'Vragen stellen, dat is haar wapen'

De koningin; TWEEMAAL per jaar spreekt zij de natie toe, op de Derde Dinsdag in september en op Eerste Kerstdag. Te zien is zij vaker, zoals op 30 april in een twee uur durend, rechtstreeks verslag van koorzang, ambachtelijkheid, kinderspelen en kunstnijverheid. Televisiejournaals tonen haar bij binnenkomst op jubileumcongressen. Pulpbladen vervormen haar tot hoofd van een familie die evenveel ups en downs beleeft als iedere willekeurige clan in een televisie-soap. Serieuze persmedia drukken af en toe een foto van haar af, vooral wanneer haar hoed een verrassend lijnenspel vertoont met een piramide of een sfinx. Die hoed, altijd weer de foto's met die hoed.

Beatrix Armgard Wilhelmina, koningin der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau, enz. enz., wordt zestig jaar. Doorgaans viert zij haar verjaardag 'in de huiselijke kring', zoals dat in communiquétaal heet. Dit jaar ontving zij tweeduizend notabelen en gewone burgers bij een celloconcert. Komend weekeinde verwacht zij honderdzestig speciale gasten, afkomstig uit de kring van familie, vrienden en vorstenhuizen.

Koningin Beatrix mag de Bekendste Nederlander onder de Bekende Nederlanders worden genoemd. Maar wie kent haar? Wie kent haar drijfveren, haar sterke karaktereigenschappen, haar zwakheden, haar taakopvatting, de wijze waarop zij opereert als lid van de regering, haar invloed, haar geestelijke bagage, haar artistieke gaven, haar smaak, haar stijl?

Het beeld van koningin Beatrix is zelden een ongefilterd beeld. Het is het beeld van functie en staatsie, van voorgeschreven en voorgelezen taal. En hoe De Koningin werkelijk is, dat moet binnenskamers blijven - qualitate qua.

II. Dignitas en humanitas KONINGIN BEATRIX valt in twee delen uiteen: dignitas en humanitas. Het schema is afkomstig van de schrijfster Hella Haasse, uit een televisieportret van de koningin dat in 1988 werd uitgezonden. Het onderscheid “spreekt mij zeer aan”, reageerde de koningin. “Het zijn twee kanten die je in jezelf moet proberen te verenigen.” Zij erkent dat het haar soms moeilijk valt: “Er is altijd de aarzeling (...): bij wie zeg ik wat, tegen wie zeg ik wat, onder welke omstandigheden? En dat kan best heel vrij zijn, maar het is juist in het ongecontroleerde - met name als het door de media of zo naar buiten zal komen, dat ik niet weet: wie kijkt, wie hoort - dat ik geremd ben.”

III. De monarchie HET IS NIET alleen de koningin die geremd is. Het is de Nederlandse samenleving in brede lagen die haar beschermt en afschermt, om redenen die in verleden en heden te vinden zijn.

Tot de Geboden van de Nederlandse monarchie behoren twee zinnen uit Thorbeckes Grondwet van 1848. Artikel 42.1 (nieuwe notatie): 'De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers.' En artikel 42.2: 'De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.' Zo wordt ook altijd die ene regel geciteerd van de Britse schrijver Walter Bagehot die in 1867 de rechten van de monarch omschreef als: 'het recht te worden geraadpleegd, het recht te waarschuwen en het recht aan te moedigen'. Samen vormen deze regels de canon van de constitutionele monarchie.

Modern samengevat is hier vastgesteld dat Nederland een vorst heeft die actief betrokken is bij de staatszaken maar daarop nooit kan worden 'afgerekend'.

Het heet een spanningsveld te zijn. Het neemt soms de vorm aan van zenuwkramp. In zijn oratie De Pers en het Geheim van het Noordeinde (13 februari 1997) analyseert de journalist/hoogleraar Harry van Wijnen de prudente wijze waarop Nederland met zijn staatshoofd omspringt. Het Geheim van het paleis lijkt zo langzamerhand uit te groeien tot slaapkamergeheim. In de visie van Thorbecke was de Koning weliswaar 'onschendbaar', wat niet betekende dat het denken en doen van de Koning buiten ieder gesprek zou moeten blijven. In zijn openbare les levert Van Wijnen kritiek op kabinet en Kamer die tegenwoordig “onzeker en preuts” debatteren over kwesties die het koningshuis betreffen. De pers geeft hij een leeropdracht: “De taak van de pers is niet de monarchie te beschermen, noch de onschendbaarheid des Konings te ontzien. (...) De monarchie kan uit een kritische beoordeling oneindig meer voordeel trekken dan uit een gedurige instemming en toejuiching.”

IV. Een sterke vrouw DE CDA-/CHU-politicus Gualthérie van Weezel verzuchtte ooit: “Onder Juliana was het veel gezelliger.” De reflexen van koningin Juliana konden sterk emotioneel en intuïtief getint zijn. Toen premier De Jong in de jaren zestig een keer beleefd informeerde naar prins Bernhard antwoordde de koningin: “Hij is verkouden en dat is sneu want hij wilde net gaan jagen in Griekenland.” De premier vond dat niet verstandig, in verband met het Griekse kolonelsregime. De koningin nam dat voor kennisgeving aan; de prins-gemaal vertrok later alsnog naar Griekenland.

Het waren de jaren van ophef rondom de verlovingen van prinses Irene en prinses Beatrix. De Jong adviseerde de koningin wat vaker contact te zoeken met ministers, voor de noodzakelijke politieke afstemming. De koningin volgde het advies op en kwam vaker naar Den Haag. Later zei ze tegen De Jong dat ze dat “best leuk” vond: het gaf haar de gelegenheid in Den Haag te winkelen.

Oud-politici vertellen deze anekdotes om te illustreren hoe groot het stijlverschil is tussen koningin Juliana en koningin Beatrix. De huidige generatie politici weet over de koningin weinig te vertellen dat een vertederende glimlach oproept. “Deze koningin laat weinig van zichzelf zien. Ze is altijd in functie. Het contact is terzake, op niveau, sterk inhoudelijk gericht”, zegt een oud-commissaris van de koningin die, zoals velen, alleen wil spreken op voorwaarde van anonimiteit.

“Koningin Beatrix is een zeer sterke, dominante vrouw”, zegt een oud-bewindsman. Het is een kwalificatie die zowel bewondering als kritiek in zich draagt. Bewondering is er, uit diverse bronnen op te tekenen, voor de niet aflatende energie waarmee zij haar ambt vervult. Haar werkkracht is legendarisch. Tijdens staatsbezoeken, die doorgaans veel energie vergen, roept zij aan het einde van de dag haar staf bijeen om de dag te evalueren en de volgende dag voor te bereiden. Als de meeste aanwezigen grijs zien van vermoeidheid, gaat de koningin monter verder: aan alles moet gedacht zijn, alles moet tot in de puntjes geregeld zijn.

In het gesprek met Hella Haasse, in 1988, zei koningin Beatrix over haar taakopvatting: “Dit is de opdracht in mijn leven. Dit moet ik nu eenmaal doen. Maar dan wil ik het ook goed doen (...) en zo goed mogelijk geïnformeerd (zijn).”

Deze uitspraak bevat twee sleutels die toegang verschaffen tot de kern van Beatrix' koningschap. Haar perfectionisme drijft haar in een voortdurende honger naar informatie. “Er is niemand in Nederland die zoveel mensen spreekt als de koningin”, zegt een politicus die regelmatig zijn opwachting maakt op paleis Huis ten Bosch. “Vragen stellen, eindeloos vragen stellen - dat is haar wapen. Als je bij haar komt, heeft ze massa's dossiers gelezen, echt gelezen: bijna alle zinnen heeft ze onderstreept en de kantlijnen heeft ze volgekrabbeld met aantekeningen. En ze werkt met vragenlijsten, vellen vol met vragen heeft ze voorbereid. Van de antwoorden maakt ze aantekeningen. Die schrijft ze op in notitieboekjes waarvan ze er honderden per thema bijhoudt. Zo kan ze terugbladeren en dan zegt ze opeens: kijk, dat hebben we zeven jaar geleden ook al eens besproken en toen zeiden we...”

De politieke ambtsdragers die zij met regelmaat ontvangt, komen doorgaans niet ten paleize om de koningin bij te praten. Bij grote kwesties, of wanneer de koningin het ergens niet mee eens is, worden ministers met vaste hand aan een examen onderworpen: 'Heeft u die mogelijkheid al bekeken? Heeft u die aspecten al gewogen in uw oordeel? Wilt u daar nog eens speciaal naar kijken?'

De koningin betrekt haar informatie uit vele circuits. Boze boeren 'interviewt' ze even gedreven als beleidsambtenaren. Bij de voorbereiding van staatsbezoeken worden deskundigen ingeschakeld die literatuur aanreiken en met haar het programma doornemen: de geschiedenis van het land, culturele aspecten, de politieke verhoudingen - alles wordt bestudeerd.

Pagina 3: 'Ze wil de regie in handen houden'

V. Een politieke monarch DE STIJL van koningin Beatrix wordt doorgaans getypeerd als zakelijk en professioneel. Het kan preciezer gezegd: haar stijl is politiek van aard. Nederlandse politici zeggen het doorgaans niet te luid. Maar onverbloemd staat in de laudatio bij de prestigieuze Karelsprijs, die de stad Aken in 1996 aan koning Beatrix toekende voor haar bijdrage aan de Europese integratie: “Binnen de constitutionele monarchie in ons buurland, het Koninkrijk der Nederlanden, is het eigenlijk niet gebruikelijk dat een staatshoofd zich politiek inzet voor een Europese Unie. Als politiek denkende en handelende monarch heeft koningin Beatrix al in een vroeg stadium een lans gebroken voor de Europese eenwording.”

De journalist Harry van Wijnen kwam in 1992 tot een vergelijkbare schets in een inleiding bij het fotoboek In dienst van het koninkrijk van persfotograaf Werry Crone. De inzet van koningin Beatrix heeft “een aanhoudende expansie te zien gegeven. (...) De koningin eist meer van haar omgeving dan de meeste ministers van hun ambtenaren. (...) Ze bestuurt haar staf alsof het een departement was. (...) Ook uit de structuur van haar staf, de taakverdeling en de spreiding van deskundigheid kan iets van de aard van haar ambtsopvatting worden afgeleid; ze is met zoveel deskundigheid omgeven (...) dat ze ook is toegerust haar functie van constitutioneel contragewicht in de regering te vervullen. Dat lijkt de kwintessens van haar taakopvatting: evenknie te zijn van de ministers. Dat komt neer op de zelfopgelegde taak aan de ministers gelijk te willen zijn, niet in kennis van het regeringsbeleid voor de minister-president te willen onderdoen, zelfs niet te willen onderdoen voor de vakministers, ja, opgewassen te willen zijn tegen het kabinet. Volgens die opvatting is het koningschap eigenlijk niet anders dan een inwonende schaduwregering.”

VI. Een boze koningin DE KONINGIN heeft zich opgewerkt tot eenzame hoogte. Voor kritiek is ze weinig vatbaar. Een oud-bewindsman daarover: “Ze kan soms uitgesproken meningen hebben zonder dat ze die heeft gecheckt. De dingen zijn vaak zoals zij ze ziet. Ook over mensen kan ze snel een oordeel vellen: iemand is geweldig of iemand deugt niet - daarin denkt ze tamelijk zwart-wit. Als je haar confronteert met een andere visie, dan geeft ze zichzelf niet snel gewonnen. Ze is het niet gewend te worden tegengesproken en ze heeft haar tegenspraak niet goed georganiseerd. Als ze weerwoord krijgt, kan ze snel geïrriteerd raken. En dan binden haar gesprekspartners in; niemand praat graag met een boze koningin.”

Een voormalige dienaar van het hof onderscheidt enige faalangst in het koninklijke perfectionisme. “Ze kan behoorlijk uit haar slof schieten als er dingen in haar omgeving mis gaan of als ze voor onverwachte situaties wordt gesteld. Ze wil voortdurend en onder alle omstandigheden de regie in handen houden en de feitjes op orde hebben. Ze is weinig impressionistisch, weinig visionair. Discussies wil ze winnen op kennisvoorsprong. Het spel van debatteren, samen hardop denken, samen zoeken naar de grotere verbanden - dat is haar stijl niet.”

VII. Rode-loperkoorts HET MILIEU waarin de koningin opereert, is in alle opzichten beschermd. Het is een omgeving die weinig ruimte laat voor onbevangenheid. Ten dele is dat het gevolg van de wijze waarop koningin Beatrix haar taken opvat. Anderzijds is er ook veel verkrampt gedrag haars ondanks.

De journalist Jan Blokker schreef ooit: “De enige die normaal doet in gezelschap van de koningin is de koningin zelf.” Politici die de koningin regelmatig bij bezoeken in het land hebben begeleid, kunnen dat beamen. Een oud-Tweede-Kamerlid spreekt van 'rode-loperkoorts'.

Als commissaris van de koningin in Zuid-Holland en als burgemeester van Amsterdam heeft mr. S. Patijn vele openbare optredens van de koningin meegemaakt. “Het komt nogal eens voor dat mensen zenuwachtig worden als ze in haar omgeving komen”, zegt hij. “Burgemeesters bij wie ze haar verjaardag komt vieren, moeten bij wijze van spreken door het zweet ieder half uur een nieuw pak aan. Je ziet de autoriteiten elkaar onder de voet lopen om vooral in haar buurt te komen, terwijl het bloemenmeisje dat het boeket mocht aanbieden in een hoekje zit te verpieteren. Neem bijvoorbeeld sommige partners van burgemeesters. Die hebben weken in spanning gezeten, zijn naar de kapper geweest, zijn op hun paasbest gekleed. Ze proberen de koningin in beslag te nemen. De koningin heeft dat haarfijn in de gaten en lost dat heel professioneel op. Ze komt geen aapjes kijken. Ze wisselt een blik met een adjudant of een secretaris en die vraagt beleefd of de partner iets meer ruimte wil bieden aan de koningin. Het ligt dus niet aan de koningin maar aan de reacties van de mensen die zij ontmoet.”

Breed gedragen is de bewondering voor de wijze waarop koningin Beatrix haar openbare optredens gestalte geeft. Een voormalige commissaris van de koningin: “Oranjes hebben een Fingerspitzengefühl voor omgang met gewone mensen. De koningin weet ze altijd snel op hun gemak te stellen. Ze gebruikt humor als instrument om de spanning bij mensen te breken. Een korte geestige opmerking, een moment van bevrijdende lach en het gesprek kan beginnen.”

VIII. Ruime invloed OVER DE politieke invloed van koningin Beatrix worden hier en daar wel wenkbrauwen gefronst. Soms is er ophef en er wordt wel eens wat gefluisterd. De koningin zou in 1996, bij haar staatsbezoek aan Zuid-Afrika, niet in gezelschap hebben willen verkeren van een Nederlandse ambassadeur die een wettige echtgenote in Nederland en een vriendin in Zuid-Afrika had. Op last van de koningin zou Nederland in 1996 een ambassade hebben geopend in Amman om redenen van koninklijke vriendschap met het Jordaanse vorstenhuis en niet om dwingende diplomatieke belangen te dienen. De subsidie van het Amsterdamse amateurgezelschap Toetssteen werd in de zomer 1996 ingetrokken omdat majesteit not amused zou zijn geweest met het stuk Emily, of het Geheim van Huis ten Bosch, waarin de koninklijke familie ten tonele werd gevoerd.

Meestal blijven het rimpels in de hofvijver. Onder politici van de heersende politieke stromingen klinkt overwegend bijval voor het staatkundig handelen van de koningin. Burgemeester Patijn verwoordt het bekende adagium: “De macht van elk staatshoofd in een constitutionele monarchie is sterker naarmate zijn gesprekspartner zwakker is. Als de koningin invloed heeft, komt dat vooral doordat haar opvattingen hout snijden en niet omdat ze als koningin iets zegt.”

Oud-premier Lubbers, met wie zij ruim twaalf jaar zeer hecht samenwerkte, meende dat met de bevoegdheden van de koningin “niet angsthazig” moest worden omgesprongen. Hij gaf haar de ruimte.

Koningin Beatrix spreekt als regel elke maandagmiddag tussen twee en vier uur met de minister-president. Ministers komen gemiddeld tweemaal per jaar, de minister van Buitenlandse Zaken komt iets vaker. De koningin belt ook regelmatig direct met ministers, als ze snel geïnformeerd wil worden over een bepaalde ontwikkeling.

In de ministerraad mag de premier niets loslaten over de opinies van de koningin, hetgeen Lubbers toch een keer deed in een slepende benoemingskwestie. 'De koningin is ook voor', zo probeerde hij druk uit te oefenen, overigens buiten de genotuleerde orde om.

De koningin wil volwaardig lid van de regering zijn. “Als er iets is waar ze niet van houdt, dan is het betutteling door politici”, zegt een Haagse ingewijde die menige kabinetszitting heeft meegemaakt. Voorbeeld daarvan is een kwestie uit 1986 rondom Václav Havel, toen nog Tsjechoslowaaks dissident, die de Erasmusprijs kreeg. Op last van minister Van den Broek van Buitenlandse Zaken was een toespraak van Havel gekuist omdat de minister in aanwezigheid van de koningin geen kritiek op het Praagse regime wenste. De koningin hoorde dit achteraf en vond dat Van den Broek overdreven voorzichtig had gehandeld. Ze liet hem dat ook weten. In de ministerraad werd Van den Broek daarover later op de vingers getikt, door Lubbers voorop, hetgeen de toch al niet hartelijke relaties tussen hem en de minister van Buitenlandse Zaken verder schaadde.

Naar verluidt vormt koningin Beatrix met premier Kok minder een 'team' dan zij deed met Lubbers. De 'calvinistische polderachtergrond' van Kok zou een iets zakelijker en afstandelijker relatie in de hand werken. De koningin zou ook minder vat hebben op een aantal ministers en staatssecretarissen uit het 'paarse' kabinet die van buiten het Haagse circuit komen. Deze bewindslieden keren wel eens van het paleis op hun ministerie terug met de verzuchting dat “de majesteit weer eindeloos dingetjes en vraagjes had”. Het zijn uitspraken uit de Haagse wandelgangen, waarvan de waarde moeilijk te bepalen is.

De scherpste kritiek op de invloed van koningin Beatrix is tot nu toe gekomen van buiten de politiek. Niet van het Republikeins Genootschap, een in 1996 opgericht gezelschap onder aanvoering van voormalig Elseviertopman P. Vinken, dat zich vooral heeft gekeerd tegen de irrationaliteit van erfopvolging. De scherpste kritikaster is de Europese ambtenaar J. Prillevitz, oud-medewerker van de Rijksvoorlichtingsdienst, die op 11 mei 1995 in deze krant schreef: “Er is in Nederland iets aan het opkomen dat ik 'Beatrixisme' zou willen noemen. Het is het verschijnsel dat, door het falen van de politiek en de afkalving van democratische instituties, de macht en invloed van de monarch langzaam maar zeker toenemen.”

Bijna drie jaar later is deze ontwikkeling nog steeds gaande, zo stelt Prillevitz desgevraagd. Vooralsnog is hij een van de weinigen die zich zorgen maken. Een uitnodiging voor het lidmaatschap van het Republikeins Genootschap zou hij accepteren.

IX. Formatie & coup KONINGIN BEATRIX is sinds haar inhuldiging, op 30 april 1980, betrokken geweest bij de formatie van vier kabinetten. Daarin heeft ze haar staatsrechtelijke vrijheden tot nog toe meer benut dan haar moeder gewoon was te doen. Twee voorbeelden daarvan zijn de kabinetsformaties van 1981 (tweede kabinet-Van Agt) en 1994 ('paars'). Professor Maas, hoogleraar parlementaire geschiedenis in Nijmegen, heeft in het verleden wel gezegd dat Beatrix in 1981 Van Agt heeft geëcarteerd door niet prof. Steenkamp als informateur te benoemen, voor wie Van Agt een voorkeur had, maar te kiezen voor prof. De Gaay Fortman. Overigens nuanceert Van Agt desgevraagd deze voorstelling van zaken. “De koningin en ik hebben toen diverse namen besproken. Steenkamp had mijn voorkeur, maar De Gaay Fortman was voor mij zeker aanvaardbaar.”

Maas karakteriseerde ooit de aanwijzing van informateur Kok, in juli 1994, als 'de coup van Beatrix', omdat noch het advies van de vorige informateur, Tjeenk Willink, noch de meerderheid van de (overigens verdeelde) adviezen van de fractieleiders in de richting van een PvdA-informateur ging. Daarna zijn van diverse kanten vermoedens geuit dat de koningin haar keuze voor Kok mede baseerde op de adviezen van haar twee vaste adviseurs bij kabinetsformaties, de voorzitter van de Tweede Kamer en de vice-president van de Raad van State. Met name aan het oordeel van Kamervoorzitter Deetman hechtte de koningin volgens diverse ingewijden zeer. Van Deetman was bekend dat hij een voorkeur had voor een PvdA/CDA-kabinet.

De keuze van de koningin voor Kok was niet alleen eigenzinnig maar stelde de PvdA-leider ook voor de zwaarste proef in zijn politieke carrière. Als hij, op basis van zijn 'proeve van een regeringsprogram', drie partijen tot een akkoord zou krijgen, kon hij premier worden. Was dat niet gelukt, dan was de kans groot geweest dat er een centrum-rechtse coalitie zou zijn gekomen. Kok, die tot dan toe slechts verkiezingen verloren had, zou in dat geval van het politieke toneel zijn verdwenen.

Pagina 4: 'De soepelheid gaat verloren'

X. Vermogen aan geruchten TOT DE hardnekkigste sprookjes van de moderne tijd behoort het gerucht dat de Oranje-familie zich zou kunnen meten met de rijksten der aarde. Sinds de jaren zestig zetten de Amerikaanse zakenbladen Forbes en Fortune de Nederlandse vorstin steevast op hun lijsten van hoogvermogenden. Forbes plaatste koningin Beatrix (samen met haar moeder) afgelopen jaar op de zevende plaats van rijkste vorsten en dictators, met een vermogen van 4,7 miljard dollar. In Fortune stond de koningin in 1987 op de 12de plaats, met een vermogen van 4,4 miljard dollar. Fortune had zich gebaseerd op berekeningen van de Nederlandse elite-onderzoeker Jos van Hezewijk, die het vermogen van de Oranjes op 7 miljard gulden schatte. Van Hezewijk kwam later terug op zijn schatting. In de Haagse Post van 6 februari 1988 sprak hij van “een gissing” die “achteraf misschien beter niet gepubliceerd had kunnen worden”.

Nederlandse roddelbladen pikken de spraakmakende getallen regelmatig met gretigheid op. In Privé viel in 1987 de kop te lezen: 'Expert onthult geheim, Oranjes bezitten minstens 7 miljard'. Prinses Juliana ontstak daarover in woede in een vraaggesprek met Maartje van Weegen waarin zij zei “weerloos” te zijn tegen dit soort “flauwekul”.

De Rijksvoorlichtingsdienst lichtte in 1987 voor het eerst een tipje van de sluier op over het privébezit van de koninklijke familie. Het Haarlems Dagblad kreeg dat jaar de volledige lijst van alle onroerende eigendommen van de Oranjes en concludeerde daaruit dat dit niet meer waard was dan enkele tientallen miljoenen guldens.

Het leeuwendeel van het familiekapitaal berust nog steeds bij prinses Juliana. Een erfenis van hooguit enkele tientallen miljoenen guldens, ontvangen na de dood van prinses Wilhelmina in 1962, zou - naar schattingen in diverse publicaties - de basis vormen van het vermogen van koningin Beatrix. Haar bezittingen in onroerend goed beperken zich tot kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche, een vakantiehuis in Tavernelle, nabij Florence, en een pand aan het Lange Voorhout in Den Haag. De lijst met onroerende zaken van prinses Juliana is veel langer. Zij bezit onder meer 807 hectare grond, acht boerderijen, een twintigtal woningen en het Wassenaarse landgoed De Horsten met daarop het landhuis dat ooit is gebouwd voor prinses Christina. De paleizen van de koninklijke familie in Den Haag, Amsterdam en Soestdijk zijn sinds 1973 eigendom van de Staat.

Begin jaren negentig zagen royalty watchers met spanning uit naar het moment waarop grote beleggers op de Amsterdamse beurs hun aandelenpakketten openbaar moesten maken, conform een nieuwe Wet Melding Zeggenschap. Toen niemand van de Oranjes zich op Beursplein 5 meldde, vervluchtigde een oud verhaal dat de koninklijke familie een belang zou hebben van meer dan 5 procent in Koninklijke Olie. Overigens zou een aandelenpakket van 4 procent al een miljardenvermogen vertegenwoordigen.

XI. Couture royale EEN VROUW op de troon oogt beter dan een koninklijke man. Vele deskundigen hebben die stelling in de loop der jaren al verdedigd. De kracht van de vrouwelijke factor zou in versterkte mate gelden in het moderne mediatijdperk. Vrouwen worden, generaliserend gesproken, eerder in staat geacht 'warme gevoelens' op te roepen bij het brede publiek. Vrouwen zijn ook 'mediagenieker' doordat hun garderobe een veel breder spectrum van vorm en kleur kan vertonen dan de mannelijke maatkostuums en uniformen.

De kleding van koningin Beatrix wordt al sinds 1965 gemaakt door de Amsterdamse couturier Theresia Vreugdenhil. Sinds enkele jaren wordt ze bijgestaan door haar dochter Saskia.

Koningin en couturier hebben in de loop der jaren een typische Beatrix-stijl ontwikkeld, zo vertelde Theresia Vreugdenhil in 1995 in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. De koninklijke smaak wordt gekenmerkt door een krachige schouderlijn, kloeke jasvormen en jurken en pakjes met schootjes en volants. De kleding van de koningin wordt voorzien van een op maat gesneden zijden onderjurk (surplace) die onder alle omstandigheden een optimale pasvorm garandeert.

Bij elk staatsbezoek draagt de koningin een kledingstuk waarmee zij een hommage brengt aan het gastland. In Italië was dat een jurk in de kleuren van de Italiaanse vlag, in India een avondjurk van Indiase zijde, in Indonesië een tailleur van geel-zwarte zijden batik.

In het vraaggesprek met deze krant laat couturier Vreugdenhil enige kritiek op de kledingkeuze van de koningin doorklinken. Zij zegt: “De koningin is geen normale vrouw met normale eisen. Ze is visueel heel sterk en heeft oog voor ieder detail. Alles moet perfect zijn bij haar. Zelf vind ik wel eens dat de perfectie zover wordt doorgevoerd dat er iets van de soepelheid van de kleding verloren gaat.”

Couturier Frank Govers liet in 1994 in een vraaggesprek blijken weinig waardering te hebben voor de wijze waarop koningin Beatrix gekleed gaat: “Op een beladen dag als de D-day-herdenking moet je niet verschijnen in een uitbundig zijden bloemenjurkje, een grote flaphoed, een verkeerde gele roos en een poncho-achtige affaire die in de wind aan alle kanten om het hoofd heen wappert.”

Frans Haks, voormalig directeur van het Groninger Museum, schreef in zijn onlangs verschenen dagboek, Een calculerende terriër, over de opening van de nieuwe behuizing van zijn museum, eind 1994, in aanwezigheid van de koningin: “Ik zag tot mijn verbijstering dat kekke, korte zwarte jasje waaronder een blommetjesjurk tevoorschijn kwam”. Haks speelt de rol van moderne hofnar met verve. Over Hare Majesteits smaak op kunstgebied schrijft hij: “Toppunt van ongemakkelijkheid bezorgde zij me door (..) naar buiten te wijzen, zeggend: 'wat staat daar voor een monsterlijke stoel?' 'Majesteit, dat is de bronzen poltrona van Proust, ontworpen door Alessandro Mendini.' 'Oh', zei ze, 'toch vind ik het een monsterlijk ding'.” Desgevraagd voegt hij eraan toe: “In de eigentijdse cultuur stelt ze weinig tot niets voor. Als je kijkt naar de inrichting van de tentoonstelling in het Paleis op de Dam bij de uitreiking van de koninklijke subsidies voor kunstenaars: dan wordt die ruimte toegetakeld met vitrines en schotten. Je kunt haar rol in de cultuur niet vergelijken met die van iemand als Mitterrand.”

XII. Privé VIA HAAR kleding komt langzaamaan het privédomein van koningin Beatrix in zicht. Hier trekt zij een zeer scherpe grens. “Ik heb er echt hele grote problemen mee als men aan ons privéleven komt”, zei ze in het televisieportret in 1988. “Dat is iets waar ik heel gevoelig voor ben.”

Toen prins Claus in de jaren tachtig werd geveld door “klachten van depressieve aard” betrachtte het koninklijk paar daarover opmerkelijke openheid. De ziekte van de prins werd toegelicht in communiqués van de Rijksvoorlichtingsdienst.

Overigens blijven de persoonlijker getinte uitlatingen summier. Koningin Beatrix heeft, in gezelschap van prins Claus, sinds 1980 viermaal een vraaggesprek gegeven. Tot het beperkte aantal ontboezemingen daarin behoren de liefdevolle wijze waarop zij spreken over het jonge gezinsleven op kasteel Drakensteyn, de passie van de koningin voor beeldhouwen en boetseren en de kookkunst van prins Claus die een meester zou zijn in boeuf stroganoff en uiensoep.

De regie over publiciteit houdt zij strikt in eigen hand. Een vraaggesprek van NRC Handelsblad met prins Willem-Alexander, in september 1995, werd niet gepubliceerd omdat de koningin passages herschreven wilde zien in een vorm waarin ze niet door de prins waren uitgesproken.

Koningin Beatrix weet zich omringd door een uiterst discrete vriendenkring, waartoe onder meer oud-politicus prof. Bas de Gaay Fortman, hoogleraar internationaal recht Frans Alting von Geusau en ex-diplomaat Piet-Hein Houben behoren. De koningin onderhoudt ook nauw contact met de leden van haar jaarclub uit Leiden. “Beatrix is zeer trouw in haar vriendschappen. Altijd een kaartje”, valt in die kring op te tekenen. Meer niet.

In een koninklijk leven zijn 'werk en privé' niet altijd even eenvoudig te scheiden. Dat geldt in versterkte mate voor prins Willem-Alexander die - op huwbare leeftijd - regelmatig prooi is van de populaire media. Los daarvan is zijn eventuele partnerkeuze uiteindelijk een staatszaak. In 'de bladen' gelden de Zweedse prinses Victoria en de van oorsprong Nijmeegse orthodontistendochter Emily Bremers als belangrijke kandidaten. Laatstgenoemde zou, volgens serieuzere bronnen rondom de prins, op dit moment de hoogste ogen gooien. Geheel zonder publicitair risico zou deze keuze niet zijn: de ouders van de mogelijk toekomstige koningin hebben zich inmiddels in Brasschaat, in het fiscaal aantrekkelijke België gevestigd, het weekblad Panorama portretteerde haar vader twee jaar geleden al als 'de foutste schoonvader' van Nederland, zijn broers haalden in de jaren zeventig de kolommen van Vrij Nederland wegens fraude en belastingontduiking. Zonder stressbestendigheid tegen mediageweld valt in koninklijke kring steeds moeilijker te leven.

XIII. Cantatediensten KONINGIN BEATRIX laat haar verjaarsgasten komende zondag niet uitslapen na het galabal van zaterdagavond. Zij neemt ze mee naar de zondagsdienst in de Westerkerk in Amsterdam.

Voorganger in deze dienst is dominee Nico ter Linden, schrijver van de bestseller 'Het verhaal gaat'. Hij is een broer van dominee Carel ter Linden bij wie koningin en prins in Den Haag regelmatig ter kerke gaan. Beide Ter Lindens zijn beoefenaar van de 'narratieve theologie', waarbij het vooral om het verhalende karakter van de bijbel gaat .

Dominee Carel ter Linden is sinds 1983 predikant van de Haagse Kloosterkerk. Door zijn pastorale capaciteiten en zijn preken weet hij veel mensen aan zich te binden. De Kloosterkerk aan het Lange Voorhout is van hervormde signatuur, maar vormt binnen de grote Nederlandse Hervormde Kerk een aparte stichting. Het is geen wijkkerk, maar haalt zijn publiek van heinde en ver uit de Haagse regio.

Kloosterkerkgangers zijn overwegend mensen uit de sociale en intellectuele bovenlaag van de bevolking. Veel ambtenaren, tal van gepensioneerden, ook wat jongeren. Zoals dat heet: men weet zich er te gedragen. Niemand moet de moed hebben de koningin na afloop van een dienst zomaar aan te spreken. Dat wordt door haar en de andere kerkgangers bepaald niet gewaardeerd.

Koningin Beatrix en prins Claus zijn in de Kloosterkerk regelmatige bezoekers van de cantatediensten die eenmaal in de maand worden gehouden. Deze diensten sluiten aan bij de muzikale belangstelling van prins Claus. Koningin Beatrix hecht er bovendien aan door het Woord geraakt te worden. De predikant en de kerkenraad worden van tevoren telefonisch op de hoogte gebracht van de komst van het koninklijk paar. Gedurende de dienst zitten koningin en prins te midden van een min of meer vaste groep mensen die zich in de loop der jaren heeft gevormd.

In tegenstelling tot haar moeder, die aanhanger was van de ethisch-christelijke richting, wordt koningin Beatrix een 'rechts-vrijzinnig' gelovige genoemd, iemand die “een duidelijke lijn naar boven” heeft en veel waarde hechtte aan de geloofsopvoeding van haar kinderen, vooral van de kroonprins. Willem-Alexander heeft vorig jaar in de Kloosterkerk belijdenis des geloofs gedaan. Na zijn studententijd nam de kroonprins deel aan een gesprekskring onder leiding van dezelfde predikant.

XIV. Perfectie als paradox IN HISTORISCHE en sociologische studies wordt vaak geschreven dat Nederland de afgelopen eeuwen een burgerlijke natie is geweest, waarin waarden als ijver, ingetogenheid en spaarzaamheid centraal staan. De Nederlandse monarchie sluit daarbij voorbeeldig aan.

Koningin Beatrix werkt har, ze is bepaald niet dolp overmatig feestgedruis en ze staat in haar directe, kleine kring bekend om haar zuinigheid. 'Oud geld' voert een degelijke staat; smijten met geld is voor de nouveaux riches.

Aan het hof van koningin Beatrix wordt Ford Scorpio gereden (ondenkbaar aan menig ander Europees hof), want dat vindt Hare Majesteit praktisch en modern. De viering van Koninginnedag moet eenvoudig blijven, geen overdadige show. Waar andere koningshuizen, zoals in Denemarken of in Zweden, wel vaker grote hoffeesten organiseren, doet koningin Beatrix dit ter gelegenheid van haar zestigste verjaardag eigenlijk voor het eerst. Bij festijnen aan andere hoven arriveert ze vaak als laatste en vertrekt ze als eerste. Dan moet ze weer aan de slag. Samen met koning Juan Carlos van Spanje wordt ze tot de nijverste monarchen van Europa gerekend.

Kroonprins Willem-Alexander zei in september vorig jaar, in een vraaggesprek met Paul Witteman, dat hij “geen enkele eigenschap” van zijn moeder zou willen overnemen. Koning-koopman Willem I (1813- 1840) en koningin Juliana (1948-1980) zijn eerder zijn voorbeelden: minder staatszaken, meer handelspolitiek en een menselijker maat, dat lijkt de richting waarin de troonopvolger het zoekt.

Maar voordat het zover is, zal de 60-jarige Beatrix naar verwachting nog vele jaren Hare Majesteit de Koningin blijven. Haar moeder regeerde tot haar 71ste verjaardag. In kringen rondom het hof wordt hier en daar betwijfeld of koningin Beatrix nog wel elf jaar zou kunnen doorgaan, gezien de afmattende wijze waarop zij haar taken opvat. De vraag wordt ook gesteld of zij wel zo lang zou moeten doorgaan. Journalist Harry van Wijnen schreef in 1992, in Werry Crone's fotoboek 'In dienst van het koninkrijk': “[Het] is de paradox van de kwaliteit die koningin Beatrix in de afgelopen jaren in haar werk tentoon heeft gespreid - de paradox van het moderne koningschap dat onafwendbaar aan zijn eigen perfectie te gronde gaat.”

Koningin Beatrix is in kennis en ervaring inmiddels vrijwel alle politici van Nederland voorbijgestreefd. Dat ogenschijnlijke voordeel zou in een nadeel kunnen omslaan. Een constitutioneel monarch mag perfect willen zijn, maar heeft vooral een soepele geest en flexibiliteit nodig om te kunnen functioneren in een omgeving van democratisch gekozen nieuwkomers.

“Een Europees buitenlands beleid onder een gemeenschappelijke noemer is geen utopie. De Amerikaanse president staat 's morgens om negen uur op en zegt (op zijn knie slaand): zo doen we het! Clinton heeft alleen instemming nodig van het Congres. Maar de voorzitter van de Europese Unie moet vijftien koks onder één noemer brengen. Wij hebben vijftien nationale belangen, in de toekomst 20 of 25. Daarom mogen we geen al te hoge verwachtingen hebben over een gemeenschappelijk beleid. De problemen zullen op veel gebieden overbrugbaar zijn, op andere niet. Wij zijn ook niet dol op alles wat in Europa gebeurt.”