Wie anders

“Als wij geen schepen meer kunnen bouwen, welke industriële activiteit is dan nog wel mogelijk?” Een hartenkreet van topman R. van den Heuvel van scheepsbouwer de Schelde na een gesprek met de minister van Economische Zaken om financiële steun? De tekst van de petitie van de ondernemingsraad voor de vaste kamercommissie van Economische Zaken? Een kredietvoorstel voor het zieltogende Industriefonds dat zijn geld niet kwijt kan?

Niets van dat alles. Het is een zinsnede uit een interview uit 1967 met mr. drs. H. Langman, toen onderdirecteur bij De Schelde en buitengewoon hoogleraar bedrijfseconomie. De latere minister van Economische Zaken, topbankier (eerst ABN, later nog even ABN Amro) en industriepaus in publieke en private dienst, wordt nu genoemd als adviseur om De Schelde door te lichten. Een kolfje naar zijn hand. Aan het begin van deze eeuw was De Schelde een van de tien grootste bedrijven in Nederland. Zal Langman na veertig jaar trouble shooting in de scheepsbouw nog een konijn uit de hoge hoed halen voor de volgende honderd jaar? Voor De Schelde-topman Van den Heuvel is het plezierig nieuws. Bij Fokker was hij financieel directeur toen Langman daar president-commissaris was.