Cuba na paus in 'post-papale depressie'; De dagelijkheid is op het eiland zonodig nog grijzer geworden

Op Cuba herneemt het gewone leven zijn beloop na het vertrek van de paus. De elektriciteit valt weer uit, de politie is weer bewapend.

HAVANA, 30 JAN. Vijf dagen na het vertrek van de paus heeft het leven op Cuba weer zijn gewone loop genomen. De buitenlandse satellietschotels zijn gedemonteerd, en de journalisten verdwenen. De elektriciteit valt weer uit, de telefoon vertoont kuren en de politie draagt zijn vertrouwde vuurwapens weer. Tijdens zijn afscheidswoorden aan de paus afgelopen zondag, liet Fidel Castro er geen enkele twijfel over bestaan: op Cuba verandert niets. “Het was een grove fout om een pastorale reis in verband te brengen met de miserabele hoop onze nobele idealen te vernietigen”, hield Castro de heilige vader voor.

Over het land hangt nu een soort post-papale depressie. De jubel is weggeëbd, en de dagelijkheid lijkt zo mogelijk nog grijzer dan ooit. Of, zoals de Afrikaanse priesteres Solangel het uitdrukt: “Er is iets groots gebeurd, maar niemand weet wat hij er mee moet.” Manieren om in het openbaar vorm te geven aan kritiek of nieuwe verwachtingen zijn er (nog) niet. Daarom hier wat impressies en stemmen uit een samenleving die ondanks alles in beweging is.

De jongere: “Ik woon bij de oude kathedraal van Havana. Je weet wel. Zo'n oud huis waar nu 45 families wonen. Zondag, vlak voordat hij wegging, kwam de paus op bezoek in de kathedraal. Ik wilde gaan kijken. Maar er stond een kordon van agenten. Je kent het wel. Zo van: wij zijn de revolutionaire politie, pas jij maar op. De mensen stonden te dringen. Er was ook een cameraploeg die er door wilde, maar de politie blafte hen af. Toen begonnen er opeens een paar ouderen te roepen. Van die oude opa's en oma's uit de buurt. Ze spraken die agenten aan met hijo, zoon. Ze zeiden: 'Donderen jullie nu eens op, zonen. Wij moeten al 38 jaar naar jullie gezichten kijken. Nu is de paus eens een keer op Cuba. En wij willen hem zien. We willen nu eens iets anders dan jullie gezichten'. Heb je ooit zoiets meegemaakt? Dat mensen op Cuba zo tegen de politie durven te praten? Ik stond echt te trillen op mijn benen. Je gelooft het niet. Maar die agenten gingen opzij. Met zúlke koppen. En toen hebben we allemaal de paus gezien.”

Het billboard: Het gekleurde affiche met de afbeelding van de paus is alweer weggehaald. Nu is er alleen het bladderende gezicht van Fidel: 'Hoofdcommandant, geeft ons uw bevel', staat er met grote letters.

De grap: De paus zegt tegen Fidel: wat zien al die Cubanen er mager uit. Waarom geef je ze niet een keer kip?. 'Goed', zegt Fidel. 'Ter ere van jou krijgt iedereen een kwart kip.' De paus vindt dat echter niet genoeg. 'Nou goed, een halve kip dan', zegt Fidel. Uiteindelijk moet hij de paus beloven elke Cubaan een hele kip te geven. Bij zijn afscheid roept de paus Fidel bij zich. Hij wil hem nog een geheimpje vertellen. 'Weet je', fluistert de paus in het oor van de hoofdcommandant. 'Ik wilde je nog vertellen: God bestaat niet.' Fidel glimlacht en zegt: 'De kip ook niet'.

De huisbaas: Twee jaar, sinds het is toegestaan leeft hij nu van het verhuren van zijn appartement. Wanneer er buitenlanders komen trekt hij met zijn vrouw en twee dochters bij zijn schoonmoeder in. Veertig Amerikaanse dollar per dag krijgt hij er voor. De hele dag loopt de huisbaas rond met dikke mappen papier. Hij moet de huurder aangeven bij het 'Comité ter verdediging van de revolutie'. Dan weer naar het ministerie van toerisme. Licentie aanvragen. Bij elke huurder opnieuw. Belastingbetaling. Elke dag twintig dollar. Uren in de rij voor stempels. En aan het eind van het jaar is er opnieuw belasting over de dollars die hij overhield. “Sinds de paus loopt het hele blok nu illegaal zijn appartement te verhuren”, zegt de huisbaas. Zenuwachtig pukt hij aan zijn handen. Hij heeft een besluit genomen. “Tot nu toe heb ik altijd alles legaal gedaan. Maar wat schiet je ermee op als anderen niets meer legaal doen.”

De werkloze: Vier jaar geleden had hij zijn laatste baan. Sindsdien heeft hij veel nagedacht. “Over het systeem en zo.” Je hebt geen idee, zegt hij. Elke dag is hetzelfde als de volgende. En er gebeurt niets. “De staat doet helemaal niets meer voor de mensen.” Goed, net zoals iedereen heeft hij zijn bonnenboekje. De spullen die hij daarvoor krijgt zijn goed voor tien dagen eten per maand. “Ik wil naar het buitenland, want alleen daar heb je kansen”, zegt de werkloze. Ook hij heeft langs de weg gestaan om de paus te begroeten. “Maar hij heeft geen dollar voor de mensen het land binnengebracht.” Nee, zegt de werkloze. De paus was een illusie.

De stoep: 's Morgens, 's middags en 's avonds zitten ze op de stoep voor hun huis in Calle 29. Soms werken ze met z'n tienen aan de motor van de Dodge uit 1947. Twee mannen sleutelen, de rest geeft aanwijzingen. Maar meestal zitten ze gewoon te zitten. Voor hen was de paus 'echte democratie'. Je hóefde er niet naar toe, maar als je zin had kon je gaan. Samen met de rest van de mensen hadden ze op het Plein van de Revolutie heel hard 'vrijheid, vrijheid' geroepen.

Het partijlid: “Wat de paus heeft gezegd was me uit het hart gegrepen”, zegt het partijlid. De nadruk die hij legde op de verantwoordelijkheid van het individu. Vooral de oproep: “verwacht niet dat alles u wordt gegeven.” Zo is dat toch? Zij heeft hard voor de revolutie gewerkt. Betekent kapitalisme soms dat alles voor iedereen maar uit de lucht komt vallen?

De restauranthoudster: Al zes jaar heeft ze een eigen bedrijf. Ze kon lekker koken en zo begon het. Een tafeltje waar de buren kwamen eten. Toen twee en vier tafels in haar eigen huiskamer. Zeven keer is ze door de staat gesloten. Maar acht keer heeft ze weer geopend. “Toch denk ik niet dat ik het pure kapitalisme wil”, zegt de restauranthoudster, trots in haar nieuwe woning.

De televisie: Vanavond geen Braziliaanse soap. Het is 145 jaar geleden dat de vader des vaderlands, José Marti, werd geboren. Sinds het pausbezoek beschikt de Cubaanse televisie over een satelliet waarmee direct uit de provincie kan worden uitgezonden. De hele avond is het herdenking van José Marti. Eerst de fakkeloptocht van de communistische jeugd in Santiago de Cuba. En daarna de redevoering van de minister van defensie. Een uur lang haalde de broer van Fidel Castro herinneringen op uit de tijd van de revolutie. “Socialisme of dood” en “De Yankee komt er niet in” besloot Raul Castro zijn toespraak. Inmiddels was het kwart voor twaalf.