Tussen bommen en rovers

De foto toont negen mannen in lange loden jassen met grote Rode-Kruispetten op. Ze kijken ernstig naar de camera. Bewust van hun moeilijke opdracht en wellicht ook enigszins bevreesd voor datgene wat komen zou.

De negenkoppige missie van het Nederlandse Rode Kruis vertrok naar Ethiopië om medische hulp te verlenen aan de slachtoffers van de Abessijnse oorlog. In het boek 'Tusschen bommen en roovers' beschrijft de chirurg A. van Schelven, 'onderleider' van de missie, het werk van deze 'Artsen zonder Grenzen' avant la lettre.

Uitgewuifd door prinses Juliana vertrekt de ambulance op 3 december 1935 per boot naar Djibouti, de toenmalige Franse kolonie aan de Rode Zee. Vandaar gaat het per trein naar Addis Abeba, een tocht over 800 kilometer die drie dagen in beslag neemt. De uitrusting van de ambulance, zeshonderd kisten en drie Ford vrachtauto's, arriveert tien dagen later compleet en wel in de Ethiopische hoofdstad - tot verrassing van de auteur.

Half januari 1936 vertrekt de ambulance per karavaan, bestaande uit 324 muildieren, naar Dessi, een plaats in het noorden. Daar worden de gewonden van het slagveld en de slachtoffers van de Italiaanse bombardementen behandeld. Maar omdat Dessi nog zo'n driehonderd kilometer verwijderd is van het slagveld, wordt besloten twee voorposten in te richten. Dan beginnen de ontberingen.

Op weg naar de voorpost wordt de kolonne van Van Schelven overvallen door shiefta's, lokale struikrovers die daartoe zijn opgehitst door de Italianen. Van Schelven wordt getroffen door een kogel en verliest zijn bewustzijn. Als hij weer bijkomt, is hij omringd door shiefta's die het op zijn geweer hebben gemunt. 'Als zij zich naar mij toe buigen, ruik ik die ranzige stank, die ik ook wel in Cobbo heb geroken bij die ongewasschen kerels, die hun haar insmeren met bedorven boter, zich nooit wasschen'.

Hij ziet de kleine gekromde messen die de rovers aan hun riem hebben hangen en weet dat dat de messen zijn waarmee ze hun slachtoffers, levend of dood, verminken. 'Ik denk plotseling: moet dit nu het einde zijn? Heb je daarvoor vrouw en kinderen verlaten om hier als een dier afgeslacht te worden?' Als even later een oude shiefta met 'valsche, stekende oogjes' ook nog zijn kleren wil, wordt het hem teveel en met zijn hand in de linkerbroekzak doet hij net alsof hij een pistool heeft. De oude rover heft dreigend zijn speer op, maar blaast dan toch de aftocht. Van Schelven weet zich ongezien naar een bosje te slepen en houdt zich daar schuil. Af en toe staan de rovers op enige meters afstand van hem te beraadslagen: 'Elk oogenblik vrees ik, dat een van die zwarte kerels door het struikgewas heen zal breken, mij zal vinden en mij dan meteen maar de keel zal afsnijden...'

Dat is niet het geval en ook de Italiaanse bombardementen met brisantbommen overleeft hij. Liggend in het bosje - 'tussen bommen en roovers' - stelt hijzelf de diagnose dat een kogel een long heeft doorboord en daarna ter hoogte van de hartstreek het lichaam weer heeft verlaten. 'Een pakje brieven van mijn vrouw heeft den kogel opgevangen en, naar ik bereken, den loop dusdanig gewijzigd, dat mijn hart niet ten volle geraakt werd'. Hij legt met succes een noodverband aan en wacht twee dagen, geplaagd door vliegen, de zon en een geweldige dorst. Hij weet na een nacht strompelen een dorpje te bereiken.

De dorpelingen ontvangen hem niet met open armen en als hij verscheidene geroofde spullen van de karavaan ziet, begrijpt hij waarom. Toch verzorgen ze hem. Met een menu van bedorven eieren en zure geitenmelk komt er weer wat leven in hem. Dan wordt hij op een ezel gehesen en na een dag hobbelen komt hij een journalist tegen van United Press en een Britse transport-officier. Zij brengen hem terug bij de Nederlandse missie.

In de weken van herstel die volgen maakt hij verschillende Italiaanse luchtaanvallen met het uiterst giftige mosterdgas mee. De Nederlandse artsen behandelen zo goed en zo kwaad als het gaat de gewonden en de door het gas verbrande soldaten en burgers in een grot in de bergen, zo'n honderdvijftig per dag. Begin april moeten de Nederlanders hals-over-kop evacueren voor het oprukkende Italiaanse leger. De medische uitrusting moeten ze achterlaten.

Op 24 april vertrekken ze uit Addis Abeba om op 1 mei scheep te gaan in Djibouti. En op 19 mei zetten ze onder toeziend oog van prinses Juliana weer voet op Nederlandse bodem. Naast de schotwond in zijn borst is de enige tastbare herinnering die Van Schelven van de missie overhield een ridderorde die keizer Haile Selassie hem 'behaagd heeft te geven'.