Familiegeschiedenis Rentes de Carvalho; Een tikkende tijdbom

Uit: J. Rentes de Carvalho, ErnestinaJ. Rentes de Carvalho: Ernestina. Uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens. Atlas, 318 blz. ƒ 39,90

In het dagboek dat hij van zijn 64ste tot zijn 65ste verjaardag bijhield en dat een jaar later als Tussenjaar werd uitgegeven, liet J. Rentes de Carvalho zich niet altijd van zijn meest charmante kant zien. Knorrig stelde hij op 30 augustus 1994 vast dat hij meestal aardig werd gevonden. Zelf wist hij wel beter: die vriendelijkheid was een dekmantel voor een gewelddadig innerlijk. 'Ik ben niet vriendelijk van nature, maar omdat ik weet dat ik een tijdbom met een ontregelde ontsteking in mij draag.'

Nu is het natuurlijk de vraag of niet in ieder mens zo'n tijdbom met ontregelde ontsteking huist die in onverwachte omstandigheden af kan gaan, maar bij Rentes lijkt het ook een erfelijke kwestie. Op het omslag van zijn nieuwe boek, Ernestina, staat de titelheldin afgebeeld, die ook de moeder is van de schrijver. Met een gezicht als een oorwurm. Getekend door melancholie of woede, of door een mengeling van beide. Ook haar ouders hadden een explosieve kant in zich, net als haar man en zíjn ouders. De zachtjes tikkende en van tijd tot tijd ook ontploffende tijdbom is een van de rode draden in de familiegeschiedenis die Rentes reconstrueerde en die loopt van ongeveer 1880 tot 1945, toen hij zelf 15 jaar oud was. Hij baseerde zich daarbij op eigen herinneringen en op uiteenlopende verhalen uit de eerste, tweede of zoveelste hand. Onbeheersbare drift, zo blijkt dan, komt ook buiten de familie voor, in het bergdorp Estevais bijvoorbeeld, in het noordoostelijke gedeelte van de provincie Trás-os-Montes waar een belangrijk deel van de familiegeschiedenis zich afspeelt. Een van de dorpsbewoners, een smid, wordt omschreven als een kindervriend, altijd bereid om kinderen toe te laten in zijn smidse en ze geduldig van tekst en uitleg te voorzien. Maar thuis met vrouw en eigen kinderen is hij een monster.

Dat Rentes een speciaal oog heeft voor wat je gespleten persoonlijkheden zou kunnen noemen, lijkt mij niet zo vreemd voor een Portugees die al ruim dertig jaar in Nederland woont, maar nog altijd in zijn moedertaal schrijft. Ook in de financiering van Ernestina deelt zich een eigenaardige gespletenheid mee. Voorin het boek wordt gemeld dat Rentes voor het schrijven van het Portugese origineel een werkbeurs van het Fonds voor de Letteren kreeg, terwijl de Nederlandse vertaling door Harrie Lemmens gedeeltelijk gesubsidieerd werd door het Portugese ministerie van cultuur. Aan zo'n vertaling kleeft altijd iets bezwaarlijks, want aan wie moet je de kleine stilistische onvolkomenheden toerekenen in Ernestina? Aan de schrijver of aan de vertaler? Essentiëler en al even onoplosbaar is de vraag hoeveel procent Lemmens er in het algemeen in Rentes zal sluipen. In dit geval lijkt die vraag minder prangend door de overweldigende Portugeesheid van het boek.

In eerder werk, in het bovengenoemde Tussenjaar onder andere, werd Estevais nog discreet aangeduid met 'het dorp', om ongewenste aanloop te voorkomen vermoedelijk. Maar inmiddels heeft Rentes alle terughoudendheid laten varen en verstuurt hij nu één keer per jaar aan mogelijke geïnteresseerden een nieuwsbrief, De Trasmontaanse Post geheten, in de hoop om Estevais en de hele provincie voor een totale ondergang te behoeden. Het heil wordt gezocht in toerisme: in wandeltochten voor natuurliefhebbers door het bedreigde gebied, waaruit de meeste jongeren wegtrekken omdat er geen werk meer is en het landschap steeds meer wordt opgeofferd aan de cellulose-industrie. Ook in deze kwestie opereert Rentes niet als een man uit één stuk. De nieuwsbulletins barsten van de goede bedoelingen, maar ze hebben ook iets zuchterigs en in het eerste nummer bekent hij al meteen dat hij liever de hele dag zou zitten dromen en schrijven dan zich met de organisatie van groepsreizen en het werven van fondsen bezig te houden.In het tweede nummer, verschenen in 1997, waarin men wetenswaardigheden aantreft over campers, fanfarecorpsen en de aan te leggen riolering in Estevais, kondigde hij ook zijn nieuwe boek aan, dat deze keer geen fictie zou bevatten, maar waar gebeurde familieverhalen. Door deze aankondiging leek Ernestina onderdeel te gaan worden van de Trasmontaanse promotie-activiteiten.

Maar wie het boek leest, merkt al snel dat het geen handige reisgids is en ook geen monter propagandamateriaal. Wel ligt er een vergelijkbaar sentiment aan ten grondslag: het verlangen om vast te leggen wat aan het verdwijnen is: verhalen en getuigenissen van familieleden, het weidse landschap, de landbouw, oude huizen, schapen, ezels, muildieren, ossen, de spoorlijn, het traditionele dorpsleven. 'Ik verzin niets en verfraai niets', merkt Rentes beslist op na een exposé over bepaalde dorpsgebruiken. Maar elders benadrukt hij dat wat hij vertelt maar een benadering is van de toenmalige werkelijkheid, een reconstructie ontleend aan elkaar niet zelden tegensprekende getuigenissen. Het laatste verhaal uit de bundel Met miljoen (1991) nam hij letterlijk over, zij het verspreid over verschillende hoofdstukken van het boek. De ondertitel van die bundel luidde veelzeggend 'Herinneringen & andere verzinsels'.

Er is veel in Ernestina dat erop wijst dat er geen doorsnee familieherinneringen worden opgehaald, maar dat alles hier door het oog van een schrijver wordt bekeken, die als kind en zelfs al als baby niet gewoon keek, maar alles dubbel zag. Zijn eerste herinnering dateert, als wij Rentes mogen geloven, van toen de kleine José negen maanden oud was en in de wieg lag te huilen om een door hemzelf gemolde pop. In zijn herinnering is er niet alleen een huilende baby, maar ook een tweede ik die naar die baby kijkt.

Als iets ouder kind zag hij ook letterlijk dubbel, omdat hij verslaafd was aan het kijken door een verrekijker, die hij het liefst richtte op de bedrijvigheid buiten, maar waarmee hij ook zijn nabije omgeving afspeurde. 'Wanstaltig vergroot of vreemd verkleind verloren de voorwerpen hun huiselijke alledaagsheid en prikkelden de fantasie.' Uit de wonderschone en ook ietwat groteske verrekijkerepisode valt op te maken dat Rentes tot zijn vierde zo ongeveer verklonken was aan het apparaat, waarna hij de verrekijker om zo te zeggen moet hebben geïnternaliseerd. Opmerkelijk in zijn familiekroniek is dat hij de neiging heeft om wat veraf is naar zich toe te halen en het nabije juist van afstand te bekijken. Zo althans acht ik het mogelijk dat hij van opa Rentes, 'de Schoenmaker', die hij nooit heeft gekend en van opa Carvalho die overleed toen José nog maar vijf was, zeer levendige, heldere en liefdevolle portretten geeft, terwijl de twee oma's die hij veel langer heeft meegemaakt, er wat bleker afkomen, met minder scherpe contouren.

Maar griezelig is bijna hoe vaag omlijnd, hoe ongrijpbaar zijn eigen ouders blijven: vaten vol onverenigbare eigenschappen, steeds andere gedaanten aannemend onder de angstig spiedende blikken van hun zoon. Moeder Ernestina is dwars, maar ook volgzaam, koppig en slaafs, opstandig en nederig, wantrouwig en goedgelovig, hardvochtig en medelijdend, vaak boos tegen haar zoon en soms lief. Vader Afonso zit ongeveer even ingewikkeld in elkaar en is net als zijn vrouw al op jeugdige leeftijd geknakt geraakt door een keiharde opvoeding met veel slaag en weinig liefde. Zoals Afonso zijn leven lang onverdiend in de schaduw moest staan van een innig geliefde oudere broer, de vrouwenverslinder José Avelino die jong aan tering stierf, zo moest ook Ernestina leven met de schim van een innig betreurde broer, een babybroertje in dit geval dat aan wiegedood stierf. Dat zij, als volle neef en nicht, gedwongen werden door hun ouders om met elkaar te trouwen en dat zij niet eens de naam van hun enige zoon mochten kiezen, dat alles gaat ons huidige voorstellingsvermogen royaal te boven. Het brokkelige, incomplete, onafgeronde beeld dat Rentes van zijn ouders geeft, verdiept nog de dramatiek van deze richtingloze levens, heen en weer geslingerd door onberekenbare luimen.

Het boek als geheel is ook onderhevig aan wisselende stemmingen. De vertelling is niet evenwichtig, maar moet het hebben van de bloemrijke beschrijving van veel diepte- en enkele hoogtepunten. Wonderschone episodes over een dodelijke horzelsteek, een bloederige bevalling, de slachting van een vrolijk huisvarken, de vermorzeling van een geliefd race-autootje. Maar ook zijn er gelukzalige momenten, tijdens lange wandelingen door Porto, de stad waar Rentes opgroeide, of op de rug van een muilezel in de bergen rond Estevais waar hij de zomervakanties doorbracht, of tijdens zijn glorieuze ontmaagding door een achternicht in een hooischuur toen hij 15 was.

In Ernestina roept Rentes een jeugd op, gedrenkt in familieverwikkelingen, waarbij de tijdbom met ontregelde ontsteking nooit ontbreekt. Tegenover de verknochtheid van de familieleden aan elkaar, staat veel ergernis en woede over elkaars onhebbelijkheden. Wat overheerst is de onvrijheid van mensen die door bloedbanden en omstandigheden aan elkaar zijn overgeleverd. Eén van de slachtoffers van deze familieterreur is Ernestina. Het zal uit piëteit zijn met dit enige nog overgebleven familielid in het zieltogende Estevais dat deze huiveringwekkende familiegeschiedenis, waarin zij geen hoofdrol vervult, toch naar haar is vernoemd.

'De dag na de geboorte gingen vader en grootvader de nieuwe telg aangeven, waarbij de eerste zich in stilte afvroeg waarom hij zo'n simpel werkje niet alleen kon afhandelen. Die vraag werd echter gauw genoeg beantwoord, want toen ze getweeën voor het loket stonden en de ambtenaar de naam van de nieuwe Carvalho wilde weten, werd Alfonso letterlijk opzij geduwd door zijn eigen vader, die antwoordde dat het kind José Avelino zou heten.

En zo ontving ik, terwijl ik volgens mijn verwekkers eigenlijk António had moeten worden gedoopt, ter nagedachtenis aan opa Schoenmaker, autoritair de naam van mijn in de kracht van zijn leven gestorven oom, die zich, behalve door zijn intelligentie, vooral had onderscheiden door het verwezenlijken van de droom van elke rokkenjager: het hebben van een heuse harem.'