Intimidatie van onderzoekers

Een jaar geleden schreef ik op deze plaats over de risico's, die universitaire onderzoekers lopen als ze onzorgvuldig opgezette contractresearch doen voor de industrie ('Wetenschapper gewurgd', 8.3.1997).

Mijn voorbeeld was dr. Bettie Dong, die voor geneesmiddelenfabrikant Boots de schildklier-hormoonpreparaten van verschillende fabrikanten vergeleek. Toen daarbij bleek dat het dure Boots-preparaat niet beter was dan de goedkope preparaten van concurrenten, maakte Boots gebruik van een wurgclausule in het onderzoekscontract om openbaarmaking van Dongs resultaten te verbieden. Hoewel die resultaten al voor publicatie geaccepteerd waren door een medisch toptijdschrift, de Journal of the American Medical Association (JAMA), werd Dong gedwongen haar artikel in de drukproeffase terug te trekken.

Op de valreep heeft dit verhaal nog een happy ending gekregen, waarin prinses Dong werd gered en booswicht Boots een gepeperde rekening kreeg. Deze onverwachte wending kwam toen Boots zijn kleine geneesmiddelen divisie overdeed aan het Duitse bedrijf Knoll. Knoll is geen kleine speler in de farma-industrie en hecht aan een goed imago.

Bovendien had inmiddels de FDA, de Amerikaanse Federale geneesmiddelenwaakhond, zijn tanden in Boots/Knoll gezet. Hoe kon de firma beweren dat hun schildklierpreparaat superieur was, als ze uit Dongs gegevens wisten dat dit niet het geval was? Uiteindelijk ging Boots/Knoll door de knieën en werd het stuk van Dong alsnog in de JAMA gepubliceerd. Daar bleef het echter niet bij, want Amerikaanse pillenslikkers zijn assertiever dan de Nederlandse. Toen eenmaal vaststond dat het dure Boots-preparaat niet beter was dan de goedkope alternatieven, startten de boze pillenslikkers een geld-terugactie. Bedreigd door een vloed van processen, heeft Boots/Knoll nu toegezegd om tenminste 98 miljoen dollar te betalen. Zo kreeg Dong haar publicatie, Boots/Knoll de kous op de kop, en de academische gemeenschap een welkome waarschuwing: Er valt goed samen te werken met de industrie, maar accepteer nooit knevelclausules, die publicatie van ongewenste resultaten kunnen voorkomen.

Voor tevredenheid is echter weinig aanleiding. Dong is een onderzoekster met een gevestigde reputatie en zij werkt in een Amerikaanse topuniversiteit. Zo iemand kan wat tegenwind hebben. Desondanks heeft het zeven jaar geduurd voor de resultaten van haar onderzoek zijn gepubliceerd. Hoe vaak minder vooraanstaande onderzoekers in stilte op de knieën worden gedwongen, weten we uiteraard niet. Bovendien noemt JAMA-redacteur Rennie in een redactioneel artikel bij het stuk van Dong twee gegevens die ik verontrustend vind: In de eerste plaats had hij moeite om onafhankelijke deskundigen te vinden voor de beoordeling van het stuk van Dong, omdat veel schildklierdeskundigen, als nevenbaantje, adviseur van Boots/Knoll bleken te zijn. De Steenhuis-constructie is wijd verbreid in Amerika. In de tweede plaats meldt redacteur Rennie dat de Amerikaanse Schildklier Vereniging, een club van schildklierspecialisten, niet bereid bleek om Dong te steunen in haar conflict met Boots/Knoll. Een motie om Boots/Knoll een brief te sturen, waarin gepleit werd voor publicatie van Dongs artikel, werd verworpen. Rennie vindt het moeilijk te geloven dat het geld van Boots/Knoll geen rol heeft gespeeld bij deze negatieve beslissing. De Schildklier Vereniging krijgt namelijk 60 procent van zijn geld van Boots/Knoll.

Ik wil echter niet de indruk vestigen dat de farmaceutische industrie als geheel onfatsoenlijk is of de grootste boosdoener als het gaat om de bedreiging van academische vrijheden. De overheid en belangengroepen zijn bedreigender. De overheid door contractresearch aan te moedigen en geld voor onafhankelijk onderzoek in te perken. De belangengroepen door onderzoekers met ongewenste resultaten rücksichtlos te intimideren. Bekend zijn de systematische pogingen van de Amerikaanse Rifle Associationom iedere vorm van epidemiologisch onderzoek naar schotwonden te blokkeren. De geweerclub wordt daarin bijgestaan door wonderlijke organisaties als de 'Doctors for Integrity in Research and Public Policy', een clubje medische jagers, dat een simpele toets heeft ontwikkeld voor integriteit: wie vindt dat de vrije verkoop van vuurwapens geen effect heeft op het aantal schotwonden is integer. Wie dat niet vindt is bevooroordeeld en bevooroordeeld onderzoek willen de medische jagers voorkomen. Dat kan via politieke druk, want onderzoekers hebben meestal overheidsgeld nodig om onderzoek te doen. Als het Amerikaanse Congres het National Center for Injury Prevention and Control opheft, droogt de geldbron, waaruit onderzoek naar vuurwapenletsel wordt betaald, vanzelf op (Kassirer, New England Journal of Medicine 1995; 333: p. 793).

Drie andere voorbeelden van intimidatie van medische onderzoekers zijn te vinden in de New England Journal of Medicine 1997; 336: p. 1176. Het eerste voorbeeld betreft patiënten met lage rugpijn, een dankbaar doelwit voor charlatans. In Amerika worden bij deze patiënten veel zinloze, dure operaties uitgevoerd. Toen een overheidsinstantie de euvele moed had om onderzoek te betalen, dat die zinloosheid aantoonde, kwam deze instantie onder vuur van de Noord-Amerikaanse Ruggegraat Vereniging. Deze club van orthopedische chirurgen wist het Amerikaanse Congres zo effectief te manipuleren dat het budget van de betrokken instantie bijna werd weggesneden. De tweede casus betreft het chemische overgevoeligheidssyndroom (MCOS), net zo'n heet hangijzer als het chronische vermoeidheidssyndroom (ME). Onderzoekers die lieten zien dat de testen, die gebruikt worden om MCOS aan te tonen, niet deugen, kregen alle belanghebbenden over zich heen en dat waren er nogal wat: de fabrikanten, die de dubieuze testen fabriceerden; de advocaten van patiënten met MCOS, die hun claims (invaliditeit of schadevergoeding) in gevaar zagen komen; en de verenigingen van patiënten met MCOS. De onderzoekers werden gebombardeerd met beschuldigingen van fraude en samenzwering en al die beschuldigingen moesten via de gebruikelijke formele procedures zorgvuldig onderzocht worden. Er werd geen enkele aanwijzing voor fraude gevonden, maar door de stortvloed van aanklachten duurden al deze onderzoekingen meer dan een jaar, waarin veel tijd en geld werd verspild. Na de hele affaire organiseerde een lokale advocaat een conferentie over methoden om onwelkome onderzoeksresultaten te bestrijden. Dit laat de keerzijde zien van een goede fraudeprocedure, die bij de minste verdenking in werking wordt gezet. Gewetenloze buitenstaanders kunnen daar makkelijk misbruik van maken.

Ook de vrije toegankelijkheid van informatie kan makkelijk misbruikt worden. Dat ondervonden onderzoekers die ontdekten dat een veel gebruikt type hartmiddel minder goed werkt dan was verwacht. Gebruikmakend van de vrijheid op informatie wetgeving eisten geneesmiddelenfabrikanten alle onderzoeksgegevens op. Een enorme administratieve klus. Verder bleken ook hier weer een groot aantal academische collegae bereid om de onwelkome onderzoeksresultaten fel te attaqueren, zonder duidelijk uit te laten komen dat ze betaalde adviseursfuncties hadden bij de fabrikanten van het hartmiddel waar het hier om ging.

Een ingewikkelde samenleving heeft sterke waakhonden nodig om de vrijheid van mededinging en de vrijheid van meningsuiting en informatie toegankelijkheid te bewaken en alleen de overheid kan die dure honden betalen. Terwijl niemand twijfelt aan het nut van een strikt anti-kartelbeleid op economisch gebied, blijkt dat bij een goede informatietoegankelijkheid minder voor de hand te liggen, terwijl juist daar gevaren liggen door intimidatie van onderzoekers of door suppressie van afwijkende meningen. In ieder van ons schuilt een lobbyist, geneigd om onwelkome informatie te supprimeren. Als wij willen weten wat werkt en wat waar is in de geneeskunde en daarbuiten, dan moet het mogelijk blijven om heikele kwesties in vrijheid te onderzoeken zonder intimidatie door belangengroepen. De moraal van dit verhaal is simpel: de kwaliteit van de gezondheidszorg is in hoge mate afhankelijk van een sterke academische medische gemeenschap, die voldoende is afgeschermd van commerciële of groepsbelangen en die op lange termijn ruimhartig gefinancierd wordt door overheidsgelden. Van die bevoorrechte medische groep mag gevraagd worden dat zij niet door lucratieve Steenhuis-nevenbaantjes deze onafhankelijkheid in gevaar brengt. In Nederland zijn wij op dit punt nog goed uit.

Nederlanders zijn vrij tolerant, de neiging tot intimidatie van andersdenkenden is hier nog vrij zwak ontwikkeld. Wij beschikken over een aantal onafhankelijke adviesraden, zoals de Gezondheidsraad, die een betrouwbaar beeld kunnen schetsen van de stand van de wetenschap, zonder veel interferentie van overheid, politiek of belanghebbenden. De financiële en emotionele belangen in dit gebied zijn echter hoog en de ervaring leert dat Amerikaanse toestanden met enige vertraging uiteindelijk ook naar Nederland overslaan.