Docters-dossier

Ik kan niet tegen mensen die niet inzien dat ze een zak zijn. Je mag best een zak zijn, maar zie het in.' Dit mieterse aforisme debiteerde J.J. Voskuil deze week in Trouw. De meester in het analyseren van bureaucratieën en daarin gedijende karakters, had niet speciaal Arthur Docters van Leeuwen op het oog. Toch moest ik onmiddellijk aan de super-PG denken: iemand die zijn maat niet kent, zijn ambities niet kan beteugelen en daarom nooit met macht bekleed had mogen worden.

Waarom Sorgdrager uitgerekend Docters van Leeuwen als onderkoning van Justitie heeft binnengehaald, is een raadsel dat tijdens het Kamerdebat van woensdag niet werd opgehelderd. Wie zet nou de baas van de geheime dienst aan het hoofd van het openbaar ministerie? Wie vraagt aan een Raspoetin om de lucht in het zweethok te zuiveren?

Nooit eerder is er een chef van de Binnenlandse Veiligheidsdienst geweest met zoveel geldingsdrang en behoefte aan publiek machtsvertoon als hij. Voor de grap heb ik, sinds hij in 1989 directeur werd van de BVD, mijn eigen Docters-dossier aangelegd. Bij wijze van weerwerk, want ik vermoedde dat de BVD jarenlang in het geniep een dossier van mij had bijgehouden.

Mijn Docters-dossier was niet geheim, maar juist voor iedereen ter inzage. Het vulde zich als vanzelf. Collega's op de krant konden de her en der verschijnende foto's van de BVD-chef, tuk op self-exposure, haast niet aanslepen. Mijn bureauladen puilden al na een paar weken uit, zodat ik met mijn fotocollectie moest uitwijken naar een muur van het redactielokaal, waar ik een permanente tentoonstelling inrichtte. Zodoende heb ik een paar jaar dag in dag uit tegen het hoofd van Docters aangekeken. Mederedacteuren verdachten mij van een bizarre seksuele voorkeur (wat een eigenaardige pin-up!), maar in werkelijkheid was ik als de dood voor wat ik daar meende te zien: eigendunk, minachting voor mensen, zelfverheffing, megalomanie.

Toen Winnie Sorgdrager hem in 1995 aanstelde als 'super-PG' stond mijn hart bijna stil. Doorgrondde zij dan werkelijk niet dat zij de kat op het spek bond? Van iemand die via de PvdA en de VVD terechtkomt bij D66, kun je natuurlijk naïef vermoeden dat het een soepele, tot verandering van inzichten bereid zijnde geest betreft. Maar je kunt ook heel goed denken: hij aast coûte que coûte op een politieke carrière. Wat mij betreft was de rechtsstaat in gevaar vanaf de eerste dag dat deze uit zijn krachten gegroeide Dreverhaven het departement aan de Bordewijkiaanse Schedeldoekshaven betrad.

In mijn ogen was het enige voordeel van zijn benoeming tot voorzitter van de procureurs-generaal dat hij niet langer de leiding had van een geheime, vrijwel oncontroleerbare veiligheidsdienst. Maar daar stond de verontrustende gedachte tegenover dat het openbaar ministerie onder zijn regime ook wel eens als een geheime dienst zou kunnen gaan fungeren. Temeer omdat de verhalen over onwettige opsporingsmethoden al de ronde deden. De vergelijking OM-BVD is achteraf niet eens zo onzinnig: in Groningen blijkt Justitie gesprekken met journalisten op te nemen om te voorkomen dat de eigen vuile was wordt buitengehangen.

De afgelopen drie jaar is Docters van Leeuwen voortdurend buiten zijn boekje gegaan, niet alleen jegens de minister van Justitie en de politiek in het algemeen, maar ook in zijn privé-oorlogje tegen de persvrijheid. Kort na zijn aantreden als procureur-generaal zei hij in Trouw: 'Media die onnauwkeurig en onvolledig berichten over zaken die justitie aangaan en tevens het principe van hoor- en wederhoor achterwege laten, kunnen voortaan rekenen op een kort geding'. De VARA, die in het programma Zembla misstanden bij de Algemene Inspectiedienst openbaar wilde maken, dreigde hij - gelukkig tevergeefs - met een justitieel onderzoek.

Zijn volgende doelwit was het programma Lopende Zaken van de VPRO waarin een criminele informant van de politie vertelde door Docters van Leeuwen onder druk te zijn gezet om voor de commissie-Van Traa dingen te verzwijgen. Docters eiste daarop rectificatie en dreigde, alweer, met een kort geding, wat hij - kansloos natuurlijk - niet heeft doorgezet.

De man blijkt dol te zijn op dreiging met korte gedingen, of beter gezegd: op intimidatie en machtsvertoon.

Er zou eigenlijk een P.C. Hooft voor nodig zijn, om te beschrijven waar de ambtsopvatting van Docters in is uitgemond: een tafereel als uit de Nederlandse Historiën, overladen met 'lotwissel en menigerlei geval, gruwzaam van veldslagen, waterstrijden, belegeringen; bitter van twist; warrig van muiterij; beklad van moorddaad buiten de baan des krijgs; wrang van wreedheid, zelfs in pais.'

Muiters hebben vaak mijn sympathie, maar muitende machthebbers zijn gevaarlijk. J. Marijnissen van de SP - een soort Docters van Leeuwen van links - snapt dat natuurlijk niet. Hij diende een motie van wantrouwen in tegen de minister die eigenhandig aan de Muiterij der Machtigen een einde maakte. Zo'n motie getuigt in mijn ogen van weinig inzicht in de democratie, maar er is wel meer wat Marijnissen niet kan begrijpen. In een tussenzinnetje, argumenten vond hij overbodig, verwierp hij in de Kamer elke suggestie dat bij de muiterij tegen Sorgdrager ook seksisme een rol heeft gespeeld.

Mannen die dat ontkennen, verkeren in de veronderstelling dat het zou gaan om haar sekse. Maar de kwestie is niet dat de minister een vrouw is, de kwestie is dat het college van PG's blijkbaar bestaat uit regenteske, hanige corpsballen met te grote ego's, mannen die niet inzien dat zij zakken zijn.

Sorgdrager mocht wel in hun zandbak meespelen toen ze als laatst aangetreden procureur-generaal hun 'meisje Sorgdrager' was, maar ze mocht natuurlijk niet de baas over hen worden. Dat was te krenkend voor de ego's. Zouden de topmannen van Justitie van de crisis geleerd hebben wat J.J. Voskuil alle zakken van deze wereld voorhoudt?