Kamer hekelt 'dom gedrag' banken

DEN HAAG, 29 JAN. De Tweede Kamer wil dat ook de particuliere sector bijdraagt aan de crisishulp voor Zuidoost-Azië. Met name de internationale banken zijn volgens de Kamer voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor hun problemen.

Dit bleek gisteren bij overleg van de ministers Zalm (Financiën) en Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) met de Kamer over de hulp aan Zuid-Korea. Nederland draagt 125 miljoen gulden bij aan een noodpakket van 57 miljard dollar dat onder regie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) tot stand kwam.

VVD-Kamerlid Hessing (VVD) vroeg zich af: “Waarom moet de belastingbetaler wel meebetalen en is er nog weinig duidelijkheid over de rol die banken gaan spelen bij de herstructurering van de schulden?” Zijn PvdA-collega Koenders sprak van “dom” gedrag van de bankiers. Ondanks de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis in de jaren tachtig en de peso-crisis in Mexico eind 1994 bleven zij risicovolle leningen verstrekken aan Zuidoost-Azië.

De Kamer is bang voor herhaling als de banken nu niet meebetalen. In navolging van megaspeculant Soros pleitte de VVD voor een internationaal toezichtsorgaan dat grensoverschrijdende kredietverlening moet beoordelen.

Volgens minister Zalm is de regering “volop bezig de commerciële banken een rol te laten spelen” bij de hulp en wordt daarover gesproken met de IMF-partners. “Als het huis in brand staat, ga je niet eerst discussiëren over de vraag wie het bluswater betaalt. Die vraag komt nu aan de orde.”

De Kamer is ook bezorgd over het geringe inzicht van de buitenwereld in de financiële situatie van landen als Zuid-Korea en pleitte voor openbaarmaking van de nu nog geheime IMF-rapporten over risicolanden. Zalm meent dat het IMF niet eerder had kunnen ingrijpen: “Het IMF heeft verscheidene malen gewaarschuwd, maar als niet wordt geluisterd, heeft het IMF geen troepenmacht tot zijn beschikking. Als er geen programma loopt, is het IMF niet meer dan adviseur. In dat geval is het te overwegen de IMF-rapporten van risicolanden te publiceren.”