Onderwijsbonden moeten wennen aan strijdbaarheid

In het onderwijs zijn de verhoudingen veranderd: de directeur, ooit collega van leraren, is werkgever geworden. Het personeel mort, en de bonden moeten moeten actievoeren in plaats van vergaderen.

UTRECHT, 30 JAN. Kom niet aan met de lange vakanties, het goede salaris en de plezierige aard van het lerarenberoep bij de Amsterdamse lerares Frans Maaike Legrand. Zij heeft het echt zwaar: klassen met dertig “veeleisende” leerlingen, werkweken van vijftig uur omdat ze ook een deel van haar tijd conrector is, terwijl ze zo'n dertig uur betaald krijgt. En ze wordt ook nog vertegenwoordigd door bonden die zich bezighouden met “futiele, abstracte zaken”. Legrand is het zat.

Met enkele tientallen collega's, van de actiegroep Onderwijs, onderwijs, onderwijs (O-O-O), vormde zij gisteren de guerrilla onder de achtduizend actievoerders die het klaslokaal een middag hadden ingeruild voor de Utrechtse Jaarbeurshal. Op spandoeken, 'gele kaarten' voor de bonden, en in liederen die de toespraken van bondsbestuurders doorkruisten, vertolkte O-O-O de opvatting van veel aanwezige leraren, die niet terug willen van 28 lesuren naar 26 per week - zoals de bonden voorstellen - maar naar 22. Noorse collega's met een voltijdse baan staan veel minder uren voor de klas, en in die klas zitten bovendien veel minder leerlingen, hebben de O-O-O'ers uitgerekend. Van hen mogen de bonden AOb, Onderwijsbonden CNV, AbvaKabo en CMHF geen druppel water meer bij de wijn doen in de vastgelopen CAO-onderhandelingen met de schoolbesturen.

Eigenlijk zijn de Castricumse leraren van het J.P. Thijsse College, R. van den Ende (32) en H.J. de Haan (28) het hiermee eens. “Alleen is het irreëel om zoveel tegelijk te eisen, omdat er dan drie miljard gulden bij het onderwijs zou moeten”, zegt Van den Ende. Maar twee lesuren minder is ook voor hen slechts een eerste stap. Toegegeven, ze zijn jong en kunnen wel tegen een stootje, “maar wij moeten nog jaren meekunnen”, vertelt Van den Ende.

De Haan, die net “toch maar wel” lid is geworden van de AOb, vindt dat de leraren en de schoolbesturen zich tegen elkaar laten uitspelen door de bewindslieden van Onderwijs. “Politici gaan tenslotte over de begroting. Vroeger was de directeur je collega, nu is hij je werkgever, dat wringt. Het zou goed dus zijn als ook de besturen zich hard opstelden tegenover de politiek, want het is ook in hun belang dat de werkdruk vermindert - dat levert beter onderwijs op en maakt hun school aantrekkelijker.”

Veel van de stakende leraren in de Jaarbeurs weten zich overigens gesteund door hun directeur en hun bestuur. Ik heb er begrip voor dat jullie staken, zei het schoolhoofd van lerares J. van Rijk uit Bleiswijk nog tegen zijn personeel. Van Rijk en haar collega M. van de Zwaar zullen in februari weer van de partij zijn en ook zij vonden het de hoogste tijd dat de bonden tot actie overgingen. “Ze moeten ook aan het publiek duidelijk maken dat wij overwerkt zijn”, aldus Van Rijk. “Zelfs als de Sorgdrager-toestand het nieuws domineert.”

Waar vroeger een gebalde vuist op de spandoeken en vijfduizend rode petjes van de bonden te zien zouden zijn geweest, wijst nu een vinger. 'Druk de werkdruk', luidt de bescheiden slogan. De bonden, die zich jarenlang hebben opgesteld als 'realistische' partners in het onderwijs-polder-overleg, moeten even wennen aan hun hervonden strijdlust.