Road movie op hometrainer ideale keuze voor 'Rotterdam'; Film Delpeut opent festival

ROTTERDAM, 29 JAN. Het rituele karakter van de openingsavond van een filmfestival lijdt enigszins onder het succes van het International Filmfestival Rotterdam. Om alle gasten te kunnen herbergen vond de aftrap van de 27ste editie gisteravond in drie zalen van het Pathé-complex plaats, waar de openingsfilm Felice...Felice... met tussenpozen van een kwartier ook drie keer vertoond werd. Regisseur Peter Delpeut en zijn grotendeels in traditionele kimono's geklede Japanse cast moesten eveneens drie keer optreden, net als directeur Simon Field. Pas tijdens het feest in de schouwburg na afloop ontstond enig inzicht in wie er allemaal nog meer waren.

Delpeuts eerste echte lange speelfilm (eerder maakte hij voor een groot deel uit found footage samengestelde films als The Forbidden Quest en Lyrisch nitraat) bleek wel de ideale keuze voor de opening van 'Rotterdam', en niet alleen omdat het voor het eerst sinds 1992 weer eens een Nederlandse film betrof. Felice...Felice... is immers een tamelijk veeleisende, maar kwalitatief hoogwaardige, cinefiele film, waarvan het succes buiten het festivalcircuit niet voor de hand ligt.

De geheel in een Nederlandse studio opgenomen film vertelt van de reis van een Italiaanse fotograaf (Johan Leysen) aan het einde van de 19de eeuw van Nagasaki naar Tokio, op zoek naar zijn voormalige geliefde. Meer dan een romantische, melodramatische vertelling is het een academisch kunststukje: Delpeut, voormalig conservator van het Nederlands Filmmuseum, wilde bewijzen dat het mogelijk is een road movie op een hometrainer te maken, om een gedetailleerde reconstructie van het Japan van honderd jaar geleden te maken in een Amsterdamse studio. Om precies te zijn: niet van het echte Japan, maar van de neerslag daarvan in met de hand ingekleurde foto's. Die dienen niet alleen als leidraad voor de beelden, maar ook als vervanging van de buitenopnamen. De operatie vervult de kijker met bewondering omdat elke scène ook nog eens grote Japanse regisseurs als Naruse, Mizoguchi, Kurosawa en Ozu lijkt te citeren. Van het publiek dat uitgenodigd wordt om de opening van het Rotterdamse festival bij te wonen, mag verwacht worden dat het die opzet kan waarderen

Elders was de eerste avond Rien ne va plus te zien, de vijftigste lange speelfilm van Nouvelle vague-veteraan Claude Chabrol (67). Opvallend is niet de kwaliteit van de aardige, kleine film over het oplichtersduo Michel Serrault en Isabelle Huppert, maar de selectie van een film van een auteur die traditioneel in Rotterdam nooit welkom was. Festivaloprichter Huub Bals hanteerde immers een officieuze zwarte lijst van regisseurs die hij niet lustte, zoals Truffaut, Schlöndorff, Scola en Woody Allen, waar dan wel altijd een keer een uitzondering op gemaakt werd. Zo vertoonde Rotterdam in 1977 wel Chabrols Alice ou la dernière fugue. Bals' opvolgers bleven grofweg trouw aan de lievelingen en paria's, maar Field heeft er lak aan, voor zover hij zich al bewust is van die traditie. Dit jaar zijn er in Rotterdam de nieuwe films te zien van Claude Chabrol, Pedro Almodovar en zelfs van Woody Allen.