'Ik wil een ander deel van de hersens aanspreken'

Ernie Gehr heeft veel films gemaakt over straten. In Rotterdam is nu zijn eerste film te zien met een mens in de hoofdrol, zijn zoontje Daniel. “Maar er is bij mij niet echt veel verschil tussen films over mensen, straten of dansende filmkorrels.”

Verzamelprogramma's met films van Ernie Gehr, in Venster 2: Serene Velocities, 31 jan 20.15u.; Ghosts of the City 1 febr. 16.30u; Views from Above, 7 febr. 16.30u; A Home Movie for Daniel, 1 en 3 febr 20.15u.

ROTTERDAM, 31 JAN. De regisseur haalt uit zijn binnenzak een foto van zijn zoontje. Het is geen gezellig gebaar om het ijs tussen interviewer en geïnterviewde te breken; of nee, dat is het wel, maar in de films van Ernie Gehr doen zulke dingen ertoe. Ze gaan erover, ze maken het dagelijks leven een aaneenschakeling van wonderbaarlijke gebeurtenissen, die je terloops kunt vastleggen en waarvan je in een hartveroverend harmonieus ritme het belang kunt laten zien. Gehr, een van de drie 'Filmmakers in Focus' op het Rotterdamse festival, maakte over de eerste vier levensjaren van zijn zoontje Daniel een homemovie die meer is dan een homemovie: de regisseur spreekt met respect over de ontdekking van de wereld door een kind, en over het profijt en de tragiek van het verstrijken van de tijd.

Gehr is een hoofse filmer, ook als hij zich niet via een kind maar, zoals meestal, rechtstreeks op de dingen richt. Gehr, die les over film geeft aan de universiteit van Berkely en het Art Institute van zijn woonplaats San Francisco, heeft veel films gemaakt over straten, vaak vanuit ongebruikelijke camerastandpunten. Gehr filmt op zijn kop en achterstevoren. Voor Side/Walk/Shuttle zette hij zijn camera in een doorzichtige toeristenlift, duizelingwekkende beelden die toch iets gemeen hebben met de onnavolgbaar snelle standveranderingen van je eigen hoofd als je bijvoorbeeld een kous aantrekt en tegelijkertijd televisie kijkt.

Vaak maakt Gehr, die nog steeds werkt met de camera die hij eind jaren zestig kocht, ook film van film. Voor Field liet hij de camera zo snel bewegen dat het beeld uit vlugge zwart-wit strepen bestaat, voor Table filmde hij een tafelblad met twee verschillende kleurenfilters, waardoor het beeld geen vaste diepte meer heeft.

Gehr vergelijkt zijn films vaak met schilderijen. “Dat doe ik omdat voor veel mensen film speelfilm betekent”, zegt de kleine regisseur in een kamertje in het Rotterdamse Hilton, een uurtje voor hij in Scheveningen het Panorama Mesdag gaat bezoeken. “Maar als mensen met die verwachting naar een film van mij gaan kijken, zullen ze teleurgesteld zijn. Ik gebruik film zoals schilders de laatste 150 jaar hun medium hebben gebruikt. Side/Walk/Shuttle gaat bijvoorbeeld over het ervaren van ruimte, over het daarin opgaan, over de zwaarte van een stoep als die opeens boven je hoofd hangt. Daarbij maak ik de kijker er altijd van bewust dat het een film is waar hij naar kijkt, ik wil hem een illusie voorschotelen en die tegelijkertijd doorbreken.”

Gehr vergelijkt narratieve films met schilderijen van Rembrandt. Houdt hij zelf meer van Mondriaan? “Ik bewonder zijn dynamische spel met de ruimte door het gebruik van kleur. Zijn kleurvlakken komen naar voren of blijven juist op de achtergrond. Maar Mondriaans werk is mij te netjes en te streng. Ik houd van een beetje meer rommel in beeld. Ik wil de kijker niet overweldigen; ik maak geen monumenten. Dat heeft te maken met mijn persoonlijkheid: ik film zoals ik ben, daar kan en wil ik niets aan veranderen. Ik voel meer tevredenheid bij de mobiles van Alexander Calder. Zijn werk verandert door de wind, het beweegt, je kunt het niet vastpinnen. En er spreekt zoveel plezier uit.”

In For Daniel speelt voor het eerst een mens de hoofdrol in een van Gehrs films. “Daniel was mijn eerste kind”, zegt de regisseur, “en net als andere vaders begon ik zijn leven vast te leggen. Toen ik het eerste materiaal had ontwikkeld, beviel het me zo goed dat ik besloot door te gaan. Maar er is bij mij niet echt veel verschil tussen films over mensen, straten of dansende filmkorrels. Elke film is voor mij op de eerste plaats een optisch avontuur. In mijn films tref je geen vrouwen aan over wie je kunt fantaseren of een kopje thee waaruit je zou kunnen drinken. Ik wil een ander deel van de hersens aanspreken dan de meeste narratieve films doen. In For Daniel gaat het onder meer over diens vreugde bij het eerste zien van de dingen. Ik zou willen dat mensen naar mijn films kijken zonder er iets van te verwachten. Ze moeten hun een nieuwe ervaring bieden, een nieuw plezier.”