Mahatma Gandhi leeft niet meer in India

Op 30 januari 1948 werd Mahatma Gandhi in Delhi doodgeschoten door een hindoe die vond dat hij teveel opkwam voor de moslims. Vijftig jaar later zijn de misstanden waartegen de 'Vader van India' vocht nagenoeg dezelfde. Alleen de Britten zijn verdwenen.

AHMADABAD, 30 JAN. Er hangt een weldadige rust over Satyagraha Ashram, een oase in de miljoenenstad Ahmadabad in de westelijke deelstaat Gujarat. In een kamertje van vier bij vier meter, op een paar passen van de hoge oever van de Sabarmati-rivier, vocht Mohandas Karamchand Gandhi vanaf 1917 dertien jaar lang zijn strijd van satyagraha (de kracht van de ziel), het vredelievende en passieve protest tegen het onrecht op het Indiase subcontinent.

De enige aardse voorwerpen die de Mahatma nodig had zijn er nog: de houten sandalen waarmee hij honderden kilometers liep, het zitkussentje waarop hij duizenden uren mediteerde, de tafel waaraan hij vierduizend brieven schreef en het spinnewiel, Gandhi's symbool van zelfredzaamheid van de bevolking, nog steeds terug te vinden in de Indiase vlag. In een hoek staat de wandelstok waarmee hij op vrijwel alle standbeelden in India wordt afgebeeld.

Sanjay Kumar, een bankier uit Pune, kijkt stil in de rondte. “Indiërs kennen Gandhiji nog net”, zegt Kumar, het van respect getuigende achtervoegsel 'ji' gebruikend. “Maar naar zijn idealen leven doet niemand. Gandhiji kwam op tegen corruptie, geweld, armoede, het kastensysteem, analfabetisme, religieuze intolerantie. Alles is er nog. Misschien wel erger dan vijftig jaar geleden. We zijn te hebberig, te veel op macht belust, te weinig solidair.”

Een oude man die naast het huisje achter een spinnewiel zat, stapt binnen. “Christenen zijn ook niet in staat te leven als Jezus Christus, net zomin als hindoes kunnen leven als Gandhiji”, zegt hij. “Gandhi was als Jezus.”

Siddart Desai, nu zeventig jaar oud, was twintig toen hij Gandhi zag sterven tijdens een gebedsdienst in de tuin van Birla House in Delhi. “Ik zat er vlakbij toen Nathuram Godse de schoten afvuurde. Ik heb Gandhi de laatste jaren van zijn leven overal gevolgd”, zegt Desai. Emotie toont hij niet als hij vertelt hoe hij op 30 januari 1948 zijn leidsman uit zijn leven zag verdwijnen. “We zagen het aankomen. Er was vlak daarvoor al een mislukte aanslag gepleegd. Gandhiji weigerde bescherming. Dat paste niet in zijn levensovertuiging.”

Gandhi was hindoe, maar noemde zichzelf tegelijkertijd moslim, christen, boeddhist en hindoe. Hij had in de laatste jaren van zijn leven vijanden gemaakt, vooral onder hindoes. Hij was uiterst teleurgesteld over de manier waarop India in augustus 1947 zijn onafhankelijkheid van de Britten verkreeg. Hij had een verenigd India voor alle geloven gewild, zonder een aparte moslimstaat: Pakistan. Tijdens de uiterst gewelddadige volksverhuizing - miljoenen moslims trokken van India naar het nieuwe Pakistan, hindoes en Sikhs van Pakistan naar India - trok Gandhi als vredestichter naar de steden waar de rellen het hevigst waren. Bij de Indiase regering dwong hij af dat het islamitische Pakistan 125 miljoen dollar kreeg omdat het land deel had uitgemaakt van India.

“De mensen moeten niets meer van Gandhiji hebben”, zegt Arun Srivastava, journalist van de Indian Express in Bihar, waar Gandhi in zijn passieve verzet tegen de Britten begon. Dertig jaar later, bij de scheiding van India en Pakistan, keerde hij in Bihar terug om strijdende hindoes en moslims tot vreedzame coëxistentie te bewegen. Tegenwoordig is Bihar één van India's meest gewelddadige en corrupte deelstaten. Vorig jaar verdween de premier van Bihar in de gevangenis op verdenking van een miljoenenfraude met overheidsgeld. “De politici gebruiken de naam Gandhi te pas en te onpas, schermen met zijn lessen over vredelievendheid, eerlijkheid en gelijkheid”, zegt Srivastava. “Tegelijkertijd zien de burgers de onvoorstelbaar corrupte praktijken van iedereen die met de Indiase politiek in aanraking komt. Zeker de jeugd kan zijn naam niet meer horen, want die wordt geassocieerd met corruptie. Zijn naam is een consumptieprodukt geworden voor alle autoriteiten: ouders, leraren en politici. Als de mensen wisten waar Gandhi voor stond, dan was de huidige generatie politici al lang weggeweest. Gandhi leeft niet meer.”

Ajay Nirala, een jonge onderwijzer aan een schooltje in het arme gehucht Pilkhi in Bihar, kan zich niet voorstellen wat Gandhi voorhad met zijn passieve verzet tegen onrecht. Typerend genoeg is zijn held uit India's onafhankelijkheidsstrijd Subhash Chandra Bose, een krijgshaftige revolutionair uit Bengalen wiens gevecht tegen de Britten alles behalve passief was. “Zonder geweld kun je niet vrij worden”, zegt Nirala. “Moet je een overvaller al je geld overhandigen? Mensen laten zich niet bestelen, aftuigen of hun gezin uitmoorden zonder te vechten.”

Zijn dorpsgenoot Shogiya, een 64-jarige boerin die Gandhi op jonge leeftijd nog zag in Bihars hoofdstad Patna en nu leeft in één van de armste streken van India, stemt met hem in. “Er is heel veel veranderd in India, maar de armoede is er nog steeds en de corruptie is alleen maar erger geworden.” Naast haar schreeuwt Ganesh Prasad, een 68-jarige man: “De politici zijn dacoits (bandieten)!”

Hoewel India met naar schatting 970 miljoen inwoners de grootste democratie ter wereld wordt genoemd, is het land in zijn vijftigste levensjaar verre van vrij. Het kastensysteem heeft scheuren opgelopen, maar is nog dagelijks voelbaar in alle geledingen van de maatschappij. Overal komt geweld gebaseerd op ras of religie voor.

In de noordoostelijke deelstaten, zoals Assam, Manipur of Nagaland, voeren vele militante groeperingen een bloedige guerrillastrijd tegen autoriteiten, andersdenkenden en tegen dorpelingen met een andere taal of religie. In januari werden op verschillende plaatsen in Assam vijftig burgers doodgeschoten. In Bihar en Uttar Pradesh zijn het de hoge en de lage kasten die elkaar naar het leven staan, met tientallen slachtingen per jaar tot gevolg. In het noordwesten is Kashmir nog altijd onrustig. Afgelopen weekend nog werden in een dorp nabij Srinagar 22 hindoes afgeslacht, vermoedelijk door moslim-seperatisten die streven naar een onafhankelijk Kashmir. In Madhya Pradesh schoot de politie een twee weken geleden 17 demonstrerende boeren dood. Aanslagen op een aantal treinen schrikten het zuiden eind vorig jaar op, in de hoofdstad New Delhi werden vorig jaar 22 bomaanslagen gepleegd, waarvoor nooit één dader werd aangehouden.

De zonnige ashram in Ahmadabad: het modeldorpje waar Gandhi tussen 1917 en 1930 met zijn volgelingen spon, las, schreef, mediteerde, nadacht en vastte, vanwaaruit de “halfnaakte fakir” - zoals Winston Churchill Gandhi kwetsend noemde - miljoenen Indiërs mobiliseerde en ongehoorzaamheid aan de Britten predikte, waar hij met succes een aantal hongerstakingen ondernam om hindoes en moslims tot elkaar te brengen en alle hindoewetten overtrad om onaanraakbaarheid van kastenloze aan de kaak stelde. Hij begon er zijn befaamde mars naar Dandi om zout op te rapen van het strand, een handeling die door de Britten was verboden, en waar hij zich met tientallen medestanders vrijwillig liet aftuigen en arresteren, waarna tienduizenden volgelingen hetzelfde deden.

Siddart Desai kijkt in gedachten verzonken naar de stok van de Mahatma, Gandhi's erenaam, 'Groot Mens'. “Het land stevent op een burgeroorlog af”, zegt hij. “De bevolking wil minder werken en meer geld. Waarom is Japan, zo'n klein land, zo succesvol geworden? Hard werken. Geen volk is zo egoïstisch als dat van India. Niemand wil geld geven aan de armen, niemand is geïnteresseerd in de ontwikkeling van het platteland, de miljoenen in de slums, onderwijs voor armen of verbetering van de medische of sanitaire voorzieningen. Gandhi deed zoveel voor anderen, dat hij vervreemd raakte van zijn eigen gezin.”

Eén van de verschillen met vroeger, zegt Desai, is dat de arme burgers uit de lage kasten zich niet meer in hun lot schikken. Vroeger waren het de dalits, de kastenlozen, nu zijn het de armen, 40 procent van de bevolking. “India stevent af op een burgeroorlog tussen arm en rijk.”

Desai was in het verleden lid van de ooit machtige Congrespartij van Mahatma Gandhi en van de Nehru-Gandhi (geen familie) dynastie, maar hij zei de politiek zeven jaar geleden vaarwel - wegens de corruptie, de machtswellust en het gebrek aan solidariteit met de onderdrukten. “In alle geledingen van de partij komt corruptie voor”, zegt hij.

“In deze bureaucratie is het te gemakkelijk om veel geld te stelen van de overheid. Niemand kan dat weerstaan. Ze weten dat ze rijk worden ten koste van de armen. Ik wilde daar niet meer bijhoren. In de tijd van Gandhi was de armoede in India ook schrijnend. We hadden de Britse overheersing, maar ik geloof werkelijk dat het toen beter was dan nu. Het is misschien wel goed dat Gandhiji dit niet meer kan zien.”

Anderen zijn minder pessimistisch, zoals de gepensioneerde leraar Hindi en Engels, Anil Battacharya, in Rajgir in het turbulente Bihar. “India gaat door een gewelddadige fase. De jonge generatie is Gandhiji vergeten. Er komt een tijd dat de bevolking inziet dat Gandhi's ideeën eeuwig zijn en niet ouderwets. Men zal beseffen dat geweld niet de oplossing zijn.”

Deen Dayal Dashottar, voormalig werker in tal van armenprojecten en nu hoofd van de Gandhi Vredesstichting in Udaipur, Rajasthan, gelooft niet dat de jeugd Gandhi niet meer kent. “Er zijn heel veel jonge mensen die met Gandhi's ideeën werken, niet alleen in India maar over de hele wereld. De wereld erkent de betekenis van Gandhi. Het tijdperk van de massabewegingen is voorbij. Nu zijn het individuen die het pad van Gandhi bewandelen.”