Hoge Raad staat bij verkoop van softdrugs BTW-aftrek toe

ROTTERDAM, 31 JAN. Een Amsterdamse coffeeshophouder krijgt belastinggeld terug van de Hoge Raad. Het hoogste rechtscollege bepaalde onlangs dat ook de eigenaar van een coffeeshop waar softdrugs worden verkocht bij de omzetsbelasting de volledige BTW mag aftrekken.

Eerder stelde de belastinginspectie dat de eigenaar van een coffeeshop slechts voor een deel BTW mag aftrekken, omdat de ondernemer over de softdrugs die hij verkoopt ook geen BTW betaalt. De ondernemer ging hiertegen in beroep bij het Amsterdamse gerechtshof. Het hof stelde de belastinginspectie in januari vorig jaar in het gelijk. De coffeeshophouder ging hierop in cassatie.

De Hoge Raad heeft nu het vonnis van het Amsterdamse hof vernietigd. De Hoge Raad stelt dat in een coffeeshop behalve hasj en wiet ook allerlei zaken worden verkocht, zoals limonade en koffie, waarover de coffeeshopeigenaar wel BTW betaalt.

Dat er ook softdrugs worden verkocht speelt volgens de Hoge Raad geen rol. De Raad heeft de belastingheffing van de coffeeshophouder over 1992 en 1993 daarom teruggebracht van 8.766 gulden naar 1.748 gulden.