Ruimte voor klein gespeelde intimiteit

Voorstelling: Gek van vrouwen (Jake's women) van Neil Simon, door Impresariaat Wim Visser. Spelers: Gees Linnebank, Renée Fokker, Camilla Braaksma, e.a. Vertaling: Coot van Doesburgh. Regie: Eddy Habbema. Gezien: 28/1 in Stadstheater, Zoetermeer. Tournee t/m 8/4. Inl. (020) 623 37 00.

“Jij stopt met tikken, maar je hoofd blijft doorgaan,” luidt het verwijt van de tweede vrouw van de schrijver, en dat vreet aan hun relatie. In zijn hoofd is hij niet alleen bij de personages die hij schept, maar vooral ook bij de bestaande vrouwen die in zijn kop rondspoken: zijn dochter, zijn zus, zijn psychiater en in de allereerste plaats zijn eerste vrouw, die is verongelukt. En de kunstgreep van Neil Simon is, dat hij die vrouwen lijfelijk ten tonele voert - telkens als de hoofdpersoon ze zo levendig voor zich ziet dat hij, in zijn hoofd, hele gesprekken met hen voert.

Het is alweer tien jaar geleden dat hier voor het laatst een nieuw stuk van Simon te zien was: het weemoedig-autobiografische Biloxi Blues. De stukken die hij nadien schreef, bleven in Nederland ongespeeld. Jake's women is het eerste na die lange tijd dat weer door een Nederlandse producent op het repertoire is gezet, onder de iets te kluchtige titel Gek van vrouwen.

De voorstelling bewijst om te beginnen, dat de vermaarde Broadway-routinier nog niets van zijn flair verloren heeft. Hij schept zich een uitgangspositie die grappige mogelijkheden biedt en weet die vervolgens terdege uit te buiten. Met het grootste gemak van de wereld, zo lijkt het, werkt hij de komische kanten uit (want wat gebeurt er als de schrijver tegelijk met een imaginaire èn een echte vrouw moet praten?) en wisselt die af met de verdrietige momenten waarop de hoofdpersoon beseft dat hij nooit een waarachtige relatie kan hebben met al die vrouwen in zijn hoofd. En de oneliners vloeien als vanzelfsprekend voort uit de situatie: “Psychiaters werken niet 's nachts, dan zitten ze zelf in een crisis.”

De handeling komt in de geoliede vertaling van Coot van Doesburgh weldadig dichtbij, want Jake heet nu Jasper en ook heel de rest is naar Nederland verplaatst, inclusief de namen van bestaande locaties en vedetten. Mij bevalt zo'n bewerking heel wat beter dan de letterlijke vertaling die hier vaak van andere buitenlandse komedies wordt opgevoerd. In dit stuk laat het New York van Neil Simon zich immers heel goed overplaatsen naar onze Randstad.

Effectief is ook het weglaten van het naturalistische decor. Op het toneel staan een zwart bureau, een zwarte stoel en een zwarte zitbank, en de gefilterde lichtbundels (van Coen van der Hoeven en Reinier Tweebeeke) doen de rest. In dat mistige licht speelt Gees Linnebank de schrijver, virtuoos schakelend van vergenoegd via klaaglijk naar getroubleerd en weer terug, en naast hem is Renée Fokker de ietwat verzenuwd geraakte echtgenote.

Onvermijdelijk zijn er uitbarstingen, maar regisseur Eddy Habbema maakte ook volop ruimte voor de klein gespeelde intimiteit. Soberheid is kennelijk zijn sleutelwoord geweest - en dat is maar goed ook, want Neil Simon komt tenslotte met een wel heel obligate conclusie op de proppen: je moet gewoon jezelf zijn en leren van jezelf te houden, dan verdwijnen die spookfiguren vanzelf uit je hoofd. Het zou niet passen om over die vondst al te triomfantelijk te doen.