Amerikanen keren zich tegen pers in seksschandaal

Na anderhalve week van intensieve berichtgeving over het seksschandaal van Bill Clinton, lijken de media meer uit de gratie bij het publiek dan de president.

WASHINGTON, 30 JAN. . “Stop deze hysterie”, schreef een lezer van The Washington Post aan de ombudsman van die krant. De Post, die het seksschandaal rondom de stagiaire in het Witte Huis als een van de eersten naar buiten bracht, besteedt er dagelijks zeker vier tot vijf hele pagina's aan. Via ingezonden brieven, telefoontjes en opiniepeilingen geven Amerikanen in groten getale uiting aan hun onvrede met de manier waarop de pers de affaire behandelt.

De media hebben de zaak opgeblazen, grote opwinding teweeggebracht en Clinton al schuldig bevonden terwijl er nog niets bewezen is, luidt veelal de kritiek. De pers heeft zich laten meesleuren in sensationele berichtgeving en het Amerikaanse publiek bedolven onder een berg van onsmakelijke details. En ten slotte, zeggen de critici, heeft de pers in de felle concurrentiestrijd allerlei geruchten en halve waarheden de wereld in gestuurd.

De dag waarop het schandaal naar buiten kwam liet de omroep CNN een mediadeskundige aan het woord, die waarschuwde dat zeker een kwart van alle berichtgeving in de eerste dagen van dit soort grote en dramatische gebeurtenissen achteraf onjuist blijkt. Die waarschuwing heeft de kijkers misschien sceptisch gemaakt, maar de media in elk geval niet tot grotere behoedzaamheid gebracht.

De grootste misser was het bericht van het televisiestation ABC dat Clinton en de voormalige stagiaire Monica Lewinsky door een getuige in het Witte Huis betrapt zouden zijn in een intieme situatie. Het bericht, toegeschreven aan anonieme bronnen, bracht een ervaren commentator van het station onmiddellijk tot de inschatting dat de ondergang van Clinton nu geen kwestie van weken meer zou zijn, maar van dagen. Het verhaal bleek niet bevestigd te kunnen worden.

Kort daarop meldde de krant Dallas Morning News dat een agent van de beveiligingsdienst bereid was om te getuigen dat hij Clinton en Lewinsky in een “compromitterende situatie” had gezien. Het verhaal, dat al te lezen was op Internet en op de voorpagina van een vroege editie, moest al na enkele uren worden ingetrokken. Inmiddels stelt de krant dat de beveiligingsagent “een onduidelijk incident” tussen de twee heeft waargenomen. Het verhaal over het betrapte stel haalde vrijwel alle kranten en televisiestations. The Wall Street Journal schreef het toe aan twee regeringsfunctionarissen die later erkenden dat ze er “geen kennis uit de eerste hand over hadden”. Andere media beriepen zich op ABC. Aanklager Starr heeft een tiental agenten gedagvaard, maar meer staat er nog niet vast.

vervolg pagina 5: Terughoudendheid legt het af tegen volledigheid

Respectabele media hebben in hun drang naar volledigheid de afgelopen dagen allerlei onbevestigde verhalen de wereld ingestuurd, vaak voorzien van het voorbehoud dat het bericht nog niet is bevestigd. Maar voor de commentatoren en columnisten was er dan al voldoende grond om diep op het vermeende feit in te gaan, want “als het waar is...”.

Hoe gering de terughoudendheid van de media is, blijkt wel uit de manier waarop Dick Morris de afgelopen dagen de pers haalde. Morris, de voormalige adviseur van Clinton die in 1996 zijn eigen ondergang veroorzaakte door een prostituée te laten meeluisteren met zijn telefoongesprekken met de president, had op een radiostation in Los Angeles zijn visie op het schandaal gegeven. Hoewel hij zei dat “niets wat ik ga zeggen persé een feit is”, haalde zijn speculatie over de seksuele voorkeur van Hillary Clinton veel nieuwsuitzendingen en kranten (onder meer The New York Times en The Washington Post). Nergens werden zijn beweringen als feiten gepresenteerd, maar gepresenteerd werden ze wel. In alle opwinding lijken de media soms de oude Chicago Times ten voorbeeld te nemen, die zijn correspondenten in de Amerikaanse burgeroorlog instrueerde:“Als er geen nieuws is, stuur dan geruchten”.

Nu gebeurt het natuurlijk niet iedere dag dat een onafhankelijke aanklager formeel onderzoekt of de president een jonge vrouw heeft aangespoord om onder ede te liegen over een verhouding die ze gehad zouden hebben. Een president die de rechtsgang blokkeert zou een bijzonder ernstige zaak zijn. En de politieke gevolgen van het schandaal zijn nu al reëel, en kunnen nog veel verder gaan.

Van de president is bovendien bekend dat hij een lange geschiedenis heeft van wat een medewerkster uit zijn gouverneursjaren ooit 'bimbo eruptions' noemde, sletten-uitbarstingen. Er was daarom weinig voor nodig om de journalisten die Clinton volgen ervan te overtuigen dat dit, zoals een commentator het uitdrukte, 'the Krakatau of bimbo eruptions' was.

Het is niet moeilijk te zien waarom een verhaal zo tot de verbeelding spreekt dat als ingrediënten heeft: machtsmisbruik, seks, een gezelschap bijzonder kleurrijke personages en niet te vergeten heimelijk opgenomen bandjes (Watergate!). En niet alleen de media zijn trouwens in de ban van de zaak. Het publiek vindt weliswaar dat er te veel aandacht aan wordt besteed, maar de kijkcijfers van nieuwsuitzendingen zijn de afgelopen week fors gestegen.

Een econoom in Washington beklaagde zich dezer dagen over het niveau waar de media naar zijn afgezakt. “De aandacht die aan deze zaak wordt besteed is zo overdreven”. Maar hij bleek van alle details op de hoogte. Waar haalt hij de tijd vandaan om al die nieuwsuitzendingen te zien en die talloze krantenpagina's per dag te lezen? En waarom doet hij dat, als het allemaal toch opgeblazen is? “Het is smeuiig, sexy en ook nog humoristisch”, luidde de verontschuldiging.

De pers kampt met het probleem dat er in Washington weliswaar duizenden journalisten zijn, maar waarschijnlijk niet meer dan een stuk of twintig met werkelijk goede contacten bij de betrokken partijen. Veel berichtgeving is daardoor noodzakelijkerwijs 'repeating, not reporting'. En ieder klein feit dat bekend wordt, iedere openbare verschijning van een van de betrokkenen, veroorzaakt een uitbarsting van opwinding en sensatie, een 'feeding frenzy', alsof een stuk aas in een school hongerige vissen wordt gegooid: ze worden gek, happen naar het aas, naar elkaar, naar alles om hen heen.

Gedreven door de snelheid van het internet en televisiestations die de hele dag nieuws uitzenden, doorloopt elke gebeurtenis in een razend tempo de zogeheten nieuwscyclus. Dinsdag gaf Hillary Clinton 's morgens vroeg een interview: binnen enkele uren waren haar opmerkingen over alle zenders uitgezonden, geanalyseerd, voorzien van commentaar en weerwoord en teruggebracht tot één sound bite (“reusachtige rechtse samenzwering”). Aan het eind van de dag was het botje volkomen afgekloven en begon de nieuwshonger al weer te knagen.

Daardoor worden ook evenementen zonder nieuwswaarde (Clintons secretaresse betreedt het gerechtsgebouw, Clintons vriend Vernon Jordan verlaat zijn huis en stapt in zijn auto) opgewaardeerd tot 'breaking news'. Clintons woordvoerder Mike McCurry mag zijn dagelijkse persconferentie van een uur beginnen met de mededeling dat hij helaas niets over de kwestie zal zeggen, toch zenden drie televisiestations het hele uur rechtstreeks uit met onheilspellende muziek en dramatische afkondigingen. “Nog nooit heeft Washington zó iets meegemaakt..”, dondert menige presentator. “...sinds de vorige keer”, relativeert de historicus Stephen Ambrose deze week in US News & World Report.