Overbelaste leraren keren zich tegen hun directeuren

Voor het eerst in drie jaar wordt er weer gestaakt in het onderwijs. De directies van de middelbare scholen staan tegenover hun eigen personeel, terwijl de minister van Onderwijs aan de zijlijn toekijkt. Steen des aanstoots is de werkdruk.

UTRECHT, 29 JAN. In het blad van de Algemene Onderwijsbond (AOb) discussiëren twee fictieve leraren - een oude cynicus en een actief vakbondslid - wekelijks in de kroeg. De cynicus in de strip hekelde onlangs de CAO, omdat volgens hem in die CAO de werkdruk niet is verminderd. En dat is dan de CAO zoals zijn eigen bond, de AOb, die met minister Ritzen heeft afgesloten.

De cynicus bijt zoals wel vaker: “Jullie zitten bij die lui op schoot.” Zijn collega, modern als hij is, denkt mee met de minister: “Ach, jij zit alweer op je stokpaardjes.” Hij wijst de ober erop dat zijn collega “genoeg heeft gehad”. Van de drank? Nee, van het onderwijs.

De dialoog is typerend voor de opvattingen in het lerarenkorps op de ruim 700 middelbare scholen. Voor veel leraren zijn de eisen, waarvoor vanmiddag volgens de bonden 7.000 leraren zouden staken, nog maar een begin. Zij willen niet alleen terug van 28 naar 26 lesuren per week, zoals de bonden eisen, maar op den duur naar 24 lesuren. Ze hebben genoeg van de werkdruk als gevolg van de vele vernieuwingen die scholen moeten doorvoeren en van de vele taken die ze tegenwoordig hebben: lesgeven, nakijken, leerlingen sociaal begeleiden, administratie bijhouden, cursussen volgen, met ouders praten en de individuele vorderingen van elk kind volgen. Zij vinden dat de bonden zich in de onderhandelingen met Ritzen te slap hebben opgesteld.

De vier onderwijsbonden AOb, CNV, AbvaKabo en CMHF moesten dus wel een daad stellen. Benauwd om leden te verliezen (nu 35.000, de helft van het lerarenkorps), hebben ze het in december bij de tweede ronde van de CAO-onderhandelingen, met de schoolbesturen, hard gespeeld. Met het dreigement van een staking, de eerste sinds drie jaar, eisten ze voor voltijdse leraren twee lesuren per week minder. De schoolbesturen zeggen deze arbeidsduurverkorting niet te kunnen betalen. Ze wijzen erop dat niet zij maar de bonden met Ritzen over de grote lijnen hebben onderhandeld. Toen zijn de bonden met de minister overeengekomen dat hij de arbeidsduurverkorting slechts voor 80 procent vergoedt. Voor de twee lesuren minder per week krijgt het schoolbestuur van de minister slechts ruimte om voor één uur een vervangende leraar te betalen. In het ergste geval zou de school het andere uur leerlingen naar huis moeten sturen.

Onzin, zeggen de bonden. De schoolbesturen en de directeuren weten niet efficiënt met hun budget, de lumpsum, om te gaan. Sinds 1996 krijgt elke school zo'n lumpsum, waarvan personeel, onderhoud en lesmateriaal moeten worden bekostigd. Schooldirecteuren besteden geld aan managementcursussen of voorlichtingscampagnes om leerlingen te werven, zeggen de bonden. Ze zouden ook kunnen besluiten geld uit te geven voor het vervangen van leraren.

Hoe dan ook, de bonden spreken de schoolbesturen aan op hun besteding van een bedrag waarvan die directies niet zelf de grootte hebben kunnen bepalen. Dat doet minister Ritzen met steun van de Tweede Kamer.

Die hebben bepaald dat scholen zo'n 8.700 gulden per leerling per jaar krijgen, exclusief groot onderhoud van het gebouw. Dit lijkt redelijk, maar in de praktijk doen zich verschillen voor en kunnen schooldirecties voor onaangename verrassingen komen te staan. Scholen met veel oudere leraren zijn duurder uit dan scholen met meer jonge leraren. En scholen die opeens honderd leerlingen extra kunnen verwelkomen, lopen één jaar lang 870.000 gulden achter op hun begroting, omdat ze worden betaald op grond van het leerlingenbestand van het voorgaande schooljaar.

Veel schoolbesturen erkennen dat hun personeel onder grote druk staat. De bonden en besturen zouden dan ook beter samen bij de politiek kunnen aankloppen, in plaats van zich uit elkaar te laten spelen. De bewindslieden, die zich nu opstellen als onafhankelijke toeschouwers bij het conflict, gaan immers over de Onderwijsbegroting. Onderwijswoordvoerders in de Tweede Kamer van PvdA, VVD en D66 hebben al laten weten na de verkiezingen het departement van Onderwijs te willen claimen, omdat daar deze keer geld is te verdelen. Met de staking spelen de onderwijsbonden in op deze nieuwe belangstelling.

De vraag is wat de gevolgen van de staking zullen zijn, als die al gevolgen heeft. De bewindslieden erkennen met hun wervingscampagne 'Wie heeft Duisenberg leren rekenen? Goed werk meester', dat het imago van het lerarenberoep (lees: de arbeidsomstandigheden) slecht is. Zij hebben belang bij een beter imago, omdat op basisscholen een groot tekort aan leerkrachten dreigt als gevolg van de klassenverkleining, en de lerarenopleiding voor middelbare scholen geldt voor veel studenten als tweede keuze.

De staking zal in elk geval even de aandacht van politici en de samenleving vestigen op de toenemende druk waaronder leraren werken. Het aloude imago van de leraar die ten onrechte zeurt over zijn salaris en zich te weinig concentreert op het onderwijs, is vervaagd. Bij opinionleaders en vooral ook bij ouders groeit het idee dat de taak van de leraar niet alleen belangrijk is maar ook zwaar.

Maar als leraren een tweede keer, en dan een hele dag, gaan staken, zoals de bonden voorspellen, kan de lesuitval bij ouders kwaad bloed zetten. De ouderorganisaties Ouders & COO en VOS hebben deze eerste staking al bekritiseerd. Scholen zijn tegenwoordig bedrijven en ouders hun klanten. Hun steun is dus belangrijk. Niet voor niets hebben de bonden leraren met examenklassen gevraagd vandaag niet mee te staken maar door te werken.

Of de staking dit jaar al tot minder lesuren zal leiden, staat nog te bezien, want de schoolbesturen wekken niet de indruk dat ze van gedachten zullen veranderen.

Eerder zijn de salarissen voor beginnende leraren verhoogd en uit het onlangs verschenen OESO-rapport blijkt dat Nederlandse leraren beter worden betaald dan veel collega's in andere landen. Daarmee is de salariëring de bonden als issue uit handen geslagen.

Het is voor de bonden daarom nu of nooit. Om hun achterban tevreden te stellen en om zich te profileren, zetten zij in op de breed gedragen klachten over de werkdruk.