'Bloody Sunday' voedt de woede

“Bloody Sunday was een tragische dag voor alle betrokkenen”, zei de Britse premier Tony Blair deze week. Hij kondigde een hernieuwd onderzoek aan naar de dood van 14 katholieke demonstranten in Londonderry, vandaag 26 jaar geleden.

LONDEN, 30 JAN. In Noord-Ierland worden slachtingen als strelingen gekoesterd. Opdat pijn nooit slijt en woede steeds gevoed wordt. De gruweldaden van Bloody Friday en Enniskillen staan gegrift in het collectief geheugen van de unionisten. Net zoals de 'Shankill-butchers' en Bloody Sunday in de huid gekerfd zijn van nationalisten. Zo kunnen ze nooit vergeten hoeveel ze al hebben geleden, hoelang ze al op voet van oorlog staan.

Bloody Sunday, vandaag 26 jaar geleden, is de Ierse historie ingegaan als symbool van Britse onbetrouwbaarheid en bloeddorst. Veertien onschuldige inwoners van Derry, vermoord door Britse militairen. Zelden heeft geweld zoveel geweld gezaaid als Bloody Sunday. Nationalistische jongeren meldden zich massaal bij de IRA, het verboden Ierse Republikeinse Leger, om de doden te wreken. Terreur vergde in de resterende elf maanden van 1972 nog eens 470 doden. De betrekkingen tussen Groot-Brittannië en Ierland waren voor meer dan een decennium verpest.

Het ergste, in de ogen van nationalisten, was het onrecht. Had de regering in Londen maar schuld bekend, boete gedaan, verontschuldigingen aangeboden. Nooit was Bloody Sunday uitgegroeid tot Britse schanddaad. Maar de regering voelde zich geroepen de soldaten te beschermen. En dat kon alleen door de slachtoffers te bevuilen.

Eerst beweerden de autoriteiten dat de paratroepers alleen maar uit zelfverdediging hadden geschoten, nadat ze door de IRA onder vuur waren genomen. Later zeiden ze dat de meeste slachtoffers bewapend waren. Maar voor die lezingen kon geen enkel bewijs worden geleverd. Er werden geen geweren, geen bommen gevonden. Geen enkele soldaat raakte gewond.

De enigen die zich op Bloody Sunday van vuurwapens bedienden, waren de militairen. Dat werd bevestigd door een onderzoek van rechter Widgery in opdracht van de Britse regering. Maar Widgery maakte in zijn onderzoeksrapport ook melding van “een sterke verdenking” dat veel van de slachtoffers wel degelijk terroristen waren die zich recent nog met de gewapende strijd hadden bemoeid.

Verontwaardigde nationalisten spraken over “een doofpotaffaire”, over een “schaamteloze verkrachting van het recht”. Een kwart eeuw lang voerden ze campagne voor eerherstel van de doden. Ze eisten dat het onderzoek heropend werd. Maar in hun strijd met de Britse Conservatieve regering kwamen ze niet verder dan een verklaring van ex-premier John Major in 1992 dat de slachtoffers “als onschuldig moeten worden beschouwd”.

Premier Blair verklaarde gisteren in het Lagerhuis dat “dwingend” nieuw bewijsmateriaal hem heeft genoodzaakt een nieuw onderzoek in te stellen naar wat er op 30 januari 1972 in Derry is gebeurd. Veel van dat bewijsmateriaal is afkomstig uit een dossier van 178 pagina's dat in juni vorig jaar door de Ierse regering ter beschikking was gesteld. “Bloody Sunday was een tragisch dag voor alle betrokkenen”, zei de Labourleider. “We zouden willen dat het nooit was gebeurd.”

Ondanks de vele boeken die in de loop van de tijd over Bloody Sunday zijn verschenen, is altijd duister gebleven hoe het bloedbad kon ontstaan. De demonstratie voor gelijke burgerrechten die door de straten trok van Derry, was weliswaar illegaal maar ze verliep grotendeels vreedzaam. De naar schatting 2.000 demonstranten waren zich al aan het verspreiden toen het kogelvuur begon.

Mogelijk zijn sommige van de soldaten in paniek geraakt. Ze waren nieuw in Derry. Ze hadden te horen gekregen dat ze moesten rekenen op een confrontatie met de IRA. Hen was verteld dat elke nationalist een potentiële sluipschutter was. Luitenant-kolonel Derek Wilford, die 26 jaar geleden de leiding had over de paratroepers, verklaarde vorige week nog dat niet het leger maar de toenmalige Britse regering voor de slachting verantwoordelijk is.

Edward Daly, de katholieke bischop van Derry, was 26 jaar geleden de priester die zwaaiend met een witte zakdoek een weg baande voor gewonde slachtoffers. Hij zegt dat hij degenen heeft vergeven die Bloody Sunday op hun geweten hebben. Hij vraagt alleen maar “erkenning voor de doden, bevestiging van hun onschuld”. “Zodat we deze verschrikkelijke gebeurtenis eindelijk kunnen laten rusten.”