Beeldende kunst is een vergaarbak; Wie van alles houdt, houdt van niets in het bijzonder

Dit is de bewerkte versie van een lezing die Cornel Bierens morgen houdt bij de opening van Formule 2, een tentoonstelling over kunst en wetenschap. In NewMetropolis, Oosterdok 2, Amsterdam tel. 020 6760970. Open: ma-do: 10-18 uur; vr-zo: 10-21 uur Zou iemand die in deze eeuw een deeltjesversneller bouwt in een andere tijd een kathedraal hebben gebouwd? Het is mogelijk. Maar andersom? Beeldend kunstenaars hoeven nu niets meer te kunnen. Beeldende kunst is de zachtste kunst van allemaal geworden.

Phil Frost, 23, heeft sproetjes, kort rood haar en een bescheiden glimlach die meestal verlegen wegdraait terwijl hij op mijn koffer zit te tekenen. Hij begon als tagger, en ging al snel over op acryl. “Graffiti was te beperkt.” Frosts werk is kleurig en melancholiek, met expressieve gezichten en onzinteksten in zijn herkenbare Frost-schrift. “Het zijn gezichten zoals ik ze zie. Ze drukken niets bijzonders uit, het zijn gewoon mensen die je tegenkomt op straat. De woorden en teksten bedenk ik zelf. Ze betekenen niets. Het zijn tekens, zoals je die overal ziet, op winkels, in kranten, op shirts, muren, uithangborden. Het is een soort straattaal, maar het is ook mijn eigen taal.” Frost werkt ook voor bladen als Strength, waarvoor hij met Cheryl Dunn zelfs een modereportage aankleedde. “Dat was een grap. De kleding was zo verschrikkelijk dat we onze eigen kleren maar gebruikt hebben. Het ging ze toch alleen om onze namen.