Politici en bloc tegenover de ambtenaren

In het Kamerdebat over het confict tussen minister Sorgdrager en de procureurs-generaals kwam een oud instinct meteen aan de oppervlakte. Politici willen ambtenaren zien als gehoorzame dienaren, en als niets meer dan dat. Het primaat hoort volgens de Kamerleden bij henzelf te liggen.

DEN HAAG, 29 JAN. Politici kunnen onderling flink ruziën, maar tegenover de gemeenschappelijke vijand bij uitstek - de opstandige ambtenaar - sluiten zich de rijen. Prioriteit bij het debat over de problemen bij Justitie had gisteren de herbevestiging van het primaat van de politiek. Het beeld van 'muitende procureurs-generaal' was genoeg om een veelgeplaagde minister van Justitie bijna Kamerbrede steun te geven.

De gezagscrisis die vorige week donderdag was ontstaan toen procureur-generaal Steenhuis probeerde verzending van een rapport naar de Tweede Kamer te vertragen, kan volgens de Kamer ook best te wijten zijn aan de minister. Maar: “Vragen daarover moeten we niet willen ontlopen, maar moeten op het juiste moment aan de orde komen”, zo verwoordde Kamerlid Schutte (GPV) het algemene gevoelen. “Nu gaat het erom de verantwoordelijkheid van de politiek ook voor het openbaar ministerie te bevestigen. Het debat daarover moet niet diffuus worden door een discussie over de rol en de positie van de minister.”

Hoewel parlementariërs niet over het ontslag van ambtenaren gaan, leverden bijna alle fracties daarom scherpe kritiek op het optreden van Steenhuis en de voorzitter van het College van PG's, Docters van Leeuwen. Ambtenaren dienen gedienstig te zijn aan de minister, de minister onderwerpt zich aan controle van de Kamer en de Kamer wordt gekozen door het volk - wie tegen deze basisregels zondigt moet worden gestraft.

Hoe precies gestraft zal worden, dat moet de minister uitmaken. Want de solidarising met Sorgdrager ging weer niet zóver dat de Kamer medeverantwoordelijkheid wilde nemen voor de kostbare afvloeiïngsregelingen die op mogelijke ontslagen volgen.

Het primaat van de politiek was gisteren ook op een andere manier zichtbaar. Naast de onthutsende feiten zelf speelden coalitiebelang en naderende verkiezingen ook een rol bij het eindoordeel over de minister. 'Paars', de populairste coalitie sinds jaren, wil zich op 6 mei ongeschonden aan de kiezers presenteren.

VVD-Kamerlid Korthals zei dit met zoveel woorden in een vraaggesprek tijdens een schorsing van het debat, waarna hij in de vergaderzaal op aandringen van D66 alsnog zijn volle vertrouwen in Sorgdrager moest uitspreken. Maar het beeld was duidelijk. De VVD, de partij van law and order, heeft moeite met deze minister, maar wil drie maanden voor de verkiezingen niet moeilijk doen. Gezien de opiniepeilingen, die halvering voor D66 voorspellen, is de kans dat Sorgdrager als minister terugkeert toch gering.

Dat de minister het acht uur durende debat ongeschonden doorkwam, dankte zij ook aan de oppositie. CDA en GroenLinks stelden zoveel vragen over details, dat de hoofdzaken uit het zicht dreigden te raken. Typerend was de interruptie van Koekkoek (CDA) tijdens het relaas van Sorgdrager over de vraag wanneer precies zij had gehoord dat Steenhuis met een kort geding dreigde. Sorgdrager had het over “in de loop van de middag”. Koekkoek sprong op en zei: “De minister heeft in haar brief aan de Kamer geschreven 'even na half zes'. Dat is toch wat anders.”

Het optreden van het CDA bood PvdA en D66 gelegenheid luid te betreuren dat het debat, dat live op televisie werd uitgezonden, weer een teleurstelling was geworden voor burgers die zich zorgen maken over de veiligheid op straat. “Door de eindeloze interrupties is het debat vergruizeld en ik moet dit in hoge mate het CDA aanrekenen”, zei Kalsbeek (PvdA). “Een soort minutieus dossieronderzoek waardoor de hoofdlijnen waar het werkelijk om ging op de achtergrond zijn geraakt”, luidde de recensie van Dittrich (D66).

Overigens waagde geen van de partijen zich aan een fundamenteel debat over de toekomst van het openbaar ministerie. Ook Sorgdrager niet, die zich zowel in haar brieven voorafgaand aan het debat als in haar betoog zoveel mogelijk beperkte tot een gedetailleerd verslag van de afgelopen weken.

En zo rees het beeld van een minister van Justitie die voor het eerst in haar politieke carrière sterker uit een debat tevoorschijn is gekomen dan ze erin ging. “Ik kan niet zien wat ik zelf verkeerd heb gedaan”, zei ze. Een CDA-motie om de reorganisatie van het openbaar ministerie in handen van de premier te geven, werd zo goed als weggelachen. Een oproep aan Sorgdrager om op te stappen, een motie van de SP, haalde het evenmin. “Crises kunnen louterend werken”, concludeerde Kalsbeek.

De vele felicitaties die Sorgdrager gisteravond in ontvangst mocht nemen, laten onverlet dat een aantal vragen over haar optreden tijdens de 'muiterij aan de Schedeldoekshaven' gedeeltelijk onbeantwoord zijn gebleven. Had zij Steenhuis, voordat deze zichzelf met een kort geding onmogelijk maakte, niet wat leestijd kunnen gunnen toen zij een rapport over zijn functioneren openbaar ging maken? “Als hij dat netjes had gevraagd, was er best over te praten geweest”, aldus Sorgdrager.

En is het niet opmerkelijk dat haar secretaris-generaal zonder haar medeweten met Docters van Leeuwen heeft overlegd over het vertrek van Steenhuis, terwijl het door haar gevraagde rapport-Dolman over Steenhuis nog niet af was? “Dat was een oriënterend gesprek”, verklaarde Sorgdrager.

De Kamer nam er genoegen mee. De aandacht ging nu eenmaal ook uit naar 6 mei (de coalitiepartijen), naar de allerfijnste details (CDA en GroenLinks) en naar het in het gareel brengen van ongehoorzame ambtenaren (alle partijen).