Amerikaanse presidenten hebben chaperonne nodig

William Jefferson Clinton staat onder de verdenking als gouverneur van Arkansas een ondergeschikte oneerbare voorstellen te hebben gedaan en als president een ondergeschikte te hebben aangezet tot het plegen van meineed over een beweerde seksuele relatie.

Maar daarnaast roeit Clinton op tegen vier stromen tegelijk die de geloofwaardigheid van zijn ontkenningen aantasten: zijn eigen geschiedenis, de lawine van schunnige anekdotes die is losgekomen over zijn illustere voorganger John F. Kennedy, Watergate en de media die ieder oprispinkje in het jongste schandaal gnuivend aan hun publiek opdienen. Redacteuren hebben de laatste dagen hun talent voor het debiteren van perverse insinuaties niet ongebruikt gelaten. Time heeft het in zijn Special Report over een “advanced massage technique” als omschrijving van de handelingen die Monica Lewinsky op Clinton zou hebben toegepast, handelingen die niet onder de presidentiële definitie van seks zouden vallen. Er is geen vermaak als leedvermaak.

Clinton, de come back kid, heeft een reputatie opgebouwd in staat te zijn ongerechtigheden in zijn curriculum vitae weg te wuiven zonder rechtuit te liegen. De manier waarop hij tijdens zijn eerste presidentiële campagne in 1992 moeilijke vragen over buitenechtelijke relaties, het ontwijken van de dienstplicht tijdens de Vietnam-oorlog en het roken van marihuana uit de weg ging, hielp hem een vroegtijdige mislukking van zijn kandidatuur te voorkomen. De vragen en de antwoorden die hij toen gaf (“ik heb in mijn huwelijk pijn gedaan” en “ik inhaleerde niet”) zijn niet vergeten en zij zijn hem blijven volgen als een schaduw. Clinton is een geoefend jurist, en zijn verklaringen worden nu gewikt en gewogen. Wat ontkent de president nu eigenlijk wanneer hij zegt geen “onfatsoenlijke relaties” met Lewinsky te hebben onderhouden?

Presidenten vóór Clinton hadden maîtresses en liefjes. Het grote publiek bleef onkundig of onverschillig. Seymour Hersh, die een boek heeft gewijd aan wat de auteur noemt de donkere zijde van het presidentschap van Kennedy, meent dat in de mannenwereld van de pers van die dagen de buitenechtelijke escapades van de president geen nieuwswaarde hadden. Kennedy werd bewonderd en zijn machogedrag versterkte die bewondering nog. Maar een emancipatiegolf later is dat allemaal anders. Hearsh zet Kennedy niet alleen te kijk als een onvermoeide rokkenjager, maar ook als een man die 'zijn' vrouwen slechts als gebruiksvoorwerp bekeek. Een van hen vertelde de schrijver dat zij zich dat realiseerde toen zij ontdekte lang niet de enige te zijn die voor de presidentiële charmes was gevallen en toen bleek dat haar familienaam - zij was de dochter van een bekende Amerikaan - haar minnaar niet opviel.

Waar de Kennedy-saga over reeksen van presidentiële pekelzonden binnen en buiten het Witte Huis zich soepel voegt in de moderne Amerikaanse folklore, heeft het Watergate-schandaal een smet van wetteloosheid op het presidentschap achtergelaten. Nixon heeft bewezen dat een president met een stalen gezicht kan liegen over misdaden die in zijn opdracht zijn gepleegd. De transcripties van Nixons bandopnamen zijn nu openbaar en iedereen kan kennisnemen van de mafiose manier waarop de president en zijn adviseurs hun zaken regelden. Zij verontschuldigden zich tegenover elkaar met de dooddoener dat iedereen altijd al deed wat zij nu deden. Nixon verweerde zich in eigen ogen slechts tegen een samenzwering van de Democraten tegen zijn presidentschap, een club die volgens hem altijd beter was geweest in smerige trucjes dan de Republikeinen.

Watergate heeft een revolutie ontketend in de werkwijze van de Amerikaanse media. De verslaggevers Woodward en Bernstein inspireerden generaties van journalisten. Met de publicatie van de Pentagon Papers, het officiële en geheime verslag over de tegenslagen in de oorlog in Vietnam, had The New York Times, sinds mensenheugenis internationaal gezaghebbend, zich al eerder losgemaakt van het establishment. Pogingen van de regering-Nixon de publicatie te verbieden strandden voor het Hooggerechtshof. Maar Nixon zon op wraak en zond een posse van plumbers uit om de lekkages, desnoods met illegale middelen, te dichten. Het was dit gezelschap dat later zou inbreken in het hoofdkwartier van de Democraten in het Watergate-gebouw in Washington.

Gezien deze voorgeschiedenis hebben de media de Clintons de afgelopen jaren nog vrij veel ruimte gelaten. De Whitewater-affaire, grondspeculaties met oneigenlijke middelen destijds in Arkansas, Travelgate, het ontslag van het voltallige personeel van het reisbureau in het Witte Huis op duistere gronden, Filegate, het laten rondslingeren van FBI-dossiers over Republikeinen in het Witte Huis, en de Paula Jones-affaire hebben ondanks het gewroet van politieke vijanden van de Clintons en de hardnekkigheid van de onafhankelijke aanklager slechts sporadisch de frontpagina's en prime time van de media gehaald. Maar in de uithoeken van de publiciteitswereld woedde de veenbrand voort.

De onthullingen en ontkenningen van Monica Lewinsky, een stagiaire in het Witte Huis die het tot vaste medewerkster bracht om daarna wegens haar flirtations naar het Pentagon te worden verbannen, hebben de lont doen ontbranden. De kroongetuige hult zich sindsdien in stilzwijgen, de president zegt van niets te weten, zijn vrouw valt hem bij en alle geschreven en gesproken getuigenverklaringen zijn geheim. Desondanks wordt Amerika dagelijks overspoeld met onthullingen. Dat de media een kwaad geweten beginnen te krijgen, kan worden afgeleid uit een publicatie in The Washington Post, de krant die het schandaal op straat bracht, waarin een reeks van onzorgvuldigheden in de nationale verslaggeving over Lewinskygate wordt opgesomd. Maar of dergelijke zelfkritiek de ongeremde kwaadsprekerij van de afgelopen week nog teniet kan doen is hoogst onzeker.

De les die uit dit alles kan worden geleerd is dat Amerikaanse presidenten en zij die de ambitie hebben het te worden niet zonder chaperonne door het leven kunnen. Een onaantrekkelijke schaduw, 24 uur per etmaal in de buurt, kan niet meer worden gemist.