Wrange waarheden

Henk Voorwinde: De glorie van het vaderschap. Meulenhoff, 149 blz. ƒ 32,90

De glorie van het vaderschap is het eerste en laatste boek van Henk Voorwinde (1929-1997), die behoorde tot de nieuwe generatie copywriters en reclamemakers uit de jaren zestig. Het boek bevat zes wrange verhalen die zich afspelen in het Den Haag van de jaren dertig. De verhalen zijn meestal geschreven vanuit het perspectief van een ongeveer veertienjarige jongen, die bizarre situaties en vreemde figuren lijkt aan te trekken: een ziekelijke zwendelaar, een NSB'er met één hand, een foute, pedofiele oom. Maar de jongen is in de eerste plaats de zoon van een vader, en vaak een bijzondere vader.

De vader in het titelverhaal is prins Hendrik, de gemaal van koningin Wilhelmina. De prins heeft zijn onechte zoon, verwekt bij de 'wulpse' freule Diana van Renesse, ondergebracht in het gezin van tramconducteur Hanno. Anders dan de flierefluitende Prins-Gemaal is pleegvader Hanno een oprecht en plichtsgetrouw mens. Voorwinde weet hem met één veelzeggend detail te tekenen: toen hij nog postbode was bezorgde hij zijn brieven aan zijn geliefde buiten diensttijd, 'want de brieven waren niet gefrankeerd'. Als Hanno belaagd wordt door een horde die hem voor 'moffenknecht' uitmaakt, wijkt hij niet, en zegt: 'Ik ben de knecht van niemand. Ik verzorg een ongelukkige jongen'.

De halfbegrepen geheimen van het lichaam kwellen de jongen in een aantal van de verhalen. Seksualiteit lijkt het exclusief bezit te zijn van dubieuze figuren. In 'Maar goddank is er de liefde' wordt een vriendinnetje, dat de jongen toestaat even haar borsten aan te raken, ingepikt door zijn oom Kas; een NSB'er die ook na de bevrijding zijn stalen dolk met hakenkruis blijft koesteren. En in 'Het droeve verhaal van Pelle die liever Horst heette' gaat Pelle, de zoon van een socialistische kapper, bij de Jeugdstorm. Hij ontmoet Irml, lid van de Bund Deutscher Mädel, die zich voor hem ontkleedt. 'Wir bilden ein schönes Paar,' zei ze. 'Das Dritte Reich wird stolz sein.'

In het laatste verhaal, 'In Letland wonen helemaal geen beren', blijkt dat de voorafgaande verhalen afkomstig zijn van een zoon, die ze vertelt aan zijn zieke vader, tijdens lange wandelingen door Den Haag. Hij vertelt steeds dezelfde verhalen, 'ontleend aan mijn schooljaren en de vrienden- en kennissenkring die ik daaraan had overgehouden.' De vader blijkt 'k, de grote ziekte' te hebben, maar geneest op wonderbaarlijke wijze als hij de honderdduizend wint in de loterij. Geneest hij door de grote emotie die de prijs teweegbrengt, of door de verhalen van zijn zoon? De man wil nu hij beter is op zoek naar de waarheid achter de verhalen, tegen de zin in van de zoon: 'Ik gunde hem zijn waarheden wel, maar kon toch niet nalaten op te merken dat er op zo'n manier weinig meer te geloven overbleef.' Een verhaal en de waarheid, dat blijken twee zaken die elkaar slecht verdragen. Alleen in een verhaal kan, voor wie er in gelooft, een vader berendoder zijn in Letland, of plotseling genezen van een grote ziekte.

De verhalen in De glorie van het vaderschap geven blijk van gevoel voor dialogen en suggestieve details. De stijl is ingehouden, soms kortaf; met niet meer woorden dan noodzakelijk wordt de sfeer van de crisisjaren opgeroepen. Voorwinde vertelt met de levendigheid en soms nostalgische toon van iemand die zijn herinneringen ophaalt. Het Den Haag van voor de oorlog moet voor hem een groot reservoir van verhalen geweest zijn, waaruit hij slechts een greep heeft gedaan. De auteur is overleden toen hij het boek net af had, dus helaas zullen we nooit weten hoeveel volgende verhalenbundels dit boek in zich draagt.