Beatrix kan nog veel van haar Spaanse collega leren

Het is geen makkelijke opgave aan het eind van de twintigste eeuw constitutioneel monarch te zijn, zeker niet als er feest gevierd moet worden.

Koningin Beatrix kreeg de afgelopen tijd de wind van voren vanwege het luisterrijke verjaarsdiner waarmee ze haar zestigste verjaardag luister bij wil zetten. Het rumoer is zelfs tot Spanje door gedrongen. Heel vorstelijk Europa eet in het Paleis op de Dam en daartoe is, zo meldt licht geamuseerd het Spaanse dagblad El País, rond het plein een soort staat van beleg afgekondigd. Het is iedere onbevoegde onderdaan verboden zich binnen een straal van honderd meter van het feestgedruis te begeven.

Juist Spanje gaf eerder deze maand het voorbeeld hoe het ook kan. De Spaanse koning Juan Carlos vierde net als Beatrix zijn zestigste verjaardag en reisde af naar de Spaanse vredestroepen in Bosnië. Er zijn mooie foto's van: de koning in zijn camouflage-uniform van opperbevelhebber van het leger, breed grijnzend, omgeven door de militairen van de Aragón-brigade die de majesteit schouder aan schouder en ontspannen een 'Lang zal Hij leven' toezingen. Nog dezelfde avond reisde hij terug naar Madrid, waar De Drie Tenoren in de Opera een concert voor hem hadden georganiseerd. Tijdens de aubade knapte de koning een uiltje. Tot slot een bescheiden feestje ter bekroning van een drukke dag. Iedereen tevreden.

Anders dan Beatrix, had Juan Carlos bij zijn aantreden in 1975 heel wat weerstanden te overwinnen. Spanjaarden houden niet van koningen. De laatste in een lange rij van nietsnutten, halve gekken en potentaten was Alfonso XIII. Na zijn land zes jaar opgezadeld te hebben met een ongrondwettelijke dictatuur bekeerde Spanje zich in 1931 massaal tot het instellen van een republiek. Ook geen eclatant succes zo bleek al snel, maar dat nam niet weg dat men vooralsnog zijn buik vol had van de monarchie.

Behalve als telg van een weinig geliefd geslacht, kampte Juan Carlos met het probleem dat hij was grootgebracht door dictator Franco. Die dubbele handicap maakte dat de Spaanse koning iedere dag zijn bestaan als vorst moest bevechten.Een duivelsopgave waar Juan Carlos wonderwel in slaagde. Als de hoeder van de overgang naar de democratie won hij het respect van het volk. De koning leeft op bescheiden voet en is veel op stap. Met de informele en warme manier waarop Juan Carlos publiekelijk naar voren treedt weet hij de Spanjaarden aan zich te binden. Anders dan in Nederland, waar de RVD als een moderne paleiswacht het volk op afstand houdt, is het vrij eenvoudig om de Majesteit de hand te drukken of een praatje te maken. De trouwpartijen van diens dochters waren volksfeesten. Juan Carlos mag van Spanje blijven, niet uit respect voor de monarchie, maar uit respect voor zijn persoon.

Ieder land krijgt de vorst die het verdient. In Nederland zijn de republikeinse gevoelens na de Bataafse Republiek gesmoord in een collectief beleden, schaapachtige berusting met de monarchie. Beatrix behoefde geen diepgeworteld weerstand te overwinnen. Haar afstandelijke, maar professionele taakopvatting wordt allerwege geroemd. Maar anders dan in vroegere tijden schept afstand van 'Ons Soort Mensen' eerder vervreemding dan vereenzelviging met een instituut dat zich in essentie moeilijk laat verenigen met de logica van een democratie. Dat zoiets zelfs een hecht geachte traditie onderuit kan halen, bewijzen de halsbrekende toeren die de Britse vorstin uit moest halen om haar gezicht te redden.

Monarch zijn, je zal het je ergste vijand niet willen toewensen. Een opgelegd noodlot, dat zich nog minder licht laat dragen met een verjaardagsfeest dat wordt verstoord door mokkende geluiden van het grauw buiten de paleismuren. Maar of het sprookje valt te combineren met de legitimatie van een modern staatshoofd wordt bepaald door de manier waarop de vorst de voeling met zijn volk onderhoudt, iedere dag weer. Die les heeft Juan Carlos bij zijn zestigste verjaardag beter begrepen dan Beatrix.