Een knipoog in de camera als een klap in het gezicht

Filmregisseur Michael Haneke maakte een onthutsende film over twee ogenschijnlijk beleefde jongens die een gezin gijzelen en gruwelijk terroriseren. Bij een vertoning in de Amsterdamse bioscoop Kriterion riep de film zowel weerzin als waardering op. 'Beklemmend briljant', oordeelde een bezoeker.

Funny Games is te zien zo 1/2 Filmcentrum Poelestraat 20u in Groningen; in Rotterdam tijdens het Filmfestival ma 2/2 Pathé 1, 20.15u; di 3/2 Venster 1, 20.15u; za 7/2 Pathé 7, 22u. Vanaf 5 februari in de bioscopen.

AMSTERDAM, 30 JAN. “Feed the animal inside”, is de reclameslogan uit een commercial voor candy bars die dinsdag voorafgaand aan de wekelijkse sneak preview in de Amsterdamse bioscoop Kriterion werd gedraaid. Het reclamefilmpje werd geflankeerd door de trailer van de gewelddadige moderne film noir L.A. Confidential en de reclame voor het huidige Filmfestival Rotterdam. Hierin wordt het festival als zó aantrekkelijk aangeprezen, dat zelfs blinden er bij willen zijn. Het reclamefilmpje had met al zijn lacherige gruwelijkheid zo afkomstig kunnen zijn uit het programmaonderdeel The Cruel Machine. Daarin bracht programma Gertjan Zuilhof films samen die de 'cinema van de wreedheid' tot thema hebben.

Het voorprogramma van de sneak had onbedoeld een van de sterkste aanwijzingen kunnen zijn voor de hoofdfilm, een van de meest besproken films van The Cruel Machine. Maar aanvankelijk roepen de openingsbeelden van een gezin dat in een geavanceerde space wagon naar hun vakantieadres reist, de klassieke muziek op de soundtrack en de Duitse dialogen vooral teleurstelling op. “Heidi”, is het eerste voor deze voorpremières zo karakteristieke commentaar uit de zaal. “Duits”, moppert een ander. Dat verandert als Händel plaatsmaakt voor trashmetal: dit zou toch best nog eens een swingende film kunnen worden. Dan verschijnt in bloedrode letterse de titel op het scherm: Funny Games.

“Weet jij wat dit voor film is”, fluistert mijn buurman. Hoewel ik nee schud, weet ik inmiddels al veel te veel over deze vierde speelfilm van de Oostenrijkse filmregisseur Michael Haneke om hem nog onbevangen te kunnen bekijken. Dat het een onthutsende film is over twee beleefde jongens die een gezin gijzelen en weerzinwekkend kalm terroriseren bijvoorbeeld. Maar ook dat Haneke je als toeschouwer op onaangename wijze medeplichtig maakt aan het geweld in zijn film. Het geweld dat de toeschouwer te zien krijgt, bestaat voornamelijk uit psychologische terreur.

“Al bij die hardrockmuziek wist ik dat er iets met deze film aan de hand was”, vertelt een van de bezoekers na afloop. Hij maakt deel uit van Haneke's ideale doelgroep: student, filmgek en liefhebber van de Nouvelle Violence van Quentin Tarantino. Toch wist hij van tevoren niet met wat voor soort film hij te maken had. Haneke's moralisme gaf hem een gevoel van onbehagen: “Toen die ene jongen na ongeveer een kwartier de camera inkeek en de zaal als het ware een knipoog gaf, voelde dat als een klap in m'n gezicht.” Vanaf dat moment verlieten met regelmatige tussenpozen bezoekers de zaal. “De enige reden waarom ik ben blijven zitten, is dat ik tegen beter weten in hoopte op een oplossing aan het einde.”

De reacties van het publiek variëren van verlammende stiltes tot voorzichtig gegrinnik dat door andere toeschouwers met toenemende ergernis wordt aangehoord. “Als je je niet kunt gedragen, ga je maar weg”, roept iemand van de achterste rij met een geaffecteerde stem die niet onderdoet voor die van de hoofdpersonen. “Klootzak”, zegt iemand anders. “Of je gedraagt je netjes, of je gaat de bioscoop maar uit”, voegt een derde daar aan toe. Hier wordt Haneke's terreur bitter geïllustreerd.

Van de 74 mensen die na afloop een enquête invulden, gaf iets meer dan de helft de film een hoog cijfer en de rest een één, wat de gemiddelde publiekswaardering op 6,1 bracht. Kwalificaties als waardeloos, smakeloos, smerig en ranzig schoten voor velen te kort om hun weerzin te verwoorden.

“Ik houd niet van psychopaatjes met witte handschoenen”, schreef iemand. “Beklemmend briljant”, een ander. “De Straw Dogs van het fin de siècle”, schreef een student, verwijzend naar Sam Peckinpah's controversiële film uit 1971.

“Waarom wil je dat weten”, vraagt een meisje agressief als ik vraag wat ze van de film vond. “Is het voor de krant”, roept ze woedend. “Dan ga je zeker zo'n intellectualistische positieve recensie schrijven. Nou daar doe ik mooi niet aan mee.”