Internationaal

Academisch bezien is Papoea Nieuw Guinea een jong land. De Australiërs die hier tot 1975 de koloniale overheersers waren, hadden niet zo'n haast met het opleiden van de Papoea's. Het duurde daardoor tot het einde van de jaren zeventig voordat de eerste doctor werd binnengehaald.

Sindsdien is er jaarlijks ongeveer één bijgekomen en daarvan zitten er een aantal in de politiek. Er zijn heel weinig gepromoveerde Papoea's op de universiteit van Papoea Nieuw Guinea en de 130 docenten en hoogleraren die er werken, zijn dus bijna allemaal buitenlanders. Daar zitten Amerikanen, Japanners, Russen en Chinezen tussen maar ook veel Indiërs en Afrikanen.

Al die nationaliteiten resulteren in een soort United Nations-gedrag. Er wordt altijd heel beleefd How are you! geroepen maar zoals u weet, doet daarbij het antwoord niet terzake. Het is meer als groet bedoelt. Als je eens iemand van een andere vakgroep spreekt, gaat het dikwijls over zaken als de universiteitsadministratie, verre vakanties, vliegtuigvertragingen, wisselkoersen, wilde feesten, partijen golf of de laatste inbraken. Er wordt geloof ik ook mateloos geroddeld en dat kan vrij eenvoudig omdat we allemaal op dezelfde campus wonen. Daar staat een groot hek omheen zodat we ons ongestoord aan de wetenschap en elkaar kunnen wijden.

Hoewel het in de meeste straten op de campus en binnen de vakgroepen een bonte verzameling van nationaliteiten is, klitten veel mensen in hun vrije tijd naar geografische herkomst samen. Er gaan geen Noren bij Nigerianen of Polen bij Pakistanen op bezoek en bij onze Australische buren komen alleen maar other mates. Die extreme verzuiling zie je duidelijk in de stafclub waar Australiërs, Engelsen en Amerikanen vaak aan aparte tafels zitten te drinken. De Papoea's hebben er een eigen afdeling waar ze darts of pool spelen. Andere nationaliteiten of activiteiten kom je er amper tegen.

Er is geen Nederlandse tafel want behalve een oude pater en wijzelf, zijn er niet genoeg om die te vullen. Maar hij komt nooit in de club en wij ook zelden. Als we er zijn, schuiven we meestal maar ergens aan en zo kwam ik een tijdje geleden naast een Engelsman te zitten.

Hij was hier een paar maanden en keek wat somber. We hadden niet eens zoveel gedronken toen hij zonder aarzelen zijn hart uitstortte. In Engeland was het academisch leven ook geen lolletje maar nu hij op deze universiteit werkte, leek het opeens daar zo gek nog niet. Neem nou al die nationaliteiten, zo vervolgde hij, daar valt toch geen gemeenschappelijke cultuur in te ontdekken. De meeste docenten hebben slechts een hoge opleiding en wat titels gemeen. Voor de rest is het los zand. Bovendien, zo meende hij, is iedereen hier een mercenary, misfit of op zijn minst misinformed.

Niet bekend

Het liep inmiddels tegen sluitingstijd en we concludeerden dat een gemeenschappelijke cultuur op een grote internationale campus niet zo eenvoudig is. Na deze diepzinnige analyse hieven we het glas, en we dachten alletwee dat zo'n gebaar misschien wel het best begrepen wordt in internationale gemeenschappen. En het meest gebezigd.