VN: meer Iraakse olie voor voedsel

NEW YORK, 30 JAN. Secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties zal maandag aan de Veiligheidsraad voorstellen om Irak toe te staan voor ruim 2 miljard dollar extra ruwe olie op de markt te brengen in het kader van het 'olie-voor-voedsel'-programma. Dat meldden diplomatieke en VN-bronnen donderdagavond.

Het programma, dat vorig jaar is begonnen, vormt een uitzondering op de harde sancties die Irak in 1990, na de inval in Koeweit, werden opgelegd en beoogt een verlichting van de strafmaatregelen voor de Iraakse bevolking. Op dit moment mag Irak in zes maanden voor 2 miljard dollar olie op de markt brengen en met de opbrengst voedsel, medicijnen en hulpgoederen kopen. De Veiligheidsraad vroeg Kofi Annan in december aanbevelingen te doen voor verbetering van het programma.

Annans voorstel tot verruiming van de maatregel met nog eens 2 miljard is gebaseerd op aanbevelingen van VN-hulporganisaties in Irak en vereist goedkeuring van de Raad. De VN-bron, die inzage heeft gehad in het ontwerpvoorstel, zei dat de 2 miljard alleen van toepassing zullen zijn op de huidige, derde fase van het programma, die in juni afloopt. Van de 2 miljard dollar die Irak nu ontvangt voor zijn zesmaandelijkse olieleveranties, ontvangt het land 1,32 miljard om in humanitaire behoeften te voorzien. De resterende 700 miljoen worden gereserveerd voor herstelbetalingen aan slachtoffers van de Golfoorlog en voor de lopende uitgaven van de VN in Irak.

Frankrijk en Rusland hebben eerder verklaard dat het bedrag dat met het uitzonderingsprogramma is gemoeid ten minste moet worden verdubbeld. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië zijn van mening dat iedere verhoging gebaseerd moet zijn op nauwkeurig omschreven humanitaire behoeften. (AFP, Reuters)