Theatergroep Hollandia maakt voorstelling in een KLM-loods; De herrie van heftrucks vraagt om grote gebaren

Een aantal fabrieksdirecteuren durfde het niet aan. Maar Jacques Ancher van KLM Cargo zag wel wat in het idee van Theatergroep Hollandia om een fabriekshal te gebruiken voor een voorstelling. Morgen gaat Industrieproject 1: KLM Cargo in première.

Industrieproject 1: KLM Cargo door Hollandia in Vrachtstation 2 van KLM Cargo op Schiphol, 31/1 t/m 28/2 elke week op ma, di, wo, do en za, za 7/2 geen voorstelling, duur voorstelling inclusief maaltijd: 3 uur en een kwartier, aanvang 19.30u, Inl. (075) 631 02 31 of AUB Ticketshop (020) 621 12 11.

SCHIPHOL, 30 JAN. Vrachtstation 2 van KLM Cargo binnenwandelen is bedolven worden onder een vracht aan geluid. Vierentwintig uur per dag zijn in deze immense loods aan de rand van Schiphol honderden mensen aan het werk. Blauwe karretjes en heftrucks slijten hun banden op weg naar pallets vol pakjes. Heel veel pakjes. Je vraagt je af of iemand wel bij zijn verstand is om hier een theatervoorstelling te geven.

Voor regisseurs Paul Koek en Johan Simons van Theatergroep Hollandia gaat met Industrieproject 1: KLM Cargo gaat een lang gekoesterde wens in vervulling. Sinds 1985 voerde de drang naar bijzondere leegstaande gebouwen hen al langs een autosloperij, een sluis, een tuinderskas en een visafslag. Voor het eerst in de Nederlandse theatergeschiedenis worden er nu voorstellingen gegeven in een fabriekshal in bedrijf.

Simons: “We wilden nu eens een stap verder gaan. Ik wist van tevoren ook niet hoe dit zou uitpakken.” Door de aanwezigheid van werkende mensen verdwijnt het 'magische' van het theater, zegt hij. “Dat spreekt me aan. Ik hoefde niet zonodig de fabriek in om de arbeiders te verheffen”.

Industrieproject 1: KLM Cargo bestaat uit drie delen die op twee verschillende plekken in de hal zullen worden gespeeld. De koude Export Aanname Loods beneden wordt het podium voor deel één en drie. Boven op de kleingoedzolder speelt zich deel twee af tegen de achtergrond van de tachtig meter lange loods. Tijdens dit deel krijgen de bezoekers bovendien een vliegtuigmaaltijd aangeboden door KLM Catering.

“Voordat we hier gingen repeteren”, zegt Simons, “hebben de meeste acteurs een dienst meegedraaid met de loodsmedewerkers. Daardoor heerst er hier een hele open sfeer.”

Tijdens de repetities staan er altijd wel wat in het blauw gehulde mannen te kijken. De wagentjes die langs de decors rijden toeteren overdreven lang en knipperen met hun lichten. Alsof ze willen zeggen: alles leuk en wel, maar het blijft ónze loods.

Het vinden van een geschikte locatie had heel wat voeten in de aarde. Een aantal fabrieksdirecteuren durfde het experiment niet aan. Dat het uiteindelijk de KLM is geworden is volgens Simons en Koek voor een groot deel te danken aan 'meneer Ancher'.

De executive vice-president van KLM Cargo, Jacques Ancher, tevens voorzitter van de KLM kunstcommissie, ziet kunst als een manier om zijn loodsmedewerkers te motiveren. In de loods hangen enorme oliedoeken van jonge moderne kunstenaars, die tot doel hebben om discussie uit te lokken. De komst van Hollandia is voor Ancher dus niet alleen een vrolijk intermezzo, maar ook een onderdeel van zijn bedrijfsstrategie.

“Eén van de dingen die ik heb ontdekt”, zegt Ancher, “is dat kunst zich heel goed leent voor het creëren van betrokkenheid. Het werkt echt. Je hangt een aantal schilderijen op en de mensen gaan praten, hun mening geven. Die open sfeer is in onze steeds veranderende bedrijfstak een noodzaak. Hollandia zegt eigenlijk precies hetzelfde. Ik heb toen tegen ze gezegd: Ga je gang, we horen het wel.”

Zo lijken KLM en Hollandia elkaar te hebben getroffen in een uitzonderlijke versmelting van bedrijfsmatig toegepaste kunst en de artistieke toepassing van een bedrijf. Johan Simons: “Meneer Ancher moet natuurlijk winst maken, maar wil zijn werknemers ook een gevoel van betrokkenheid aanreiken. Dat hij ons daarvoor gebruikt voel ik niet als het opgeven van onze onafhankelijkheid. We zullen altijd de kritische nar blijven.”

De architectuur van de speelplek is bij Hollandia altijd belangrijk geweest. Vaak wordt eerst de locatie uitgezocht en dan pas het stuk. Industrieproject 1: KLM Cargo is zelfs volledig bedacht en geschreven aan de hand van de eisen en mogelijkheden van de loods.

Theaterwetten zijn per locatie verschillend. Deze hal, met zijn voortdurende gebrom en gepiep, vereist grote gebaren en volledige overgave van de acteurs. Vóór hun intrek in de hal repeteerde de groep in Zaandam. Uit boxen klonk gebrom om de acteurs alvast te laten wennen aan het spelen in de herrie. Uiteindelijk is toch gekozen voor huidkleurige microfoontjes op het voorhoofd van de spelers.

“Ik wilde ze eerst gewoon heel luid laten spreken”, zegt Simons, “maar de omstandigheden zijn daarvoor te zwaar. Het is nou eenmaal onze werkwijze, we zoeken de grenzen van het theater op.” Ook inhoudelijk liet de groep zich inspireren door het gebouw. Simons: “In de twintigste eeuw hebben we dankzij de technologische vooruitgang leren vliegen. Eén van de grootste dromen van de mens is werkelijkheid geworden. Toen ik voor het eerst deze loods binnenkwam drong die gedachte zich aan me op. We gebruiken de KLM, het vliegen, als metafoor voor het verwezenlijken van de utopie. De vraag is of de kwaliteit van onze huidige welvaartsmaatschappij nog wel overeenstemt met de aanvankelijke utopie.”

Om die vraag te kunnen beantwoorden voert Hollandia de toeschouwer in het eerste deel terug naar het begin van de eeuw, de tijd dat collectieve arbeid een garantie was voor welzijn en geluk. Op muziek van Louis Andriessens Workers Union uit 1975, dat destijds werd uitgevoerd in havens en fabrieken, wordt een 'mechanisch ballet' gedanst als 'ode aan de arbeid'.

Het laat zich raden dat van die idealen in het heden niet veel is overgebleven. Simons over deel twee: “Het arbeidersparadijs is er nooit echt gekomen. In de praktijk is onze welvaart af te meten aan wat we zien op RTL4. Wanneer onze parketvloer onder water komt te staan is dat een universeel drama. De mensen zijn gelukkig en willen eeuwig blijven doorvliegen. Maar hebben ze dan nog wel dromen?”

Een week voor de première waren de grenzen van het theater daadwerkelijk bereikt toen bleek dat het derde deel onspeelbaar was. In de hal beneden was de tekst van dramaturg Tom Blokdijk, “een zwaar tekststuk” over de filosofische aspecten van de utopie, onverstaanbaar, zelfs met microfoons. Besloten werd om de tekst in te spreken op een geluidsband.

Paul Koek ziet de noodzakelijke aanpassing als winst: “Het levert volgens mij een heel mooi beeld op. Alsof je kijkt naar mensen op wolken. Deze noodgreep is in zekere zin illustratief voor onze voorstelling. Je begint met een idee en langzamerhand vervormt het. Wat doe je als de dromen die je had anders uitpakken dan je gedacht had?” Johan Simons moet even nadenken, maar geeft dan het antwoord zelf: “Doordromen. Dromen zijn noodzakelijk om te kunnen overleven.”