Telefoongesprek opnemen mag

De vraag of telefoongesprekken mogen worden opgenomen is eenvoudig te beantwoorden. Dat mag. Maar dan dreigt wel het gevaar dat journalisten hun bron niet meer kunnen beschermen. Justitie in Groningen lijkt dit even over het hoofd te hebben gezien.

AMSTERDAM, 30 JAN. De persofficier van het parket in Groningen blijkt alle telefoongesprekken met journalisten op de band te hebben opgenomen.

Herleven de methoden van het stalinisme in Stad en Ommeland, zoals CDA-lijsttrekker De Hoop Scheffer suggereert? Het Wetboek van strafrecht stelt koeltjes dat het de gerechtigde op de aansluiting vrijstaat gesprekken af te luisteren of op te nemen, “behoudens in geval van kennelijk misbruik”.

Wat is misbruik? De PTT heeft jarenlang speciale meeluistercentrales aan bedrijven en instellingen geleverd voor controle op werknemers. Deze praktijk werd in 1977 in de Tweede kamer verdedigd door CDA-minister van Justitie Van Agt. De wet verbiedt hooguit meeluisteren “alleen uit nieuwsgierigheid of uit nog verwerpelijker motieven”. De rest was volgens de minister slechts een kwestie van “sociale ethiek”.

Hoofdredacteur/directeur Dijkhuis van RTV Noord meent wel degelijk een verwerpelijk - en dus verboden - motief te kunnen aanwijzen: het beroepsgeheim van de journalist wordt via een achterdeur aangetast. Dit beroepsgeheim is na een lange strijd op 10 mei 1996 erkend door de Hoge Raad.

Het valt inderdaad te betwijfelen of dit is doorgedrongen tot de justitie in het noorden, getuige de affaire van De Drentse Meren. Dit betrof een fraude-onderzoek waaruit kennelijk werd gelekt naar het Nieuwsblad van het Noorden. Het openbaar ministerie in Assen vroeg bij de PTT de printgegevens (gespreksspecificaties) op van telefoonaansluitingen van een journalist en een regiokantoor van het dagblad en een verdachte.

Dat was inderdaad een kwalijke inbreuk op het beginsel van bronbescherming. Deze bescherming is echter geen automatisme doch uitzondering en dient elke keer opnieuw zorgvuldig te worden afgesproken. Wie werkelijk uit is op vertrouwelijkheid laat zich niet bellen op kantoor, waar men weet door de werkgever gecontroleerd te kunnen worden. Een persvoorlichter is al helemaal niet per definitie een vertrouwelijke bron.

Juist omdat het journalistieke geheim zo zwaar bevochten is, dient het met precisie te worden gehanteerd. Iets anders is of de sociale ethiek van minister Van Agt niet met zich meebrengt dat men ten minste even laat weten dat gesprekken worden geregistreerd.

Maar los daarvan is het een veeg teken dat het Groningse parket zoveel waarde hecht aan het monitoren van gesprekken met journalisten. Dat doet het ergste vrezen voor de justitiële prioriteiten. Ook in Groningen lijkt de eigen (rechts)positie even voorrang te hebben boven het eigenlijke werk.