Komend weekeinde grote oldtimerbeurs in Leiden; Het wagenpark wordt steeds klassieker

Super Oldtimerfestival, za 31 jan/zo 1 febr, 10-18u. Groenoordhallen, Willem de Zwijgerlaan 2, Leiden. Entree ƒ 15, t/m 12 jr ƒ 7,50. Inl 0252-687466

De populariteit van klassieke auto's groeit en daarmee het aantal beurzen waarop ze te bewonderen zijn. In 1990 telde het Nederlandse wagenpark nog 35.400 auto's van 25 jaar en ouder, in 1995 waren dat er 43.730. Dat lijkt logisch, want in die periode zijn er heel wat auto's de leeftijd van 25 jaar gepasseerd. Maar het is niet alleen de 'vergrijzing', er worden ook veel ouwetjes geïmporteerd, vooral uit Frankrijk, Italië en de Verenigde Staten. Zo groeide in die vijf jaar het aantal in Nederland aanwezige auto's dat tussen 1950 en 1970 is gebouwd van 31.670 tot 39.331.

Autobeurzen vormen een steeds belangrijker markt om die auto's te kopen en te verkopen. Het Super Oldtimerfestival in de Leidse Groenoordhallen, dat op 31 januari en 1 februari wordt gehouden, hoort zo langzamerhand in een vast rijtje thuis. Zo kennen Den Haag en Lisse een jaarlijks terugkerende beurs, organiseert het Autotron in Rosmalen regelmatig beurzen, heeft Den Bosch een autobeurs en is er de Utrechtse 'Vehikel', om er een paar te noemen. Sommige zijn zelfs 'gespecialiseerd', zoals de Auto-Moto d'Italia in Houten. De Leidse beurs is zelf een klassieker aan het worden.

Het aanbod van de auto's dat wordt verkocht door particulieren of importeurs is de afgelopen jaren wel veranderd. Bestond het overgrote deel vroeger uit Europese auto's, al dan niet geïmporteerd uit de VS, tegenwoordig lijken de echte Amerikanen, zoals Cadillac, Dodge, Chevrolet, Ford, Plymouth en Buick, de overhand te krijgen. De prijzen liggen tamelijk hoog, hier en daar zelfs ver boven de marktwaarde, omdat de aanbieders hun standkosten er uit willen halen.

De liefhebber mag graag een paar uurtjes doorbrengen op zo'n beurs. Jammer alleen dat de organisaties van oldtimerbeurzen tegenwoordig mikken op het hele gezin. Er zijn activiteiten voor kinderen, cowboy-volksdansgroepen vertonen hun kunsten en gezinsleden die niets van auto's moeten hebben, kunnen zich storten op een verscheidenheid aan koopwaar, die geen enkel raakvlak heeft met auto's. Zo staan er neringdoenden in oude tijdschriften, juke-boxen, hotelporselein, speelgoed en militaire dumpgoederen. De flanken van de expositiehallen worden doorgaans bezet door handelaren in allerhande prullaria en onderdelen en onvermijdelijke aquarellisten die belangrijke modellen uit de autogeschiedenis met penseel hebben vastgelegd. Verder zijn er onderdelen- en boekenstands, bedrijfjes die zich richten op het echte restauratiewerk en verzekeraars en taxateurs, die de laatste jaren te maken hebben gekregen met een nieuwe groeimarkt. Wie zich de glanzende Jaguar E-type niet kan veroorloven op schaal 1 op 1 kan terecht bij de vitrines die vol staan met Matchboxes, Dinky en Corgi Toys.

Voor de echte grote beurzen moet nog altijd worden uitgeweken naar het buitenland. De Techno Classica in Essen, bijvoorbeeld, van 1 t/m 5 april, waarvoor meer dan een dag nodig is om alles te kunnen zien, en de Parijse Retromobile, die van 6 t/m 15 februari wordt gehouden, zijn zeer omvangrijk. Het Brussels Retro Festival is fors van opzet en ook Engeland telt verscheidene zeer grote beurzen.

Het is daarom verwonderlijk dat de Amsterdamse RAI op dit punt tot nu toe is achtergebleven bij de buitenlandse 'branche-genoten'. Die omissie behoort binnenkort tot het verleden. Van 1 t/m 3 mei is er de allereerste Klassieke AutoRAI, met klassieke auto's, scooters, motoren, vrachtauto's, bussen en militaire voertuigen. De RAI werkt daarbij samen met de federatie van historische automobielclubs (FEHAC). En zoals het een echte grote beurs betaamt, wijdt ook de RAI aandacht aan een bepaald thema: 100 jaar autosport.