Boekekast boekenkast: zelfde woordbeeld, maar ander gevoel

Spelfouten bemoeilijken het lezen, maar dat geldt niet voor alle typen. 'Gaudvis' of 'goudvis' maakt een groot verschil in woordbeeld, net als 'kaamerjas' of 'kamerjas'. Als zo'n woord - in een experiment - langzaam op een computerscherm verschijnt, wordt bij de eerste spelling de betekenis veel trager herkend dan bij de tweede.

Bij samenstellingen met wel of niet een tussen-n ligt dat heel anders. 'Boekenkast' wordt ongeveer net zo snel herkend als 'boekekast'. Het woordbeeld - ergens in ons brein opgeslagen - is daarbij kennelijk hetzelfde. Dit blijkt uit onderzoek van R. Schreuder, A. Neijt en F. van der Weide van de Universiteit Nijmegen en R.H. Baayen van het Nijmeegse Max Planck Instituut voor Psycholingu√Įstiek, dat binnenkort gepubliceerd zal worden in het tijdschrift Language and Cognitive Processes.

Niks aan de hand met de nieuwe spelling, zou je dus denken. Want erg zwaar zullen de omstreden veranderingen in die tussen-n kennelijk niet wegen. Maar helaas voor de Taalunie constateren de Nijmeegse onderzoekers in hun artikel Regular plurals in Dutch compounds: linking graphemes or morphemes? ook dat Nederlandse lezers nog altijd de tussen-n interpreteren als een meervouds-n. Proefpersonen blijken bij 'slangenbeet' een significant aantal milliseconden langer te moeten nadenken over de vraag of dit woord enkel- of meervoud is, dan bij het woord 'slangebeet' - en vergelijkbare woorden als brieve(n)bus, rokke(n)jager enzovoorts. Ooit is die tussen-n als genitiefuitgang in het woord terechtgekomen, maar dat gevoel is allang verdwenen. Ergens in het brein bevindt zich nu een taalinstinct dat in de tussen-n een meervoud ziet. En die gedachte was nu juist in de in 1996 ingevoerde nieuwe spelling afgeschaft. Zoveel mogelijk samenstellingen, of die nu als enkel- of als meervoud voelden, kregen toen een tussen-n. Ruggegraat werd ruggengraat.

Bij de verandering was indertijd aangenomen dat de -n in werkelijkheid helemaal niet als meervouds-n ervaren werd, neem bijvoorbeeld 'mannenstem'. De Nijmeegse onderzoekers bestrijden dit nu, op grond van de onderzoeksuitkomst dat de tussen-e of -en voor het woordbeeld inderdaad niet uitmaakt, maar wel voor de (onbewuste) interpretatie van het woord als meer- of enkelvoud. De nieuwe spelling slangenbeet in plaats van slangebeet brengt dus wel degelijk een betekenisverschil met zich mee: het is 'een beet zoals slangen die geven' in plaats van 'de beet van een slang'.