reden genoeg om hem te vermoorden? “Maar ze betalen ons nooit genoeg, al jaren, al eeuwen lang niet”, verdedigt de man zich.

Even verderop, langs de hoofdweg, staan op elke straathoek groepjes zwarte mannen. Het zijn dagloners die wachten of ze vandaag nodig zijn. Wat verdienen ze? “Tien rand (4 gulden) per dag”, zegt een van hen. “Niet jokken', zegt een ander, “we krijgen 15 rand”. Een boer komt aanrijden in zijn bakkie, monstert door het geopende raampje een groepje kandidaten en wijst er twee aan, die in de laadbak klimmen. De boeren zeggen later desgevraagd dat ze 20 tot 25 rand per dag betalen, maar ook een loon van omgerekend tien gulden is niet echt veel in Zuid-Afrika. Onder zwarte boerenarbeiders in de Oost-Kaap overheerst de haat over wat ze zien als uitbuiting. De boeren verdedigen zich en zeggen dat ze geen hogere lonen kunnen betalen, de nieuwe regering heeft alle subsidies ingetrokken.

De situatie in de Oost-Kaap staat niet op zichzelf. In alle negen Zuid-Afrikaanse provincies zijn de boeren schietschijven geworden, In drie jaar tijd hadden 1.400 overvallen plaats op boerderijen. Daarbij kwamen 200 boeren of familieleden om het leven. Zuid-Afrika is een groot land met een geringe bevolkingsdichtheid. Boeren beschikken gewoonlijk over grote landerijen, die men onmogelijk van de buitenwereld kan afsluiten.

Neem Norman Featherstone (37). Boert op Lenton Grove, even buiten Steynsburg, in van alles en nog wat. Met zijn Engelstalige achtergrond is hij een vreemde eend in de bijt eigenlijk, maar 'Norm' red zich aardig in het Afrikaans. Het is een zachtaardige man, die na de 'high tea' met genoegen een gemotoriseerde rondleiding geeft. Van de uienvelden, via het bos, naar de tarwe, de koeien, de varkens en de schapen en zijn grote liefde: de bijen. Featherstone is niet het type van de uitbuiter, maar hij zegt zich niet te kunnen permitteren meer dan een handvol arbeiders in dienst te hebben. Zijn hoofd staat ook niet naar wraak, hij rept niet over de doodstraf. “Ik ben gewoon een boer die zijn best doet”, zegt Featherstone. Aan speciale veiligheidsmaatregelen wil hij ook niet denken.

Intussen bestaan er sterke aanwijzingen dat het geweld tegen de boeren lang niet altijd een roofmotief heeft. Niet zelden blijven na een dodelijke overval waardevolle goederen op boerderijen onaangeroerd. Piet Gous, voorzitter van d Landbouwunie in de Vrijstaat, grenzend aan de Oost-Kaap, ziet achter de golf van geweld een “politiek komplot”. Gous vertelt over de recente moord op een boer in Bultfontein. “Hij droeg een gouden ketting, een Rolex-horloge en een ring met een diamant. Ze sloegen hem tot pulp, maar lieten z'n sieraden onaangeroerd.” En Chris du Toit, de voorzitter van de SAAU, de overkoepelende landelijke landbouwunie, zegt dat soortgelijke verhalen ook uit andere delen van het land komen. “In veel gevallen zijn de overvallers volkomen vreemden. De actie wordt zorgvuldig voorbereid. Personeel dat ze tegenkomen doden of gijzelen ze en men wacht de boer op als hij niet thuis is. Men executeert de boer en verlaat de hoeve, vaak zonder iets te stelen.”

De boerenleiders hebben steun gekregen uit onverdachte hoek. Thomas Likotsi, regionaal leider in de provincie Vrijstaat van het radicale PAC, het Pan-Afrikaanse Congres, een radicale zwarte splinterpartij die vijf parlementszetels bezet, zegt dat voormalige guerrillastrijders verantwoordelijk zijn voor althans een deel van de moorden. Ex-leden van Umkontho we Sizwe (Speer van de Natie) de vroegere gewapende tak van het ANC en van APLA, de militaire arm van het PAC voeren volgens Lekotsi overvallen uit frustratie met het 'nieuwe Zuid-Afrika'. “De vrijheidsstrijders zouden worden opgenomen in een nieuw te vormen leger, maar dat is niet gebeurd. In plaats daarvan heeft het Zuid-Afrikaanse leger hen simpelweg ingelijfd. De mannen zijn gefrustreerd, ze hebben geen politieke genoegdoening gekregen en dit openlijk gemeld. Het gevolg was dat de regering besloot zij ontevreden waren een oprotpremie van 15.000 rand (6.000 gulden) te betalen. Maar wat is 15.000 rand, toen het geld op hebben ze de draad weer opgepakt van wat hen is geleerd: zichzelf te redden”, zo zegt Likotsi in Bloemfontein.

Ook president Nelson Mandela heeft de vrees geuit dat voormalige leden van de door hem opgerichte Umkontho zich nu te buiten gaan aan een combinatie van politieke wraak en overleving. Hij heeft de veiligheidsdienst opdracht gegeven mee te werken aan het achterhalen van de daders. Zijn partijgenoot Zingile Dingane, ANC-voorzitter in de Vrijstaat, vindt daarentegen dat de situatie rondom de boeren sterk wordt overdreven. “In dezelfde periode dat hier zes boeren zijn vermoord, kwamen in de zwarte townships 358 inwoners door geweld om het leven”, zegt Dingane. Hij wijst ook op de talloze “buitensporige” verdrijvingen van boerenarbeiders door boeren die zijn kant tegen nieuwe, voor arbeiders gunstige, pachtwetten. “Is het een verrassing dat boerenknechten dat wraak nemen?”