Clubcard

DE STRIJD TEGEN het voetbalgeweld is tot dusver maar al te vaak beperkt gebleven tot mooie plannen. Geen wonder, gezien de verschillende belangen van overheid en betaald voetbal. Nadat vorig jaar in een veldslag bij Beverwijk een dode was gevallen, was de maat vol. Het kabinet besloot tot een serie stevige maatregelen. Een belangrijk onderdeel daarvan is de persoonsgebonden clubcard. In combinatie met toegangscontrole is de clubcard volgens het kabinet “van cruciaal belang”.

Toegangscontrole in de stadions gaat de overheidstaak te buiten en hetzelfde geldt voor de pasjes. De clubs voelen weinig voor de omvorming van de in het vorige seizoen geïntroduceerde servicekaart tot een veiligheidskaart. De bezwaren springen ook in het oog. Wanneer opa eens een zondag met zijn drie kleinkinderen naar een wedstrijd wil, moeten er dan eerst vier pasfoto's worden ingeleverd? En als het nu hielp. Maar massale toegangscontrole kan, pasjes of niet, nooit waterdicht zijn. Daarvoor is de toeloop eenvoudigweg te groot en de fraudebestendigheid te gering.

Tekenend is een recent verslag in het Algemeen Politieblad over een enquête onder leden van de mobiele eenheid naar hun ervaringen met de politie-inzet bij voetbalwedstrijden. De helft van de ME'ers vond pasjes wel effectief maar dat verbleekte toch bij videoregistratie in de stadions zelf, die een score van 95 procent haalde.

HET PLASTIFICEREN van de stadionbezoeker is geen aanmoediging om het voetbal zijn status van vermaak voor het hele gezin - met de bijbehorende sociale controle - terug te geven. Het gevaar is bovendien niet denkbeeldig dat de autoriteiten met het afdwingen van dergelijke paardenmiddelen voornamelijk bezig zijn de vorige voetbaloorlog te winnen, zoals de hoofdredacteur van het blad Binnenlands Bestuur nog voor Beverwijk waarschuwde.

Vooral is niet duidelijk waarom men alleen voorzien van identiteitsbewijs een stadion zou mogen betreden terwijl dat niet geldt voor bezoek aan een disco - waar toch ook wel eens wat voorvalt.