Het lange-speelfilmdebuut van Miriam Kruishoop; Een in de knop gebroken filmtalent

ROTTERDAM, 31 JANUARI. Het is niet altijd mogelijk de kwaliteiten van een film te beoordelen los van de omstandigheden waaronder deze aan de openbaarheid prijsgegeven wordt.

Neem nu Vive elle, het lange-speelfilmdebuut van de 26-jarige Miriam Kruishoop, die vorig jaar afstudeerde aan de Gerrit Rietveldacademie. Vive elle is een Frans gesproken (Kruishoop zegt in interviews nooit een film met Nederlandse dialogen te maken, omdat ze die taal zo lelijk vindt), in Parijs voor een ultra-laag budget opgenomen film over een meisje van 25, dat naar haar identiteit zoekt. De vorm van de film is woest-experimenteel, met onconventioneel camerawerk, dat soms de hoofden van de acteurs niet compleet in het kader brengt. Was de film, zoals de regisseur aanvankelijk wilde, vorig jaar september tijdens het Nederlands Filmfestival voor het eerst vertoond, dan zouden de reacties ongetwijfeld overwegend positief geweest zijn: een blijk van talent van een non-conformistische jonge filmmaakster, leerlinge van Frans Zwartjes en winnares in 1996 van de Citroën Award voor de beste academiefilm (Da Silva), voor wie deze avontuurlijke eerste lange film een logische stap is naar een veelbelovende carrière. Helaas voor Miriam Kruishoop liep het anders.

Zij werd het slachtoffer van de concurrentiestrijd tussen Nederlandse filmfestivals en de begerigheid van haar distributeur, die een hype begon te construeren rond Kruishoop. Hij bezorgde de nog nooit in het openbaar vertoonde film een eervolle vermelding voor de L.J. Jordaanprijs en zwengelde via relaties bij het bevriende filmblad Skrien het gerucht aan dat Kruishoop een heel belangrijke film gemaakt had. Vive elle werd geselecteerd voor de competitie om de Tiger Awards van het Rotterdamse festival, op voorwaarde dat de film nergens eerder zou draaien, en zeker niet in Utrecht.

In Rotterdam betreedt de broze kleine film nu meteen de internationale arena, waar Vive elle te licht voor bevonden moet worden, zodat de hype averechts effect sorteert. Kruishoops stilistische originaliteit wordt immers zo goed als geneutraliseerd door de inhoud van de film, die samengevat kan worden als: “Ik wil dat iemand van me houdt, anders ga ik dood”. Voorbeeld: het is een briljante vondst om hoofdpersoon Agathe vanaf het dak van haar huis een schreeuwende conversatie te laten voeren met een vriendin beneden op straat. Maar de strekking van hun dialoog is plat en puberaal. Evenals in haar ook in Rotterdam vertoonde, Italiaanstalige korte film Vedette, gaat het om de ambivalente relatie tussen een onzekere, om aandacht schreeuwende jonge vrouw en diverse rolmodellen van hetzelfde geslacht: een nichtje, een zus, een vriendin, een moeder, een porno-actrice. Als die haar niet bieden wat ze zoekt, is geweld de enige uitweg.

In het licht van de verwachtingen die anderen rond Kruishoop trachtten te creëren, valt dan ook negatief op hoe ze zichzelf herhaalt, en hoe stomvervelend die kokette fotomodellen in de hoofdrollen eigenlijk zijn. Het voordeel van de twijfel, dat je iemand met een beetje talent graag gunt, is zo al opgesoupeerd voor de wereldpremière. Talent heeft Miriam Kruishoop wel, maar lang niet zo veel als de ook in Rotterdam ontdekte Ian Kerkhof, die die belofte nog steeds niet definitief heeft kunnen inlossen.