'Grondsanering in 25 jaar afgerond via marktsector'

UTRECHT, 30 JAN. Met de inzet van de markt kan de sanering van de verontreinigde grond in Nederland over 25 jaar zijn afgerond. Het kabinet wil via financiële, juridische en fiscale maatregelen marktpartijen stimuleren om te investeren in bodemsanering. Daarmee kan het bedrag van een miljard gulden dat nu landelijk jaarlijks aan de schoonmaak wordt uitgegeven, tot twee miljard toenemen.

Minister M. de Boer (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu) zei dit gisteren bij de officiële afsluiting van de sanering van het Utrechtse Griftpark, met 250 miljoen gulden tot nu toe het duurste bodemsaneringsprogramma in Nederland. Bij het Griftpark is ervoor gekozen de verontreiniging, afkomstig van een vroegere gasfabriek, met een diepe damwand in de grond 'in te pakken'. Het grondwater in het park moet voortaan worden opgepompt en gereinigd.

Volledige schoonmaak zou meer dan een miljard gulden hebben gekost. De damwandconstructie wordt nu ook toegepast bij de aanpak van de Diemerzeedijk.

Volgens de minister is het Griftpark een voorbeeld van het nieuwe beleid inzake bodemsanering, waarbij voortaan wordt gekeken naar het toekomstig gebruik van de vervuilde locatie. Vaak is het niet nodig de grond volledig schoon te maken. Dankzij die nieuwe aanpak en de verhoging van het saneringsbudget door het kabinet met 1,5 miljard gulden per jaar tot het jaar 2010, zou de sanering van Nederland in veertig jaar kunnen zijn afgerond, een halvering ten opzichte van de tachtig jaar die tot voor kort nodig werd geacht. Vooral in stedelijke gebieden, waar verontreinigde grond vaak lange tijd braak ligt, kunnen particuliere investeringen volgens de minister heilzaam werken.

Namens de aannemerscombinatie die de sanering van het Griftpark heeft uitgevoerd, sprak directeur M. Kroezen van Heijmans Milieutechniek de vrees uit dat een te ver doorgevoerde flexibiliteit in het beleid ten koste gaat van de voortvarendheid. Als alles 'locatiespecifiek' wordt opgelost, ontstaat het gevaar van rechtsongelijkheid, aldus Kroezen.

Eind vorig jaar wees de Nederlandse vereniging van procesmatige grondreinigingsbedrijven (NVPR) op het grote aandeel dat ingenieursbureaus hebben in de saneringskosten. Van de 1 miljard gulden die jaarlijks aan bodemsanering wordt uitgegeven, zou slechts 150 miljoen gulden worden besteed aan de daadwerkelijke reiniging.

Een woordvoerder van VROM zegt niet te weten hoe de aannemers tot hun berekening zijn gekomen. Zij wijst erop dat de grondreinigers de afgelopen jaren sterk zijn gegroeid en dat hun omvang zich wellicht minder goed verdraagt met een meer flexibele aanpak.