Geen Nobelprijs Gandhi

OSLO, 30 JAN. Uit het archief van het Nobel Instituut blijkt dat Mahatma Gandhi drie keer werd genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede, in 1937, '47 en '48. Toch heeft hij de prijs nooit gekregen.

In 1937 zou de Nobelprijs te vroeg zijn gekomen. In 1948 kwam hij net te laat: twee dagen voor de sluiting van de nominaties op 1 februari werd Gandhi vermoord. De prijs werd in dat jaar niet uitgereikt omdat er volgens het comité “geen passende levende kandidaat” was. Dat woord 'levende' werd indertijd opgevat als een eerbewijs aan Gandhi, maar het Nobel-comité had wel degelijk de mogelijkheid gehad de prijs postuum aan Gandhi uit te reiken.

Ook in 1947 ging de prijs niet naar Gandhi, de pacifistische Quakers wonnen dat jaar. Vergaderingen van het comité werden niet genotuleerd, daardoor zijn er slechts een paar korte notities. Volgens één biefje was 1947 voor Gandhi “het jaar van zijn grootste overwinning en grootste verlies - India's onafhankelijkheid en deling”. Noorse historici zeggen dat er nog andere redenen zijn.

Volgens Helge Pharo hadden Noorse politici in die tijd een “paternalistische” houding tegenover de Derde Wereld, waardoor hun kandidaten weinig kans maakten - de Argentijn Carlos Lamas was in 1936 de enige niet-Europeaan en niet-Noord-Amerikaan die tot dan toe de Nobelprijs kreeg. Historicus Olav Riste denkt dat ook de pro-Britse houding van de Noren na de Tweede Wereldoorlog een rol zal hebben gespeeld. (Reuters)