Achttiende-eeuwse meesterboeven

Lucy Moore: The Thieves' Opera. The remarkable lives and deaths of Jonathan Wild, thief-taker, and Jack Sheppard, house-breaker. Viking, 304 blz. ƒ 77,60.

Jonathan Wild en Jack Sheppard zijn twee van de aanzienlijkste figuren uit de Engelse misdaadgeschiedenis. In veel andere landen, Nederland bijvoorbeeld, komt die status niet voor, maar in Engeland bestaat een oude burgertraditie van liefhebberij in de onderwereld. Een van de eerste biografen van Lucy Moores twee helden was Daniel Defoe, kort na hun terechtstellingen in 1724 en '25. Sindsdien hebben zij mooie plaatsen behouden op de tweede rang in de geschiedschrijving over de achttiende eeuw.

Jonathan Wild (1683-1725) was de meestbetekenende van de twee, als profiteur van een corrupte maatschappij. Hij werd de man tot wie bestolen burgers zich moesten wenden als zij hun bezittingen terug wilden kopen. Niet alleen kende hij alle dieven van Londen, de meeste waren bij hem in losvaste dienst; hij hielp ze met opleiding, inlichtingen en afzetmogelijkheden, en gaf ze aan bij het gerecht als ze nutteloos of onbetrouwbaar werden. Het was een moeilijk vak, alleen geschikt voor een geweten- en genadeloze man wiens waakzaamheid nooit verflauwde. Iedereen wist dat hij een schurk was maar er bestond geen politie en de ongeschoolde gerechtsdienaren deden niet aan opsporing. Toen hij in februari 1725 gearresteerd werd, overtroefd door een rivaal in de onderwereld, was hij een week tevoren nog op het paleis van de Prins van Wales geroepen om advies te geven inzake de diefstal van een horloge.

Op het eerste gezicht is het ongelofelijk dat de Londenaren van 1720 de toestanden accepteerden waarin Wilds praktijk kon bloeien. Bij nadere overweging lijkt het minder vreemd, in vergelijking met de misdaadbestrijding in onze tijd die ook niet voorbeeldig is. De achttiende-eeuwers wisten best wat er verkeerd was aan het systeem, en hoorden het met instemming bespotten in John Gays The Beggars' Opera, waar de figuur van Peachum het werk van Wild doet en Macheath geïnspireerd is door Jack Sheppard.

Sheppard (1700-'24) was een eenvoudiger type misdadiger: een vrijbuiter die het stelen niet laten kon, en een ontsnappingskunstenaar die driemaal uit de gevangenis ontkwam. Hij werd een gevierde Londenaar, geprezen in pamflet- en liedvorm, en toegejuicht door de menigte toen hij tenslotte toch veroordeeld was en op de gebruikelijke open wagen naar de galg van Tyburn werd gereden. Zijn rol had enige overeenkomst met die van de legendarische Robin Hood: niet dat hij stal ten bate van de armen, maar hij was een dartele vlo in de pels van de rijken, en een leuke jongen. Een van de redenen waarom Wild op zijn rit naar de galg gehoond werd door het publiek was dat hij medeverantwoordelijk geacht werd voor de terechtstelling van Sheppard een jaar tevoren.

Lucy Moore heeft geen zwaar onderzoek hoeven te doen om de gegevens bij elkaar te brengen voor dit boek. Zij pretendeert ook niet dat het baanbrekend is. Wel is het breeduit gedocumenteerd, en onderhoudend over de twee boeven en de omstandigheden waarin zij werkten.