Onderzoek naar vermeend oliekartel

DEN HAAG, 29 JAN. Het Openbaar Ministerie gaat een strafrechtelijk onderzoek instellen naar mogelijke prijsafspraken tussen een aantal oliemaatschappijen die in Nederland autobrandstoffen verkopen. Dat heeft minister Wijers (Economische Zaken) gisteren aan de Tweede Kamer meegedeeld.

Wijers schrijft in zijn brief dat de Economische Controledienst vorig jaar een vooronderzoek deed naar de prijsvorming van benzine en dieselolie. De bevindingen van dat vooronderzoek zijn voorgelegd aan het Openbaar Ministerie, waarop besloten werd tot “het openen van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek door de ECD, onder leiding van de Officier van Justitie.”

De grote maatschappijen met Shell als marktleider, zijn in dit onderzoek betrokken. Economische Zaken wil niet meedelen welke aanwijzingen er precies in het vooronderzoek op tafel zijn gekomen. Shell en Esso ontkennen in krachtige bewoordingen dat er onderlinge prijsafspraken bestaan en ze zien het onderzoek van Justitie met vertrouwen tegemoet. “Wij houden ons precies aan de wetgeving”, is hun commentaar. Ook de branche-organisatie Bovag verwacht dat er geen prijsafspraken aan het licht zullen komen.

Wel wordt erkend dat er vergeleken met buurlanden aanzienlijke prijsverschillen bestaan in de pompprijzen. Dat komt volgens Shell vooral omdat er in Nederland veel meer tankstations staan dan bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

De omzet per station is in die landen veel hoger, waardoor de distributiekosten per liter lager zijn. Bovendien heeft er in Duitsland en Frankrijk veel brandstoffenverkoop plaats door supermarkten tegen stuntprijzen, om klanten te lokken. Ook halen buitenlandse tankstations langs de snelwegen een veel hogere omzet uit andere verkopen in hun winkels dan in Nederland. De kale productprijzen die raffinaderijen rekenen zijn overal gelijk en gebaseerd op internationale noteringen van Platts in Londen.

Zodra die noteringen veranderen, past Shell, de marktleider in Nederland, de adviesprijzen voor verkoop aan de tankstations aan. In de praktijk worden die vrijwel direct door de concurrenten gevolgd.

Volgens Economische Zaken spitst het onderzoek zich niet alleen op die gang van zaken toe, maar “ook op onderling afgestemd feitelijk gedrag” van de oliemaatschappijen, dat in strijd is met de Mededingingswet.

Nederland is koploper met accijnzen en belastingen op brandstoffen met 70 procent per liter op benzine, waardoor de pompprijzen hoger zullen blijven dan in de buurlanden, maar het gaat Wijers nu vooral om de distributiemarges.

Vorig jaar deed het bureau Coopers & Lybrand in opdracht van Wijers een onderzoek, waaruit bleek dat de 'kale' prijzen van benzine en diesel in Nederland aanzienlijk hoger waren dan in de buurlanden.