Romantisch Rotterdam

Rotterdam hoopte Culturele Hoofdstad van Europa voor het jaar 2001 te worden. Het heeft (nog) niet zo mogen zijn en dus moet er maar vast iets anders verzonnen worden, want de komst van grote aantallen toeristen is dringend gewenst. Hoe komt de stad van haar harde, zakelijke imago af?

Waarom is Rotterdam na het bombardement van mei 1940 niet in oude stijl herbouwd, net als Warschau? Was er geen geld voor? Werd namaken als een vorm van bedrog beschouwd? Of stond het vooruitgangsgeloof in de weg? Hoe dan ook, met de nieuwbouw veranderde ook het imago van Rotterdam. De stad met haar “brede, aangename kaden, op vele plaatsen nog mooiere dan de Venetiaanse” (Francesco Belli, 1626) en haar “rijke kooplieden en fraaie huizen” (Boris Iwanowitsj Koerakin, 1705), dit “ware juweel” (markies de Courtanvaux, 1768) vergeleken waarmee Amsterdam “lelijk, benauwend, onaangenaam en treurig” was (Carl Gottlob Kuettner, 1790), heeft nu het imago van een harde haven- en industriestad.

De werkelijkheid is dat Rotterdam een rijke stad met een relatief arme bevolking is. De werkloosheid is twee keer zo hoog als gemiddeld in Nederland. Om de werkgelegenheid te bevorderen, investeert de gemeente zwaar in toeristische voorzieningen. Het dagtoerisme is daardoor toegenomen, maar met het verblijfstoerisme wil het nog niet lukken. Dat ligt voor een belangrijk deel aan het imago. Mensen die een korte vakantie in een grote stad willen houden, kiezen een sfeervolle, 'warme' bestemming met veel kunst en cultuur, en geen haven- en industriestad.

Een warme stad is Rotterdam niet en dat wordt het misschien ook wel nooit. Maar het aanbod aan kunst en cultuur neemt snel toe. Om zich als cultuurstad te kunnen profileren, heeft de gemeente zich kandidaat gesteld voor de titel Culturele Hoofdstad van Europa in 2001. Dit predikaat heeft groot prestige en genereert onbetaalbare publiciteit. Alle steden die ooit Culturele Hoofdstad zijn geweest, zijn er beter van geworden.

Het grote voorbeeld voor Rotterdam is Glasgow. Deze oude industriestad kampte in de jaren '80 met massale werkloosheid. In verband met de verkiezing van de Culturele Hoofdstad 1990 werd de hele stad schoongemaakt en opgeknapt, en werd het kunstaanbod uitgebreid. Het bedrijfsleven sponsorde de kunsten en voerde een internationale campagne voor Glasgow als ideale woon- en werkstad. Glasgow 1990 had een netto effect van 10 tot 14 miljoen pond op de regionale economie en een werkgelegenheidseffect van 5.500 mensjaren. Het aantal conferenties en zakenbijeenkomsten verdubbelde vergeleken met het voorgaande jaar. Een minder tastbaar maar voor de langere termijn belangrijk resultaat was ook de imagoverbetering van de stad.

Wat in Glasgow kon, moet ook in Rotterdam kunnen, meent Kees Weeda, hoofd Culturele Zaken van de gemeente Rotterdam. Weeda is de drijvende kracht achter de Rotterdamse kandidatuur voor de titel Culturele Hoofdstad 2001. Afgelopen november moesten de Europese cultuurministers tot een unanieme keuze komen, maar dat mislukte. Komend voorjaar proberen ze opnieuw om een Culturele Hoofdstad voor 2001 te kiezen. “Ik hoop dat ze er onder Engels voorzitterschap uitkomen. Lukt dat niet, dan is het voor de eerstvolgende jaren afgelopen. En misschien wel voor altijd, want naarmate meer landen deel uitmaken van de Europese Unie wordt de keuze moeilijker”, aldus Weeda. Hij denkt nog steeds dat Rotterdam de beste papieren heeft. In de eerste plaats omdat Nederland eigenlijk aan de beurt is om een Culturele Hoofdstad te leveren, en ten tweede omdat de plannen van Rotterdam in de meeste lidstaten goed ontvangen zijn.

Rotterdam wil in 2001 laten zien wat er gebeurt als een verwoeste stad niet tot herbouw besluit - zoals elders gebeurd is - maar zichzelf opnieuw inricht. Verder wil de stad zich presenteren als multiculturele samenleving en de aandacht vestigen op jeugd en jongerencultuur. Internationale samenwerking is het vierde thema. De thema's zullen tot uitdrukking komen in een grote reeks voorstellingen, tentoonstellingen en andere evenementen, waarbij de Europese partnersteden van Rotterdam (St. Petersburg, Boedapest, Keulen, Bilbao en Gdansk) nadrukkelijk betrokken zullen worden. De kosten van het totale culturele programma zijn begroot op 50 miljoen gulden. De lokale overheid, de nationale overheid en het bedrijfsleven nemen elk eenderde daarvan voor hun rekening. De gemeente steekt extra geld in de infrastructuur en investeert in de bouw van het Luxor Theater (49 miljoen gulden) en de uitbreiding van Museum Boijmans Van Beuningen (20 miljoen), het Museum voor Volkenkunde (8 miljoen) en een aantal andere culturele instellingen.

De bouwplannen worden in ieder geval uitgevoerd, ook als Rotterdam geen Culturele Hoofdstad wordt. Of alle geplande voorstellingen en tentoonstellingen in dat geval doorgaan, lijkt twijfelachtig. Chris Dercon, directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, vreest dat de financiering van zijn programma voor 2001 een probleem wordt als het predikaat Culturele Hoofdstad uitblijft. Het museum, dat in 1999 zijn 150-jarig bestaan viert met een tentoonstelling over zijn eigen geschiedenis en in 2000 ter gelegenheid van de voltooide uitbreiding van het museumgebouw zijn collecties zal exposeren, ziet 2001 als de finale van drie bijzondere jaren. “Het plan is om in dat jaar tentoonstellingen te brengen over Dali en Jeroen Bosch. Dat worden blockbusters, grote publiekstrekkers. We hebben in 1936 ook al eens een Bosch-tentoonstelling gehad. Daar kwamen toen al 400.000 bezoekers op af.”

Boijmans is in Nederland een van de bekendste musea, maar trekt gemiddeld niet meer dan 200.000 bezoekers per jaar. Minder dan vijf procent van hen zijn buitenlanders, voornamelijk Belgen en Fransen die op weg zijn naar de bollenvelden. (Ter vergelijking: het Rijksmuseum in Amsterdam trekt gemiddeld een miljoen bezoekers van wie 60 procent uit het buitenland komt.)

Er vinden nu jaarlijks 30 tot 40 congressen plaats in Rotterdam. Door de geplande uitbreiding van de Doelen met een nieuwe congreszaal (600 plaatsen) en van het Ahoy'-complex kan dat aantal zonder problemen uitgebreid worden tot ten minste 50 congressen. Het zakelijk toerisme groeit in Rotterdam harder dan andere vormen van toerisme en ook harder dan gemiddeld in Nederland. Dat is het gevolg van een actieve marktbewerking. “Rotterdam en Den Haag werken samen op de zakenmarkt”, zegt Jurriaan de Mol, marketing manager van VVV Rotterdam. “Wij bewerken die markt door in Engeland en Duitsland grote bedrijven als Shell, BP, Thyssen, Ruhr Gas en Volkswagen te bezoeken. Onze contactpersonen zijn de travelmanagers of conferentiemanagers van die bedrijven. We vertellen hun wat we te bieden hebben, ook op cultureel terrein, en nodigen potentiële klanten uit voor een kennismakingsbezoek.”

Om Rotterdam voor zakelijke bezoekers aantrekkelijker te maken is de Stichting Industrieel Toerisme opgezet die groepstrips aanbiedt naar onder andere de Delta-terminal van ECT, de Slufter en de haven bij nacht. Tijdens deze reizen kan een kijkje achter de schermen worden genomen bij grote bedrijven. “We halen niet alleen congressen binnen, maar ook meetings en incentives [reisjes waarmee een bedrijf zijn medewerkers beloont voor een speciale prestatie]”, zegt De Mol. “Daar hebben we natuurlijke weer andere toeristische attracties voor. Voor incentive-groepen bijvoorbeeld organiseren we vliegerwedstrijden op het strand. We halen nergens onze neus voor op. Handel is handel.”

Bij de ontwikkeling van het toerisme staat het stimuleren van het ondernemerschap centraal in Rotterdam. Hans Duijf, initiatiefnemer van de Prinsengrachtconcerten in Amsterdam, die vorige week op de Rotterdamse Kop van Zuid zijn tweede Pasta e Basta-restaurant opende, is lyrisch over de medewerking die hij in Rotterdam krijgt bij de verwezenlijking van zijn plannen. Een van die plannen is het organiseren van jaarlijkse KOP-concerten. KOP staat voor klassiek, opera en pop, en natuurlijk voor de Kop van Zuid waar de concerten zullen plaatsvinden. Voor een eerste KOP-concert, deze zomer, heeft hij al de voorlopige toezegging van Andrea Bocelli. “In Amsterdam is het haast niet meer mogelijk om nog iets te organiseren. Alles wat je in de binnenstad doet, veroorzaakt overlast. Hier in Rotterdam heb je de ruimte. Bovendien is deze stad rijp voor cultuur. Elk cultureel initiatief wordt hier een succes”, zegt hij.

Voor het jaar 2001 bereidt Duijf een aantal spectaculaire evementen voor. Zo wil hij de Erasmusbrug als een gigantische harp laten fungeren in een monumentale licht- en geluidshow. Een ander idee is om een enorme walvis in de haven te laten opduiken. In de buik van het beest zit een compleet orkest verborgen. Vlak voor de stad klapt de walvis als een soort paard van Troje open, en begint muziek te spelen.

Duijf wil Rotterdam van zijn harde, zakelijke imago afhelpen. “Het ideale imago voor een havenstad is een combinatie van romantiek en techniek. Daar moet Rotterdam mee geassocieerd worden. Dat trekt toeristen.”