De Zuid-Koreaanse troebelen; En nu het echte kapitalisme

De Zuid-Koreanen zijn met groot enthousiasme aan het bezuinigen. Ze geloven dat hun land er gauw weer bovenop zal komen. Een hardnekkig nationaal trekje, dat optimisme, menen buitenstaanders. Er zijn genoeg redenen voor grote bezorgdheid.

'We moeten allemaal de broekriem aanhalen. Ik zal u vertellen hoe ik dat probeer: ik kocht altijd twee liter melk per dag, maar sinds kort heb ik dat gehalveerd. De verwarming staat bij ons thuis een stuk lager dan voorheen en ik laat mijn auto zoveel mogelijk staan.'' Econoom dr. Song Byoung-jun van het Korea Institute for Industrial Economics and Trade geeft op aandoenlijk eerlijke wijze aan wat de Koreaanse crisis voor hem persoonlijk voor gevolgen heeft. Net als vele Zuid-Koreanen heeft hij de consequenties getrokken uit de financiële rampspoed die zijn land zo plotseling overviel. Koreanen zijn altijd een spaarzaam volkje geweest en dat zal ze nu goed van pas komen. Maar het is wel zuur dat, net nu ook de gemiddelde Koreaanse werknemer de afgelopen jaren een beetje van de welvaart begon te proeven, hij nu fors de rem op zijn consumptieve bestedingen moet zetten.

En dat dat gebeurt staat vast. “De Koreanen zetten gezamenlijk de schouders eronder om de problemen zo snel mogelijk te boven te komen”, zegt een buitenlandse diplomaat. De gevolgen zijn al zichtbaar: door de forse koersdaling van de won - de nationale munt is ten opzichte van de dollar meer dan de helft in waarde gezakt - zijn buitenlandse vakanties volstrekt uit de gratie. Groepsvakanties in Australië en Nieuw Zeeland, zeer populair bij Koreanen, worden vrijwel niet meer geboekt. Het is, zeggen buitenlandse waarnemers in Seoul, simpelweg not done om nu dollars op te nemen voor dure vliegvakanties. Het Australische Qantas en Air New Zealand hebben als reactie al hun vluchten op Seoul gestaakt. Autorijden is door de peperduur geworden geïmporteerde brandstoffen behoorlijk op z'n retour. Kleine auto's zijn ineens in trek en zelfs de tweedehands automarkt, die nooit veel voorstelde, bloeit op.

De overheid bezuinigt flink mee. Ambtenaren moeten waarschijnlijk 10 procent loon inleveren. Op het net twee dagen in gebruik genomen schitterende stadhuis van de zuidelijke havenstad Pusan verontschuldigt een hoge ambtenaar zich ietwat gegeneerd voor de lage temperatuur. “De airconditioning mag pas aan als de buitentemperatuur onder nul graden Celsius komt.” In veel kantoortorens in het centrum van Seoul is de helft van de liften buiten gebruik of stoppen ze alleen op even of oneven etages.

De eerste reactie van veel Koreanen op de financiële crisis was: koop uitsluitend Koreaanse waar. Een overheidscampagne tegen de aanschaf van buitenlandse artikelen bestaat formeel niet want de regering - en vooral de aanstaande president Kim Dae-jung - is er alles aan gelegen het vertrouwen van het buitenland in Korea te herstellen. Maar de regering zal, gezien de deviezennood, blij zijn dat veel burgers dure en luxe buitenlandse cosmetica, sieraden en modeartikelen zo goed als links laten liggen.

“Kijk”, zegt Kim Yong-hak, manager van de containerterminal in Pusan, wijzend op een vrijwel leeg overlaademplacement, “dat komt nou door het IMF.” Pusan vormt de levensader van de voor Zuid-Korea zo belangrijke export. Meer dan 80 procent van alle geëxporteerde goederen en het leeuwendeel van de import loopt via deze grote havenstad op het uiterste zuidpuntje van het Koreaanse schiereiland. Aan de kades liggen wel tal van containerschepen uit allerlei landen en trucks rijden af en aan om containers te halen of af te leveren. Toch, zo geeft manager Kim schoorvoetend toe, is sinds de financiële crisis Zuid-Korea eind vorig jaar in haar greep kreeg, vooral de invoer van goederen aanmerkelijk gekrompen. De banken, die zelf allemaal in grote problemen verkeren, geven op dit moment nauwelijks meer letters of credit af voor de import van onderdelen en grondstoffen.

Wat dat kan betekenen is niet moeilijk te raden, want Zuid-Korea bezit zelf in het geheel geen grondstoffen en zijn industrie is voor een groot deel afhankelijk van de import van onderdelen uit andere landen. Als die situatie te lang voortduurt kan dit de nekslag betekenen voor Korea's industriële export. En juist die was altijd de kurk waarop de economie dreef en de motor van de snelle economische groei in de afgelopen decennia. Korea mikt erop via een hernieuwde export drive 's lands deviezenreserves zo snel mogelijk weer op peil te brengen. De eerste resultaten zijn er al: vooral dankzij de goedkope won bloeit de uitvoer van auto's, staal en allerlei andere produkten op. De groeiverwachtingen voor de export liggen voor dit jaar voor sommige sectoren dik boven de 10 procent.

Maar sinds het land vanaf begin december onder curatele staat van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) kampen alle Koreaanse bedrijven met een groot liquiditeitsprobleem. Als ze al krediet kunnen krijgen betalen ze 25 tot 30 procent rente. Die situatie kan volgens Koreaanse economen en hoge ambtenaren niet erg lang meer voortduren voordat er echt grote ongelukken gebeuren en nog meer grote en kleine bedrijven kapot gaan. “Dit houdt zelfs een gezonde onderneming niet lang vol”, zegt onderzoeker Hong Kiseok van het vooraanstaande Korea Development Institute. In het als een kazerne aandoende regeringscomplex Kwatchon, een flink stuk ten zuiden van Seoul, maakt topambtenaar Kang Nam-hoon van het ministerie van Industrie, Handel en Energie zich ernstige zorgen. Hij is bang voor een neerwaartse economische spiraal als gevolg van het acute liquiditeitsgebrek bij bedrijven. Er mogen dan volop kansen zijn voor de export maar dan moet de industrie wel kunnen blijven draaien.

Dat is in kort bestek het acute dilemma waarin Zuid-Korea, tot voor kort het elfde industrieland ter wereld, verkeert. In theorie dichten velen - Koreanen en buitenlandse ondernemers - Korea de potentie toe om de huidige crisis vrij snel te boven te komen, op voorwaarde dat er spoedig een regeling komt voor de uit de hand gelopen kortlopende buitenlandse schulden. Maar het strenge regiem waaraan het IMF het land heeft onderworpen, knelt hevig. Zo hevig dat op het ministerie van Industrie en Handel en bij de vooraanstaande economische instituten met klem wordt aangedrongen op bijstellingen van het IMF-programma.

Hierover zou volgens topambtenaar Kang zelfs al overeenstemming bestaan met de IMF-deskundigen. Er bestaat volgens hem ook ruimte voor het iets laten vieren van de monetaire teugels, vooral voor het laten groeien van de geldhoeveelheid. Nu al staat vast dat de economische doelstellingen die in december door de regering in samenspraak met het IMF zijn vastgesteld, niet zullen worden gehaald. De inflatie loopt sneller op dan was gedacht (in plaats van minder dan 5 procent zal het eerder 8 of 9 procent worden) en de economische groei, aanvankelijk voor '98 geschat op 2,5 à 3 procent, dreigt tot nul te zakken. Zelfs economische krimp ligt volgens sommige economen op de loer.

Over de vraag hoe snel Zuid-Korea uit het economische dal zal klimmen lopen de meningen uiteen. Veel Koreanen denken dat het volgend jaar al een stuk beter zal gaan. Maar optimisme en kortetermijndenken is een typische Koreaanse eigenschap, menen buitenlandse diplomaten en ondernemers. “Ze komen er zeker bovenop, het kan alleen wel 2 tot 3 jaar duren”, zegt de lokale manager van een westerse oliemultinational in Seoul. Tegelijk spreken buitenlandse ondernemers en diplomaten de vrees uit dat het land heel snel in de oude fouten - de eenzijdige gerichtheid op exportgroei en het veroveren van marktaandeel, en dat op basis van een strikt afgeschermde thuismarkt - dreigt te vervallen zodra de ergste financiële nood is gelenigd.

In oktober, nog vóór de financiële crisis tot volle uitbarsting was gekomen, stelde het Amerikaaanse consultantsbureau Booz-Allen & Hamilton in een uitvoerig rapport een keiharde diagnose voor het land. “Het Koreaanse economische wonder is voorbij”, constateerde het rapport, dat nu eens niet de macro-economische aspecten beoordeelt maar vooral ingaat op het microniveau. “Korea is het slachtoffer geworden van zijn eigen economische succes. Het ontwikkelde zich volgens een door de overheid ontworpen model van industriële groei, leunend op de technische kennis van anderen, teneinde in een aantal industrietakken een sterke positie op de wereldmarkt te creëren. Maar vandaag zit Korea in de tang tussen enerzijds Japan met zijn enorme technologische kennis én het zich razendsnel met veel buitenlandse investeringen ontwikkelende China met zijn grote arbeidspotentieel en zijn lage loonkosten.”

Volgens het adviesbureau zal in Korea zonder radicale herstructureringen grootscheepse werkloosheid ontstaan en dreigt het land terug te vallen tot een tweederangs economische macht. Waar het in Korea volgens Booz-Allen & Hamilton vooral aan schort is de toegankelijkheid voor buitenlandse investeringen - in de tien jaar tot 1995 beliepen de directe buitenlandse investeringen in het land slechts 8,8 miljard dollar, waarmee het land ver achterblijft bij zijn meeste concurrenten. Het ontbeert verder voldoende eigen technologische kennis, moderne managementmethodes en goede financiële instrumenten.

De eindconclusie van de tientallen gesprekken die Booz-Allen voerde met binnen- en buitenlandse betrokkenen over de kans dat het land erin zal slagen zijn economische problemen op te lossen, is ronduit somber: “De naïviteit van de overheid op terreinen als het flexibeler maken van de arbeidsmarkt en financiële hervormingen, en het gebrek aan extern vertrouwen in het land maken het moeilijk te zien hoe Korea er ooit in zal slagen een andere weg in te slaan.” Niettemin ziet Booz' lokale directeur Chang Jong-hyun toch wel perspectieven voor Korea als regionale dienstverlener in Zuidoost-Azië. Naar Changs mening is het eerste dat moet gebeuren de sanering van het bedrijfsleven, de grote chaebols. Als bijproduct van die operatie zal eerst ook grote werkloosheid ontstaan. Maar als je probeert die twee zaken tegelijk op te lossen lukt het niet, zegt Chang. “Als je twee konijnen probeert te schieten, mis je ze alletwee.”

Dat Korea's diepe financiële crisis vrijwel samenvalt met het aantreden van een nieuwe regering en president opent de mogelijkheid dat fundamentele veranderingen nu eindelijk wel een kans krijgen. President-in-spe Kim Dae-jung heeft - dat is de vrijwel unanieme opinie in het land - de zaken na zijn verkiezing onmiddellijk met voortvarendheid aangepakt. Zijn felle kritiek op de leiders van de chaebols, op de vorige regering, op het failliete bankensysteem en zijn pogingen om het vertrouwen van de buitenlandse investeerders te herstellen en de vakbonden via een sociaal pact tevreden te stellen, dwingen alom bewondering af.

Kim ontving al kort na zijn verkiezing de door Maleisië zo verguisde financier George Soros en wist die van zijn goede intenties te overtuigen. Ook met de vaak agressieve vakbonden opende hij een constructieve dialoog. Hij riep alle bazen van de chaebols bijeen om ze te manen tot saneringen en privé-opofferingen en vergaderde met alle vertegenwoordigers van in het land werkzame multinationals. En - uniek in de Koreaanse verhoudingen - hij debatteerde vrijuit met een panel van Koreaanse burgers op de televisie.

Maar je kunt veel beloven, en papier is geduldig. Of Kim straks, na zijn installatie op 25 februari, echt in staat zal zijn de vereiste economische hervormingen door te voeren wordt in sommige Koreaanse media betwijfeld. Politieke commentatoren wijzen erop dat hij gedwongen is tot samenwerking met de “oude garde”. De man nota bene die hij voor ogen zou hebben als toekomstig premier was voorheen de baas van de geheime dienst die Kim Dae-jung ooit tot jarenlang huisarrest dwong. Kim heeft geen meerderheid in het parlement en is voorlopig veroordeeld tot een soort cohabitation.

Wordt de economische muur om Zuid-Korea echt gesloopt? Krijgen buitenlandse bedrijven vrije toegang tot de door de chaebols onderling verdeelde binnenlandse markt? Verdwijnt de almachtige positie van het ministerie van Financiën en Economie? En wordt het bankwezen verlost van de desastreus gebleken invloed van de overheid? Als het aan het IMF en de donorlanden ligt wel, maar in Korea werkende buitenlandse ondernemers hebben vooralsnog hun twijfels. Volgens veel Koreaanse economen heeft het land evenwel geen keus. “We zullen die veranderingen wel moeten doorvoeren”, zegt ook Chang Hyun-jong van consultant Booz-Allen. De crisis kan in hun ogen een blessing in disguise blijken, het kan de noodzakelijke omschakeling enorm versnellen. “We hebben in Korea geen echt kapitalisme ontwikkeld”, constateert Kim June-dong van het Instituut voor internationale economische politiek.

“Na de Koreaanse oorlog stond hier niets meer overeind. Korea is zo uit het bronzen tijdperk gestapt en in 30 jaar gegroeid tot wat het nu is. Nu moeten de Koreanen toe naar een Westers model. Ik heb de indruk dat ze dat kunnen verwerken. De hervormingen die nodig zijn zullen gepaard gaan met drama's, misschien wel met sociale onrust, maar ik ben optimistisch dat ze het aankunnen”, zegt directeur Cees Heyning van de Koreaanse dochter van verzekeraar Nationale Nederlanden. “Als ze slagen in de hervormingen kan Korea vele malen sterker uit de huidige crisis tevoorschijn komen”, beaamt de Britse manager van een oliemultinational. “Korea is een land van keiharde confrontaties”, zegt een Nederlandse bankier in Seoul. “Koreanen moeten vaak eerst met hun hoofd tegen de muur lopen eer ze willen luisteren.”

De chaebols

Is Korea BV te koop? Buitenlandse bankiers, en fusie- en overnamespecialisten stropen momenteel het land het land af op zoek naar "koopjes'. Als er ooit een kans bestond om je als buitenlands bedrijf in te kopen in of samen te werken met Koreaanse bedrijven is het nu. De economische muren om het land moeten worden afgebroken. De conglomeraten, de chaebols, moeten afslanken en activiteiten afstoten. En daar liggen voor het buitenland kansen. Maar Korea staat tot nu toe bekend als ronduit onvriendelijk jegens buitenlandse investeerders. De angst voor vreemde dominantie van de belangrijkste industrieën zit er diep in.

Sinds 1 januari mogen buitenlandse bedrijven zich al tot 55 procent inkopen in beursgenoteerde bedrijven. Maar buitenlandse ondernemers en consultants gaat het nog niet ver genoeg. Strategische bedrijfstakken blijven voorlopig taboe voor buitenlanders en ook vijandige overnames zijn tot hun leedwezen nog niet toegestaan.

De chaebols moeten af van hun eenzijdige gerichtheid op groei. Ze zullen zich moeten concentreren op kernactiviteiten, niet allemaal meer hetzelfde willen doen, en winstgevendheid voorop moeten stellen. Daarvoor is nodig dat ze vele marginale dochters afstoten of sluiten. Volgens schattingen van Westerse diplomaten hebben de chaebols 25 tot 30 procent teveel mensen in dienst. “Zij runden hun bedrijven zoals mijn vrouw het huishouden”, zegt de manager van een westerse multinational. “Als ze geld nodig hadden, leenden ze dat zonder naar de schuldratio te kijken. Koreaanse bedrijven keken altijd maar heel kort vooruit. Dat zal nu gaan veranderen.”

De chaebols vormden in feite het sociale vangnet dat verder in het land grotendeels ontbreekt. De boekhoudingen van de concerns moeten gaan voldoen aan Westerse maatstaven en ze zullen vooral hun management moeten moderniseren.

De meeste grote chaebols hebben op veel punten beterschap beloofd maar uit niets blijkt tot nu toe dat ze ook bereid zijn bestaande posities in de voor Korea belangrijkste vier sectoren, de auto- en chipindustrie, de scheepsbouw en de staalsector, op te geven of samen te voegen. Integendeel.

Een voorbeeld: in de grote glazen entreehal van Samsungs hoofdkantoor staat, nog gedeeltelijk verborgen onder twee dekzeilen, de grote trots van Samsung, de eerste personenauto van het concern, te glanzen. Tot op de seconde nauwkeurig geeft een lichtkrant de resterende tijd aan tot de officiële produktiestart in maart. Iedereen vindt het belachelijk dat Samsung - met technische ondersteuning van Nissan - nu ook zonodig personenautos moet gaan maken terwijl de binnenlandse markt meer dan verzadigd is en de export, mede als gevolg van het de laatste jaren sterk gestegen loonniveau, aanzienlijk is vertraagd. Autoproducenten als Ssangyong en KIA zijn door die ontwikkelingen al gesneuveld.

De laatste geruchten willen dat Samsung bereid zou zijn het hele autoproject te schrappen, maar dan moet eigenaar Lee Kun-hee, een echte autofanaat, een enorm brok ambitie inslikken en gezichtsverlies accepteren. Onmogelijk is het niet: Samsung moest eind '96 ook zijn ambities om via de overname van Fokker zelf vliegtuigen te gaan bouwen laten varen. Ambitie, status en jaloezie zijn sleutelwoorden die het gedrag van Korea's mammoetconcerns in belangrijke mate hebben bepaald.

Op het ogenblik gaan er meer dan 100 Koreaanse bedrijven per dag failliet. Het Koreaanse instuut van banken verwacht dat het aantal faillissementen dit jaar zal verdrievoudigen tot 53.000. Meestal gaat het om kleine of middelgrote ondernemingen, maar de top-30 chaebols zijn volgens Koreaaanse economen en bankiers niet immuun voor de gevolgen van de financiële crisis. Zij gaan gebukt onder de hoge rente op hun vele kortlopende schulden. In een jaar tijd zijn al acht chaebols in ernstige problemen geraakt, gedeeltelijk overgenomen of verdwenen. Zelfs onder de grote vijf zou er volgens economische onderzoekers nog een kunnen bezwijken. “Alle grote conglomeraten zijn kwetsbaar”, zegt onderzoeker Choi Gong-pil van het researchinstituut van de Koreaanse banken.