Hollands Dagboek; Yvonne van den Beuken

Onderwijzer Yvonne van den Beuken (39) geeft 28 uur per week aardrijkskunde en geschiedenis op De Rietlanden in Lelystad. Donderdag was zij met de meeste van haar collega's aan het staken in Utrecht. Yvonne van den Beuken woont alleen in Amsterdam.

Woensdag 21 januari

Net voor de wekker van 6.30 word ik wakker na de nacht half slapend, half wakend te hebben doorgebracht. Koorts en pijn in het hele lijf. Ik moet naar school want het is woensdag en dan rijdt een collega met me mee. Niet gaan betekent dat er niet alleen voor mij iemand moet invallen, maar dat ook haar eerste uur overgenomen moet worden; ze kan nooit meer op tijd in Lelystad, op de Rietlanden zijn.

8.10 het eerste uur. De klas laat zich snel aan het werk zetten. Het geeft mij de tijd om aan het volgende uur te denken. Dan komt 2a en 2a is moeilijk en druk. Ik moet iets met 2a. In de lesstof past een fragment uit Modern Times van Chaplin. Bij Willemke kan ik nog een video regelen...

9.00 2a komt binnen. Zijn ze rustiger dan anders of dringt er minder tot mij door? De klas moet lachen om Chaplin. Ik ook. Dat is raar want dit stuk film draai ik sinds 1983 ieder jaar weer. Na de video maakt de klas de bijbehorende opdracht.

Halverwege het blokuur 4 Mavo betrap ik Bas en Doede op headbangen met draadjes van een duokoptelefoon in hun oren. Ik loop er naartoe en pak de draadjes af. Had het kunnen weten: ze voeren hun act op. Er zit geen walkman aan de draadjes vast.

Middagpauze. Blijf ik of ga ik naar huis? Ik moet nog drie uur. Met lood in de schoenen vertel ik José dat ik me niet in staat voel morgen te helpen bij haar klassenavond. Ik bezorg haar een probleem.

Het vijfde uur weer een eerste klas. Een rommelig begin, de klas heeft schoolcorvee en ruimt eerst de pauzerommel op, komt daarna pas naar de les. Een jongen meldt dat deze les niet soepel loopt, hè juf? Nee, deze les loopt niet soepel. En ik ook niet meer. Afmelden bij de rector, hij loopt met me mee, vraagt of ik wel kan rijden en zegt dat ik het 'kalm an' moet doen.

Beter moet ik worden want morgen heb ik een sollicitatiegesprek in Arnhem. Om half vier vinden mijn pijnlijke lijf en leden een plek onder het lekkerste dekbed van Nederland. De zon schijnt en ik hoef even niets meer.

Donderdag

Niet naar school vandaag. Ik heb verlof voor een sollicitatiegesprek bij een onderwijsverzorgingsinstituut in Arnhem, het CITO. Een baantje van 5,75 klokuren per week, wat in de praktijk neerkomt op vier uur minder lesgeven. Nu proberen koortsvlagen en scheermessen in mijn keel de aandacht af te leiden van de hoofdvraag: 'Wat doe ik aan?' Een dubbele dosis pijnstillers doet al snel zijn werk. De keus valt op het sollicitatierokje.

In de trein schijnt de zon en ik lees twee nota's over het vernieuwde examenprogramma aardrijkskunde. Het vak wordt nog veel leuker dan ik al dacht en het baantje biedt de kans om iets met die vernieuwingen te doen.

Onderweg naar het instituut verwissel ik, achter een busje, mijn warme-voeten-schoenen voor mijn pumps. Een half uur te vroeg ben ik er. Terwijl ik in De Gelderlander een artikel lees over de 'Bloeiende Maagden' en hun voorstelling 'Muts' stroomt een groep bejaarden binnen die zich allemaal aan mij voorstellen. Ik geloof niet dat we voor hetzelfde komen...

Het gesprek vindt plaats in een rommelige kamer. Ik kan me net tussen een stalen kast en een tafeltje wringen. Men opent een spervuur van vragen en ik antwoord. 'Kan ik tegen kritiek' en 'ben ik nauwkeurig' zijn de thema's. De slotvraag luidt of ik de knop van de spellingscontrole al op mijn nieuwe computer heb gevonden want mijn toetsen zijn nog in de oude spelling. Ik val uit mijn rol en bits: 'Als het uw opzet is te testen of ik tegen kritiek kan dan bent u nu volledig in uw opzet geslaagd!' Woedend verlaat ik Arnhem.

Ik heb het verpest, had me hierop verheugd, met nieuwe mensen bakkeleien over het vak om tot een mooi product te komen. De kans op vier lesuren minder volgend jaar, is ook in een klap verkeken. Treurig doe ik mijn pumps weer in de tas. Eenmaal thuis kruip ik weer snel in bed.

Vrijdag

7.45 Opstaan en school bellen om te vertellen dat ik nog niet kom werken. De conrector zegt al op de hoogte te zijn, ik hoef me geen zorgen te maken. Ik kan hem geruststellen met de mededeling dat ik er maandag weer zal zijn.

9.30 Telefoon. Aan de andere kant van de lijn wenst de meneer van het CITO mij een goedenmorgen en meldt dat men mij wil voordragen voor benoeming naar aanleiding van het gisteren gevoerde sollicitatiegesprek. Ik weet niet wat ik hoor. Op mijn 'waarom ik'-vraag komt een kort en eenduidig antwoord, men is enthousiast over een bepaald door mij geleverd product. Het begint tot me door te dringen dat ik het baantje echt heb en dat ik verder mijn mond moet houden.

Lachend zet ik de computer aan en kijk of er nog iets leuks via de e-mail mijn huis in komt rollen. Ja, een goede bekende meldt dat hij 's middags sinaasappels voor me komt persen. Het is nog vroeg maar mijn dag kan al niet meer stuk.

Ik installeer me op de bank met krant en weekbladen om het achterstallige nieuws van de afgelopen week in te halen. Verbaas me over de bijzondere opvatting van Clinton over de wijze van stagebegeleiding in het Witte Huis. Dat doen wij bij ons op school toch echt heel anders.

Zaterdag

Opstaan, ontbijten en krant lezen. Weer weinig aandacht voor de naderende onderwijsacties. Justitie met de PG's en Clinton eisen alle ruimte op. Net als wij van het onderwijs, moeten ook Arafat en zijn vredesonderhandelingen genoegen nemen met verminderde belangstelling.

Vervolgens noodzakelijke klussen in het huishouden gedaan. Woensdag komt de werkster weer. Haar verblijf op de Canarische Eilanden heeft mijn huis geen goed gedaan.

Het blad van de AOB, met weer de oproep om donderdag het werk neer te leggen ondanks de bedenkingen. En die zijn er. Neem alleen al dat heel niet-onderwijzend Nederland er niks van snapt en ons voor 'niet helemaal goed' verslijt omdat we een middag de boel plat gooien voor 'twee uurtjes minder werken'! Daar word ik zo moedeloos van. Is er nou helemaal niemand in dit land die eens goed kan uitleggen dat wij verdomme niet aan de noodrem trekken om twee uur minder te werken, maar omdat we meer tijd nodig hebben om ons werk goed te kunnen doen.

Wat mij betreft is hier een vacature, voor een ministerspost of zo. En dan zou ik Netelenbos willen uitsluiten van mededinging, misschien kan ze wat gaan helpen bij Justitie en als ze haar daar ook niet willen, moet ze haar aktes Nuttige Handwerken maar afstoffen en de draad oppakken waar ze hem ooit is kwijtgeraakt!

Twee uur, boodschappen. Ik weet niet waarom maar ik loop nogal agressief door de supermarkt. Van drie tot zes uur repetities nagekeken. Vervolgens voor drie dagen gekookt, twee porties gaan in de diepvries. Vanavond met z'n tienen naar een concert in Paradiso. Terug naar mijn roots, Rowwen Héze treedt op.

Zondag

Veel zon buiten. Niet vroeg opgestaan. Veel grinniken over gisteravond; met drie wel- en zeven niet-Limburgers naar een volksfeest in Paradiso. Ik voelde me er wel thuis.

's Middags lopen in de zon langs de Amstel. Het nog steeds actieve virus moet bevroren. De Petteflet aan de Omval onder de Rembrandttoren ligt jaloers makend te schitteren in de zon. Met uitzicht op het zuiden. Mijn dagelijkse ritjes naar het oosten brengen te weinig op om er eentje te kopen. De 0,75 procent salarisverhoging is gisteravond al opgegaan aan Paradiso, een Petteflet vergt minimaal vijf ton.

Tas inpakken voor morgen en constateren dat er nog vijf repetities niet zijn nagekeken.

Maandag

Naar de rector, om te vertellen dat ik volgend schooljaar een dag in de week voor het CITO werk. Hij is blij, voor mij, en niet blij, want ik moet een hele dag uitgeroosterd worden terwijl er maar een halve dag wordt vergoed.

9.00 Centrale Repetitie in 2a. Geeft mij de kans de cijfers van het schoolonderzoek van 4 Mavo te berekenen.

11.00 Geschiedenis in 2e. Zet een paar jongens apart die als murmelende bejaarden de stilte verstoren. Een leerling begint me nogal grof te tutoyeren, ('voor jou zeker...' enz.). Hij kan zijn spullen pakken en vertrekken! Kom nou!

Middagpauze. De staking als gespreksstof. Tot nu toe zijn we de enige school in de stad die het werk neerlegt. Waarom de andere twee niet? Nou ja, de ene is christelijk en de andere heeft een personeelsbestand waarvan de gemiddelde leeftijd een stuk hoger ligt dan bij ons.

Het vijfde uur 4VWO. Verder met het tweede-fase-experiment over migratie. Het voldoet aan alle eisen van de toekomstige vernieuwingen; het heeft me al uren voorbereiding gekost. De leerlingen vinden het moeilijk, maar de lessen zijn altijd leuk.

Het zesde en het zevende uur nog een vierde en een eerste klas. Mij wordt uitgelegd dat er waarschijnlijk oorlog tussen de VS en Irak komt, want dat kan de aandacht van Clinton afleiden. Ik verdenk Netelenbos ervan dat ze Sorgdrager heeft gebeld met het verzoek stennis te schoppen binnen haar departement zodat zij aanstaande donderdag in alle rust de nieuwe wet op het VMBO door de Tweede Kamer kan jassen.

Dinsdag

Mijn dag van zes lessen achter elkaar begint. De ene groep van 25 wisselt de andere af. Ik loop van lokaal naar lokaal, sjouw met tassen en atlassen. Ben leuk, streng, gezellig, afgemeten en alles daartussenin wat je maar bedenken kunt tot ronduit krengerig aan toe. Schep orde en structuur. Meestal 'vriendelijk doch beslist' onder het motto; 'wat je erin stopt, krijg je ook terug'. Doe ik rot tegen mijn leerlingen dan doen zij dat ook tegen mij.

En dan bof ik ook nog. Van de pakweg tweehonderd leerlingen die ik per week van de straat houd, zijn er maar drie die ik zou willen inruilen. Ordeproblemen heb ik niet. Soms, als het weer omslaat, dan zijn ze druk. En met mijn school bof ik ook, want we hebben alles in één gebouw. Pendelen tussen verschillende locaties hoeven we niet eens.

Goed, het is dinsdag en elf van mijn 28 lesuren zitten erop. Ben doodmoe. Rond 17.30 thuis. De gebruikelijke volgorde van koken/ontdooien, eten en krant. Vervolgens aan het werk. Nakijken, lessen voorbereiden want nieuwe methodes of achter de computer, toetsen maken. Die toetsen zijn in de loop der jaren in kwaliteit danig toegenomen. Schreef je een jaar of tien geleden snel een paar vragen op het bord om het geleerde te overhoren, tegenwoordig ben je avonden kwijt om mooie proefwerken te construeren op de pc.

Inmiddels heb ik mijn derde pc en ik krijg er alleen maar méér werk door. Die mooie toets breng je naar school, leerlingen maken hem en vervolgens keer je huiswaarts met de tas vol nakijkwerk. De volgende dag of iets later (sic) breng je de hele handel terug om vervolgens weer een nieuwe stapel af te halen. De computer staat naast je en je hebt er voor die klus, het nakijkwerk, geen fluit aan. Sinds kerst zit ik op het Internet, je moet wel, wil je niet bij je leerlingen achterblijven. Ik verheug me nu al op de eerste les Internetten; tegen de tijd dat ik mijn opdracht heb uitgelegd, is mijn klas al de hele aardbol over. Bovendien moet ik nu ook nog al die digitale schoolpleinen af om de laatste ontwikkelingen op onderwijsgebied bij te houden. De traagheid van dit medium is tergend; als de doorsnee leraar dit tempo had dan duurde het minstens acht jaar voordat een gemiddelde Mavoleerling zijn diploma zou halen.

Woensdag

6.30 op. Telefoon. Mijn meerijder meldt zich ziek. Heb ik haar vorige week aangestoken? 8.10 De zwaarste dag van de week begint, zeven lessen achter elkaar. De collega wier klassenavond ik door de griep moest afzeggen komt lachend naar me toe. “Het is geregeld, je mag in de herkansing, de klas wil nóg een klassenavond en ik heb gezegd dat jij alles met ze zult regelen!” Giechelend over zoveel valsigheid lopen we naar onze lokalen.

De eerste uren verlopen rustig, beide klassen maken centrale repetities. Onder andere wiskunde. Een leerling moet iets berekenen en doet dit met twee rekenmachines tegelijk, hij weet niet zo goed met de percentageknop om te gaan.

Het blokuur 4 Mavo. Ik moet hen voorbereiden op het doen van 'Onderzoek in de eigen omgeving'. Moeilijk, zowel voor hen als voor mij, maar dat vertel ik ze niet. Want het is ook heel leuk: ze leren echt naar dingen te kijken, kennis toe te passen en samen te werken. Hier zit een mondeling tentamen aan vast. Mondelingen met deze leerlingen zijn heel erg leuk. Meestal komt een leerling wit en verkrampt binnen en na een minuut of tien zit je samen met de bijzitter en de kandidaat op niveau een geografisch absoluut verantwoord gesprek te voeren over de inrichting van een deel van onze aardkloot.

De leerlingen werken door, Bas en Doede heb ik niet eerder zo fanatiek gezien. Met Anouk (mijn Internetjuf, zij gaf mij mijn eerste 'going global'-les) en Daphne giechelen over de Chinese dierenriem, we blijken allemaal 'hond' te zijn en erg goed bij 'slang' te passen en helemaal niet bij...

Er volgen nog drie lessen en een examenvergadering. Dan zit je in een ritme, in een cadans alsof de harde schijf dol draait en niet meer kan stoppen. Op de snelweg merk ik dat vandaag, geflitst! Nou is mijn 0,75 procent loonsverhoging van februari ook alweer op.

Half zes. Thuis wacht een cadeautje; het huis is schoongemaakt! Met een glas wijn zak ik op de bank en weet niet hoe ik moet kijken van vermoeidheid. Morgen staken, voor minder lesuren. Of moet ik gewoon minder gaan werken volgend jaar en heel zuinig gaan leven? Over my dead body! Ik zal daar in de kracht van mijn leven vrijwillig uren gaan inleveren, alleen omdat ik in een achterlijk land woon dat niet wil snappen dat ik zo moe word omdat ik van mijn werk houd. Kom nou! Trouwens, ik heb niet eens een hobby!