McQueen wil publiek fysiek bij film betrekken

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam vertoont ter gelegenheid van het Internationaal Filmfestival een korte film van Steve McQueen. “Het is een oneindig verhaal. We beginnen in het zwart en we eindigen in het zwart.”

Steve McQueen: 'Deadpan'. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. T/m 8/2, di-za 10-17u, zo 11-17u.

ROTTERDAM, 29 JAN. Roerloos staat een zwarte man, gekleed in wit T-shirt en spijkerbroek, voor een houten huis met puntdak. Eerst zien we hem van achter, vervolgens zoomt de camera in op zijn schoenen. Dan valt plotseling, bàm, de gevel van het huis op de man. Maar hij blijft staan, met deadpan face, even roerloos als daarvoor. Het vierkante venster bovenin de gevel is precies om hem heen gevallen. De gebeurtenis herhaalt zich, keer op keer, we zien de man van voren, weer van achteren, van opzij, hij beweegt niet. Slechts één keer knippert hij met zijn ogen.

Ieder beeld is even precies en afgewogen in dit zwartwit filmpje van 4,35 minuten. Het huis staat exact in het midden, het venster is een perfect zwart vierkant. Er is een voortdurende afwisseling van positief en negatief, van licht en donker. Het gezicht van de man steekt donker af tegen de lichthouten gevel, en licht op tegen de zwarte ruimte in het huis nadat de gevel is gevallen. De klap van de gevel op de grond doet stof en blaadjes opwaaien, maar de stilte is intens. Aan het eind valt de gevel op de camera: duisternis - uit. Hierna begint de film opnieuw.

Deadpan (1997) van Steve McQueen is onlangs aangekocht door Museum Boijmans Van Beuningen en wordt daar tot en met 8 februari vertoond in het kader van het International Filmfestival Rotterdam. McQueen (Londen, 1969) is opgeleid als schilder aan het Londense Goldsmith College en, daarna, aan de filmafdeling van New York University. Zijn werk was vorig jaar onder meer te zien op de Documenta in Kassel en in het Van Abbemuseum in Eindhoven, en binnenkort toont het Museum of Modern Art in San Francisco verschillende van zijn werken. Deadpan is sinds november in het Museum of Modern Art in New York te zien.

McQueen woont sinds een jaar in Amsterdam. Hij is opgehouden met schilderen, “omdat het beeld niet bewoog.” McQueen: “Ik houd van een time based medium omdat het verwachting schept: er gaan dingen gebeuren. Het maakt het mogelijk een verhaal te vertellen. Met film is het verhaal onontkoombaar.” Het verhaal in Deadpan is, zegt hij, “een oneindig verhaal. We beginnen in het zwart en we eindigen in het zwart. Er is een begin, een climax en een eind, als een draaimolen. Het ging mij er om een moment, een oogwenk, het moment dat het huis instort, zo lang mogelijk te rekken. Het idee voor Deadpan komt uit een film van Buster Keaton, Steamboat Willy Junior uit 1923. Het is maar een kort verhaal: van verticaal naar horizontaal gaan. That's the piece.”

Het is hem om de beweging te doen en om het verhaal, maar het verhaal is beperkt en de beweging minimaal. McQueen: “Ik wil dat de mensen die de film bekijken er heel fysiek bij betrokken zijn. Daarom bouw ik doorgaans een speciale ruimte voor mijn film. Het beeld vult een hele wand, en de zaal is donker, de muren zwart, zodat de beschouwer zich in een zwarte doos bevindt. Er is geen geluid, zodat je je bewust wordt van je eigen lichamelijkheid. Je kunt jezelf horen ademen.”

Bij Five Easy Pieces, vorig jaar in het Van Abbemuseum, was het doel de lichamelijke betrokkenheid van het publiek bij de film zo hoog mogelijk op te voeren. Vijf mannen draaiden hoepelend over de muur, een koorddanseres bewoog zich, in opperste concentratie, voetje voor voetje over het slappe koord, en een bijna naakte man - net als in Deadpan McQueen zelf - piste in de camera. McQueen slaagde volledig in zijn opzet. Five Easy Pieces is een prachtige paradox: illusoire zwart-wit filmbeelden brengen het langzaam bewegende lichaam van de danseres en van de naakte man, met lichtreflecterende zweetdruppels op de glanzende donkere huid, zó nabij dat je ze bijna kan ruiken.

McQueen vindt Catch, vertoond in Kassel, zijn beste film. “Ik wilde het dwingende gegeven van de filmer achter de camera doorbreken. Catch is eigenlijk het spel Piggy-in-the-middle ('Lummelen', JW). Twee spelers gooien een bal over en weer, de piggy in het midden moet de bal vangen. In Catch gooi ik de camera over, naar mijn zusje in dit geval, zij gooit hem weer terug. De kijker moet proberen de camera te vangen. Ik wilde letterlijk de fucking camera weggooien.'

Over zijn deelname aan de Documenta zegt McQueen: “Dat was een treurige ervaring. Ik vond het geweldig dat ik was uitgenodigd, maar het werd een grote desillusie. Allemaal art world crap. Er was geen kameraadschappelijkheid, niet tussen de kunstenaars en niet tussen hen en de organisatoren. Het kijken naar kunst mocht beslist geen kunstkermis worden, het was bloedserieus. Erna heb ik mij nog verder uit de kunstwereld teruggetrokken dan ik toch al deed. Kassel heeft me ervan bewust gemaakt dat je helemaal alleen staat: ik moet het helemaal alleen doen.”