Doelen in Irak voor Amerikanen moeilijk te vinden

Eventuele Amerikaanse aanvallen op Irak zullen deze keer geen speldenprik zijn. Onder de opties zijn het bombarderen van de mogelijke bergplaatsen van massavernietigingswapens, hoofdkwartieren van de inlichtingendiensten, en commandocentrales. Maar succes lijkt niet verzekerd.

ROTTERDAM, 31 JAN. Terwijl een diplomatieke uitkomst voor het conflict tussen Irak en de Verenigde Staten over de wapeninspecties steeds verder verwijderd lijkt, hebben de Amerikaanse eenheden in de Golf een lijst Iraakse doelen opgesteld. We kunnen de massavernietigingswapens zelf bombarderen, de bijbehorende infrastructuur, de wapensystemen waarmee ze worden ingezet, of de organisaties die ze bewaken, heeft een woordvoerder van het Witte Huis al laten weten. 'Willen' lijkt hier echter meer op zijn plaats dan 'kunnen': de ervaring van de Golfoorlog en de luchtaanvallen daarna, wijst uit dat veel doelen uiterst moeilijk zijn te vinden.

Wat de doellijst ook moge zijn, één ding vast: 'speldenprikken', zoals herhaaldelijk uitgevoerd met de Tomahawk-kruisraketten, zullen het niet zijn. Generaal Zinni, bevelhebber van alle Amerikaanse eenheden in de Golf, heeft al een dagenlange campagne in het vooruitzicht gesteld. Zinni heeft daartoe in de regio een hele luchtarmada verzameld van zo'n 325 toestellen. Aan boord van de vliegdekschepen Nimitz en Washington bevinden zich in totaal ongeveer honderd toestellen die precisie-geleide wapens kunnen afwerpen. In de loop van volgende week moet de Nimitz worden afgelost door de Independence, maar door een periode van overlap kunnen de vijftig toestellen van de Independence bij de sterkte worden opgeteld.

Verder is er een omvangrijke expeditionaire luchtmacht gelegerd in Bahrein. Daaronder zijn twee zware B-1B Lancer bommenwerpers, van oorsprong onderdeel van de nucleaire strijdkrachten, maar sinds het einde van de Koude Oorlog uitgerust met een conventionele lading. In Koeweit zijn zes F-117 Nighthawk slecht voor radar zichtbare stealth-vliegtuigen gestationeerd, en op het eiland Guam zijn zes B-52 Stratofortress bommenwerpers gelegerd. Deze kunnen met kruisraketten of met conventionele bommen worden geladen. Dat is niet alles: de kruisers, destroyers en onderzeeboten die in de Golf-wateren koersen, hebben volgens een woordvoerder van het Pentagon meer dan 250 Tomahawk-kruisraketten aan boord: “dat is meer dan het totale aantal dat we in de Golfoorlog hebben verschoten.” Het Britse vliegdekschip dat ook naar de Golf is gedirigeerd, kan daar met een handvol gevechtsvliegtuigen weinig slagkracht aan toevoegen.

Het hoogst op de doellijst staan ongetwijfeld de bergplaatsen van de biologische en chemische wapens. Algemeen wordt aangenomen dat Irak een aanzienlijk deel van het B-, en C-wapenprogramma aan het oog van de UNSCOM, de Speciale Commissie van de Verenigde Naties die toeziet op de ontmanteling van de Iraakse massavernietigingswapens en ballistische raketten voor de lange afstand, heeft weten te onttrekken. Het zou dan vooral gaan om voorraden van het uiterst giftige VX, om een productie-faciliteit waar anthrax (miltvuur) wordt aangemaakt, en om de Scud-raketten die met deze substanties zouden zijn geladen.

De problemen die zich voordoen bij het vinden van de biologische en chemische wapens zijn kolossaal. Het VX is al jaren geleden aangemaakt en kan sindsdien op onvindbare plaatsen zijn verstopt. Het zenuwgas kan ook zijn opgeslagen in de vorm van twee op zichzelf onschuldige stoffen, die pas na een reactie met elkaar het VX opleveren. Voor het aanmaken van anthrax is niet meer nodig dan een fermentatie-vat ter grootte van een forse wasmachine.

De chemisch en biologisch geladen Scud-koppen, waarvan er volgens UNSCOM-chef Richard Butler misschien wel 45 zijn geproduceerd, zijn eveneens eenvoudig te verstoppen. Moskeeën, ziekenhuizen en de paleizen van Saddam lenen zich uitstekend als bergplaats, vooral als de poorten voor de Iraakse bevolking worden opengezet en bombardementen talloze burgerslachtoffers zouden maken. Ook wordt gespeculeerd over ondergrondse schuilplaatsen. De VS hebben wel in het kader van het zogeheten counter-proliferation-programma speciale bommen gemaakt die door tientallen meters beton heen kunnen boren alvorens te ontploffen, maar het penetratievermogen hiervan zou te kort schieten bij grotten met een dik natuurstenen dak.

Overigens bouwen de Amerikaanse strijdkrachten in het Nevada-proefgebied in de woestijn ondergrondse bunkers en gangenstelsels nagebouwd, die zijn gemodelleerd naar Iraaks, Iraans, Noord-Koreaans en Libisch voorbeeld. Deze levensechte maquettes - het zogeheten Tunnel Defeat Demonstration Program - doen dienst als proeftuin voor bomexperimenten, maar ook oefenen speciale eenheden er sabotage-missies.

Als de biologische en chemische wapens toch worden aangetroffen dient zich een volgend probleem aan: verspreiding van de giftige stoffen en bacteriën onder de Iraakse bevolking moet worden tegengegaan. De detonatie van de explosieven zelf geeft zoveel hitte af dat alle werkzame substanties vernietigd zouden worden. Bijna-treffers daarentegen, zouden een biologische of chemische fall-out kunnen veroorzaken. De mededeling van Irak dat de VS waarschijnlijk hun eigen bommen zullen vullen met chemische en biologische wapens moeten in dit licht worden bezien.

De vier-assige mobiele Scud-lanceerders zijn eveneens zo goed als onvindbaar gebleken. Hoewel een hele colonne aan logistieke benodigdheden de lanceerders volgt en het drie kwartier duurt om de Scud met vloeibare brandstof te vullen en voor de lancering gereed te maken, kon tijdens de Golfoorlog niet één zekere kill worden vastgesteld. Sindsdien zijn de sensoren om de Scuds op te sporen en de procedures om ze te vernietigen gestroomlijnd. De VS hebben zelfs enige tientallen lanceerders, inclusief Scud-raketten, van Hongarije gekocht om de radarecho en andere elektronische 'vingerafdrukken' van de wapensystemen te bepalen. Maar algemeen wordt aangenomen dat de Irakezen hun methodes om de resterende lanceerders te camoufleren - waarin ze zich tijdens de Golfoorlog meesters hebben betoond - ook hebben aangescherpt.

De organisaties en infrastructuren die verbonden zijn aan het programma voor de productie van de massavernietigingswapens, de inlichtingendiensten en de hoofdkwartieren en kazernes van de Republikeinse Garde, zijn wel een aantrekkelijk doel. Deze Garde, die tijdens de Golfoorlog aan vernietiging wisten te ontkomen doordat de VS 100 uur strijd wel genoeg vonden, vormt Saddam Husseins gewapende machtsbasis. Meer dan 2.000 Garde-tanks, duizenden pantservoertuigen en tientallen, sinds de Golfoorlog herstelde legerplaatsen, zijn niet eenvoudig te verbergen. Wat uiteindelijk de doelen ook mogen zijn, de Iraakse luchtverdediging zal als eerste worden uitgeschakeld.

Er is nog een laatste doel dat ongetwijfeld ook hoog op de lijst prijkt: Saddam Huessein zelf. “Zoals je vermoedelijk zelf al had bedacht”, vertelde een hoge Amerikaanse marine-officier vorig jaar bij een lunch tijdens een Londense wapenbeurs, “Hebben we gedurende Desert Storm erg ons best gedaan om Saddam te vinden.” De officier, die vroeger het bevel voerde over verschillende carrier battle groups, smaldelen geformeerd rond vliegdekschepen, doelde op de aanhoudende bombardementen gedurende de Golfoorlog met precisie-wapens op commando-bunkers en hoofdkwartieren. Bij een zo'n aanval, op de Al Amirija-schuilkelder in een buitenwijk van Bagdad, sneuvelden talloze burgers. Het 'onthoofden' van Irak behoort officieel niet tot de militaire opties die het Amerikaanse ministerie van Defensie in de huidige crisis met Irak overweegt - en is volgens richtlijn 12333, uitgevaardigd door de vroegere president Reagan, ook verboden. Maar de aanvallen op het paleis van de Libische leider Gaddafi in 1986 en de mededeling van de marine-officier doen op zijn minst anders vermoeden.

De onthoofding van Irak - onder andere gepropageerd door New York Times columnist Thomas Friedman - lijkt zonodig een nog onmogelijker taak dan het vinden van de B- en C-wapens. De Iraakse leider begeeft zich niet in de diep ingegraven commando-bunkers. Deze zijn voor de oorlog aangelegd door Duitse en Joegoslavische bouwondernemingen en deze hebben alle blauwdrukken en lokaties aan de VS overgelegd. Saddam kiest 's avonds uit een hele reeks mogelijke slaapplaatsen in villa's en, naar verluidt, zelfs in caravans. Bovendien bedient Saddam zich al jaren van dubbelgangers, afleidingsmanoeuvres en en van communicatie-methodes die niet zijn af te luisteren.