Het inkomen van de verpleegkundige

De verpleegkunde is een arbeidsintensief en verantwoordelijk beroep dat degelijke scholing vergt, maar verpleegkundigen worden niet naar rato betaald. Een zuster of broeder - termen die binnen de ziekenhuismuren niet meer worden gebezigd - verdient grofweg gemiddeld bruto tussen de drie- en vierduizend gulden per maand. Om daar bovenuit te komen is specialisatie vereist, maar ook dan ligt het maximumloon niet hoger dan vijfduizend gulden. De pijn wordt enigszins verzacht door de onregelmatigheidstoeslagen die vrijwel elke verpleegkundige ontvangt.

Het salaris van verpleegkundigen is vastgelegd in twee overeenkomsten: de CAO voor het ziekenhuiswezen (CAO-Z),bedoeld voor 'perifere' (gewone) ziekenhuizen, en het rechtspositiereglement voor academische ziekenhuizen (RRAZ), steeds vaker CAO-AZ genoemd. De CAO-Z is ingegaan per 1 oktober vorig jaar, de RRAZ per 1 april.

De salarissen van verpleegkundigen bij perifere en academische ziekenhuizen lopen bruto uiteen; de netto-verschillen zijn echter kleiner. Dit komt doordat beide soorten ziekenhuizen onder verschillende sociale regelingen vallen. Dit wordt overigens steeds minder. Verpleegkundigen bij academische ziekenhuizen worden daardoor wat betreft hun inkomen steeds minder behandeld als ambtenaren.

Zowel perifere als academische ziekenhuizen hanteren aparte salarisschalen voor leerling-verpleegkundigen en gediplomeerd personeel. Stagiairs krijgen de eerste negen maanden bruto 495 gulden zakgeld per maand. Leerling-verpleegkundigen die daarna tijdens hun studie blijven werken in een perifeer ziekenhuis, krijgen een vergoeding van 1.530 gulden bruto per maand in het eerste praktijkleerjaar tot 2.333 gulden in het derde en vierde jaar. Het salaris voor leerling-verpleegkundigen in academische ziekenhuizen komt daarmee ongeveer overeen: 1.577 gulden in de eerste leer/werk-periode tot 2.285 gulden in het laatste jaar.

Gediplomeerde verpleegkundigen bij perifere ziekenhuizen ontvangen een beginsalaris van 2.804 gulden. Bij goed functioneren krijgen zij elk jaar een salarisverhoging (een zogenaamde periodiek), tot het maximum van 4.150 gulden is bereikt. Bij academische ziekenhuizen is dat respectievelijk 2.833 en 4.369 gulden. Verpleegkundigen die zich hebben gespecialiseerd, bijvoorbeeld via een intensive care-opleiding, krijgen een hoger salaris, omdat zij meer scholing hebben, meer werkervaring en meer verantwoordelijkheid. Zij worden doorgaans één of twee schalen hoger ingedeeld, en verdienen ten minste rond de 3.000 gulden bruto, maar meestal meer. Hun maximumloon ligt rond de 5.000 gulden.

Bovenop hun salaris ontvangen vrijwel alle verpleegkundigen onregelmatigheidstoeslagen. Deze variëren, afhankelijk van het tijdstip waarop gewerkt wordt, tussen de 22 en 72 procent van het salaris. De laatste jaren zijn de tijdstippen waarop een onregelmatigheidstoeslag wordt verstrekt, veranderd. Zo worden doordeweekse diensten tussen zes en acht uur 's avonds niet meer extra beloond. Ook worden niet meer alle diensten op zaterdag beschouwd als onregelmatig.

Het meest verdienen verpleegkundigen die zijn opgenomen in de staf van hun afdeling of in het management-team van het ziekenhuis. Het salaris van een verpleegkundig afdelingshoofd (de vroegere 'hoofdzuster') kan oplopen tot ongeveer 6.000 gulden.

Werkgevers en bonden zullen dit jaar opnieuw aan de onderhandelingstafel plaatsnemen om afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden van het ziekenhuispersoneel. Bij eerder overleg werden onder meer structurele salarisverhogingen bedongen van in totaal 2,5 procent. Daarnaast was de 36-urige werkweek een belangrijk agendapunt. Deze is per 1 oktober vorig jaar al ingegaan bij de perifere ziekenhuizen en geldt vanaf 1 augustus ook bij de academische ziekenhuizen.

De ziekenhuizen kampen met een ernstig tekort aan verpleegkundigen. De invoering van de 36-urige werkweek maakt het daar niet beter op, omdat hierdoor een tekort aan personeel ontstaat. Bij de komende onderhandelingen tussen bonden en werkgevers moeten concrete afspraken worden gemaakt over de invulling van de 36-urige werkweek. Ook moet worden gezocht naar een oplossing van het personeelstekort. Loonsverhogingen van een paar procentjes meer' zijn mooi meegenomen, maar staan dit keer niet hoog op de agenda.