Het tweede heilige belastinghuisje

Eén van de meest invloedrijke lobby-clubs in Nederland is het verbond van verzekeraars. Wanneer het verbond spreekt spitsen de ambtenaren van Financiën de oren. Maar dat is niet altijd voldoende. Als het er echt op aankomt, bewijst een onafhankelijk onderzoek goede diensten. En het komt er echt op aan voor de verzekeraars in een confrontatie met VVD-minister Gerrit Zalm.

Sprekend over lijfrente- en koopsompolissen stelde deze eind vorig jaar in de Volkskrant: “Al die produkten, levensverzekering of belegging, zijn allemaal fiscaal gedreven. Ze zijn ervoor om te zorgen dat je, hoewel je rijk bent, toch geen belasting hoeft te betalen. Die produkten zijn maatschappelijk niet nuttig.” Maar ondertussen gaat het wel om de produkten waar de verzekeraars van leven. Daarom schakelde het verbond het Nipo in om de stelling van de liberale minister onderuit te halen.

Donderdag presenteerde professor Eric Fischer, directeur van het verbond, de onderzoeksresultaten van het Nipo. De boodschap is volgens Fischer duidelijk: er blijft geen spaan heel van de argumentatie van Zalm. Het zijn, zo toont het onderzoek aan, niet alleen de hogere inkomens die profiteren van de fiscale aftrekmogelijkheden die samenhangen met lijfrenten en koopsompolissen. Het gaat dan om een aftrek tot 10.000 gulden (voor alleenstaanden tot 6000 gulden) per jaar; oplopend tot een totaalbedrag van zo'n vijf miljard gulden vorig jaar. Uit het Nipo-onderzoek blijkt dat 70 procent van de mensen die van deze aftrekmogelijkheid benutten, een inkomen van minder dan 100.000 gulden heeft. In de onderzoeksperiode genoot zelfs een kwart van de mensen die een polis afsloot een inkomen dat onder de ziekenfondsgrens (60.000 gulden) lag. “Het is tendentieus en ten enenmale onjuist dat lijfrentepolissen uitsluitend door rijken worden afgesloten”, zo vatte Fischer de kritiek op de uitlating van Zalm samen. Het verbond heeft verzuimd om deze gegevens te vertalen naar absolute getallen. Immers de aftrek van de 30 procent mensen met een inkomen van meer dan 100.000 gulden kan een veelvoud zijn van de aftrek van de 70 procent mensen met een inkomen onder de 100.000 gulden.

Uit het onderzoek blijkt wel dat bijna 80 procent van de mensen een verzekering afsluit omdat hun pensioen (AOW en aanvullend pensioen) minder is dan 70 procent van het laatstverdiende loon. “De aanvulling van een lijfrentepolis is voor deze groep een absolute noodzaak om een fatsoenlijk pensioen op te bouwen”, aldus Fischer. “Als de basisaftrek wordt afgeschaft, neemt de politiek een onverantwoord risico en legt een zware hypotheek op de schouders van toekomstige generaties.”

Alle bombarie waarmee het verbond zich tegen Zalm keert lijkt wat overtrokken. Als elke uitlating van de soms losjes argumenterende bewindsman tot een Nipo-onderzoek moet leiden, krijgt de lobby-club het nog druk. Bovendien is Zalm helemaal niet van plan de basisaftrek voor mensen met een ontoereikend pensioen te schrappen. Misschien richt Fischer zich over de rug van Zalm vooral tot anderen die begerig kijken naar de miljarden die gemoeid zijn met de aftrek van pensioenpremies.

Naast het politieke struikelblok van de hypotheekrente-aftrek, gaat het om de enige echt grote aftrekpost. Dat is de nieuwe secretaris-generaal van Economische Zaken, de PvdA'er Sweder van Wijnbergen, zich volledig bewust. Hij richt zijn aandacht op de regel dat de pensioenpremie nu aftrekbaar is, in ruil voor latere belastingheffing over de pensioenuitkering. Dat is de zogenoemde omkeerregel. Zij kost de schatkist veel geld. In de eerste plaats wordt belastingheffing naar de verre toekomst verschoven; in de tweede plaats wordt er in die verre toekomst afgerekend tegen het relatief lage tarief dat geldt voor gepensioneerden. Van Wijnbergen wil die omkeerregel schrappen, wat betekent dat er nu geen aftrek meer is terwijl de latere uitkering onbelast blijft. “Dit is politiek onbesproken”, schrijft hij in zijn nieuwjaarartikel in het economenblad ESB “toch ligt daar de grote opening”. De hoogste ambtenaar van Economische Zaken typeert de belastingvrije pensioenpremies als de “grootste subsidie in ons belastingstelsel”.

Hij stoort zich er ook aan dat de beleggingswinsten van de pensioenfondsen voor een deel onbelast blijven. Van Wijnbergen gelooft dat door de afschaffing van de omkeerregel een “dramatische tariefsverlaging” mogelijk wordt. “Alle tarieven op alle vormen van inkomen kunnen naar 35 procent.”

Maar zo'n tariefverlaging interesseert de verzekeraars minder dan het vervallen van de 'subsidie' die hun bedrijfstak laat floreren. Nog bedreigender daarvoor is een plan van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs. Die gaat een stap verder dan Van Wijnbergen. Zij wil de claim die de fiscus nu heeft op de latere belastingheffing van de ooit te betalen pensioenuitkeringen in één keer afkopen bij de verzekeraars. Op die manier is een uniform belastingtarief mogelijk dat geen 35 maar nog slechts 25 procent bedraagt. Voor het verbond van verzekeraars is het nu de hoogste tijd om alles uit de kast te halen om snel een nieuw heilig huisje te introduceren: de aftrek van pensioenpremies.