Lezen met een schaakspel naast je elleboog

Esmé Lammers: Lang leve de koningin. Met illustraties van Annemarie van Haeringen. Uitgeverij Leopold. 180 blz. Vanaf 10 jaar. ƒ 32,50

Een Gouden Kalf en de Cinekid Award voor de beste film van 1995: Lang leve de koningin was een van de meest succesvolle kinderfilms van de afgelopen jaren. Monique van de Vens stralende ogen als de witte schaakkoningin en de slierterige haartjes van hoofdrolspeelster Tiba Tossijn, als een op school onbegrepen meisje dat wil weten wie haar vader is, bekoorden kinderen en volwassenen.

Esmé Lammers, scenariste en regisseuse, bewerkte het script tot een kinderboek. Het verhaal verloopt in grote lijnen hetzelfde als de film. Aan het begin moet Sara een opstel schrijven over haar vader. Klaarblijkelijk woont ze in een klein ouderwets dorp, want zij is de enige in de klas die zonder vader opgroeit. Ze schaamt zich en schrijft over een 'hij' die vroeger zeeman was en bij haar in huis woont: haar grootvader van moeders kant. De meester wordt daar meteen een beetje nijdig over: 'Gaat het opstel soms over je opa, Sara? (-) De opa die zegt dat je sommige dingen niet hoeft te weten omdat je ze kan opzoeken?' Door een min of meer toevallige samenloop van omstandigheden gaat Sara vermoeden wie haar vader is.

Het boek is niet zo geslaagd als de film. De personages zijn zo dik aangezet dat ze ongeloofwaardig zijn. Opa is een en al nobele inborst, klasgenoot Mariette is een klein secreet. Zij heeft juist wel een vader, die voortdurend glanst van trots over zijn dochtertje. In een film is het snel typeren van de figuren noodzakelijk. Bovendien is de identificatie met Sara daar sterker, de kijker ziet de dingen per definitie vanuit haar oogpunt. In het boek, waar een alwetende verteller aan het woord is, ontstaat vanzelf de behoefte aan meer nuance. De verleden tijd waarin het verhaal gesteld is, geeft het iets stroperigs.

De opzet van Lang leve de koningin is tweeledig. Behalve een spannend verhaal met een wensvervullende ontknoping wil het een origineel handboek zijn om mee te leren schaken. Het loont de moeite om het (voor) te lezen aan tafel met naast je elleboog een schaakspel. Sara schaakt verschillende partijen die achterin het boek helemaal uitgeschreven zijn, maar ook in de tekst als dialoog tussen de schaakstukken voorkomen. Annemarie van Haeringen tekende in de kantlijn op kleine geblokte vierkantjes de diverse stellingen, maar dat is niet verhelderend genoeg.

De spelletjes schaak zijn ontleend aan partijen die Max Euwe, de grootvader van Lammers, ooit beschreef of speelde. Sara praat met de stukken. Samen met haar grote vriendin de witte koningin, tot op zekere hoogte haar beschermengel, 'bedenkt' Sara hoe het spel gaat. Zij willen de witte koning afbrengen van zijn wens om oorlog te voeren.

Als kinderboek is Lang leve de koningin niet helemaal gelukt, maar als schaakleerboek is het meeslepend. Ook voor de lezer komen de stukken op het bord tot leven: 'Het zwarte paard Kasper begon te trappelen. Hij wou niets liever dan achter de linies vandaan komen. Bovendien zag hij dat hij de witte soldaat op d5 kon aanvallen. Hij gebaarde wild naar Sara.'