Alles voor het goede doel

Robert ten Brink trekt ten strijde tegen de armoede in Nederland. “Mensen zijn vaak zo alleen in hun verdriet en ellende. Dan is het toch heerlijk daarmee op tv een coming out te beleven?”

Gelukkig hadden ze nog een paar lege flessen in huis, Willem-Jan en Petra. Van het statiegeld kochten ze hun laatste brood. Maar nu het geld écht op is, zijn ze ten einde raad. “Ik heb de kinderen net een kopje thee gegeven. Verder krijgen ze niks tot het avondeten”, zegt Petra in tranen. Haar man verbijt zijn schaamte.

Wie ze gezien heeft, zal ze niet snel vergeten; de vertwijfelden uit het Veronica programma Make My Day. Veronica ging met het tonen van hun rauwe ellende in een amusementsprogramma weer een stapje verder op het gebied van de emotietelevisie.

Alles werd nauwkeurig in beeld gebracht. De ontluistering, de tranen, de foto van een overleden kindje. In ruil voor de hartverscheurende verhalen over ziekten, verkrachting, afpersing, hersenbloedingen en reuma, lenigde presentator Robert ten Brink hun financiële nood.

Het Nederlandse volk kon geld bieden om bij Robert ten Brink thuis een unplugged concert van Marco Borsato bij te wonen. Maar ook een weekje beachvolley met EÉs Nederlands bekendste voetballers op de Antillen was in de aanbieding. “Lekker eten, vier sterren. Dat mag denk ik best wel wat opbrengen”, had Richard Witschge daarover in de uitzending opgemerkt. Sponsoren als Playstation en Mazda stelden hun producten geheel belangenloos ter beschikking. Uitzendbureau START bood de kandidaten een nieuwe START met een nieuwe baan. Alles voor het goede doel.

Misschien waren de kandidaten zich er van bewust dat ze af en toe als kermisattractie fungeerden. Maar áls dat al zo was, dan was het ze waard. Robert ten Brink was aardig voor hen. En aan het eind wachtte een toekomst. Zonder schulden.

In de eerste afleveringen had Veronica terughoudendheid betracht. Kandidaten mochten telefonisch hun ellende verwoorden. Buiten het zicht van de camera en miljoenen kijkers. Maar dat werkte niet, vindt Robert ten Brink.

“We vonden het helemaal niks”, zegt hij aan de vooravond van een nieuwe serie Make My Day. “We hadden ermee willen voorkomen dat mensen zouden gaan roepen dat we na All You Need de zoveelste variant op het genre huil-televisie gingen maken. Maar ik voelde me weer net als twintig jaar terug, in een of ander vaag theaterprojectje. Het werd zo schijterig, zo keurig allemaal. Ik dacht: kom op zeg! We zijn zeker gek geworden ofzo, die mensen moet wél gewoon in beeld.”

De man die in 1991 met zijn All You Need Is Love Veronica het succesvolle antwoord gaf op de emotietelevisie van RTL4, lijkt kritiek weinig te kunnen deren. Even stoïcijns als hij zich op televisie al zes jaar staande lijkt te houden tussen het intense verdriet en de vreugde van zijn kandidaten, recht hij bij onbegrip zijn rug en gaat verder. En als dat niet werkt, haalt hij bakzeil. Zonder dralen.

Bijvoorbeeld als hem wordt verweten dat Make My Day weinig subtiel was. Door de montage van de beelden leek het soms wel of het Ten Brinks bedoeling was zijn gasten zo snel mogelijk een ontlading van verdriet en ellende te laten beleven. Vervolgens kwamen dan als deus ex machina het geld, en de tranen van blijdschap. De kandidaten waren met een vingerknip van messias Ten Brink van de hel in de hemel beland.

Ten Brink vond het soms ook wat te, zo geeft hij toe. “We hadden drie loodzware gevallen, die moesten even snel hun verhaaltje vertellen en dan kregen ze het geld en een nieuwe baan. Dat sloeg nergens op. Dat maakte het programma namelijk niet alleen heel voorspelbaar, het was ook niet goed al die tranen. Het was te veel en te vluchtig. In de nieuwe serie gaan we dat veranderen.”

Bijvoorbeeld door niet alleen de loodzware gevallen te behandelen, maar ook mensen die bijvoorbeeld geen dure leesbril kunnen betalen. Bovendien wil Ten Brink langer met de kandidaten optrekken. “Een uur opnametijd voor een item van vier minuten was te kort. We gaan in plaats daarvan een hele dag met de mensen op pad. We proberen wat meer de diepte in te gaan. Dan krijgen we ze misschien ook een beetje tot bedaren.”

Want de emoties die zijn verschijning soms oproept, zijn vaak onvoorstelbaar. “We hebben wel eens gehad dat we bij mensen alleen nog maar aan de deur kwamen of ze begonnen al te gillen: hij is er, hij is er.” Hij lacht minzaam om de vergelijking met Pavlov. “De mensen gaan inderdaad soms al kwijlen als ze me zien.”

Een man die goed doet voor de zwakkeren in de samenleving vindt de een. Een talentvolle charlatan die zijn zakken vult met het leed van anderen, vindt de ander. 'Een ware ambassadeur van de naastenliefde', vindt Veronica in een persbericht. Ten Brink is de discussies gewend. “Op een gegeven moment hadden we een echtpaar in de uitzending wiens kindje net was overleden. Ik heb hen toen voor de camera gevraagd of ze er geen bezwaar tegen hadden daarover op televisie te vertellen. Ik had óok met hen naar het grafje kunnen gaan. Dat heb ik op televisie ook wel eens gezien. Dus wat dat betreft vond ik onze aanpak nog rustig. Rustiger dan in de gemiddelde documentaire.”

Hij begrijpt dat er morele bezwaren zijn tegen zijn werk. Per slot van rekening maakt hij het gevoelige onderwerp armoede tot de kern van een amusementsprogramma. Maar hij wil zich er wel graag tegen verdedigen.

Hoezo offert hij zijn kandidaten op aan een amusementsprogramma? Ze krijgen het geld toch echt? Hoezo is het stuitend dat adverteerders reclame mogen maken door hun producten geheel belangeloos aan de kandidaten aan te bieden? “Ik moet wel”, zegt Ten Brink. “Want zonder Mazda zou de bijstandsmoeder geen auto gekregen hebben.”

Maar bekijk het ook eens van de andere kant, werpt hij tegen. “Wat is er nou leuker dan mensen na afloop van hun verhaal ook daadwerkelijk te kunnen helpen? Het is niet zo dat we alleen maar ellende lospeuteren. Het gaat naar iets aardigs toe. Mensen zijn vaak zo alleen in hun verdriet en ellende, dan is het toch heerlijk daarmee op tv een coming out te beleven? Dat er eindelijk mensen zijn die begrijpen, en er wat aan gaan doen.”

En ja, daarin gaat hij geen middel uit de weg. “Robert ten Brink roept mensen op die voor slechts Fl.100 gulden kans willen maken op een lichaamscorrectie als bijvoorbeeld een borstvergroting, face-lift, liposculpture etc. bij dokter Schoemacher van het Medisch Centrum Scheveningen”. Dat stond deze week in een advertentie op de voorpagina van het Algemeen Dagblad. Voor een echte Robin Hood gaat geen zee te hoog.