KABINET DER KONINGIN

De koningin op werkbezoek, de koningin op staatsbezoek, de koningin op Koninginnedag - het zijn vertrouwde beelden uit de media, ómdat ze 'mediageniek' zijn. Van de koningin als lid van de regering valt in wezen alleen op Prinsjesdag 'rechtstreeks verslag' te doen. Het koninklijke regeringswerk is overwegend 'kantoorarbeid', een kwestie van lezen en praten, een bezigheid die weinig 'mooie plaatjes' in zich bergt, die bovendien strikt valt onder het Geheim van het paleis.

Vandaar ook dat het Kabinet der Koningin weinig bekendheid geniet bij het brede publiek, hoewel dit instituut in het Nederlandse staatsrecht op één lijn staat met Hoge Colleges van Staat als de Raad van State en de Algemene Rekenkamer. Het Kabinet is gevestigd aan de Haagse Korte Vijverberg, in een statig pand dat ooit is bewoond door de protestantse staatsman Groen van Prinsterer (1801-1876). Het Kabinet bevindt zich “in het middelpunt van 's Rijks beheer”, zoals Groen van Prinsterer, zelf ooit Kabinetsmedewerker, eens heeft geschreven.

Het Kabinet fungeert als trait d'union tussen koningin en ministers. Het is het 'apparaat' voor de staatsrechtelijke arbeid van het staatshoofd.

Het Kabinet, geleid door directeur drs. F.E.R. Rhodius, regelt de honderden afspraken die de koningin jaarlijks heeft met ministers, staatssecretarissen, Kamerleden, burgemeesters, commissarissen van de koningin en andere dienaren der Staat. Het Kabinet heeft tevens een archieftaak: de originele exemplaren van alle staatsstukken (wetten, koninklijke besluiten, troonredes, enz.) worden bij het Kabinet gearchiveerd. Een groot deel van de 31 Kabinetsmedewerkers wordt ingezet bij deze archieftaak en geautomatiseerde gegevensverwerking.

Vier ambtenaren van het Kabinet lezen alle stukken die voor de koningin van belang zijn ter voorbereiding van haar vele gesprekken en bezoeken: beleidsnota's, de stukken en de notulen van de ministerraad, enz. Zij maken hiervan korte samenvattingen. Ook de 'vakliteratuur' wordt door deze medewerkers bijgehouden: publicaties uit algemene media en vakbladen die de koningin van pas zouden kunnen komen.

Vijf Kabinetsambtenaren controleren de staatsstukken die de koningin ter ondertekening krijgt aangeboden. Voor de 'eindredactie' van deze teksten gelden strikte regels. Jaarlijks tekent de koningin ruim driehonderd wetten, bijna vierhonderd algemene maatregelen van bestuur, circa zestig verdragen en ruim vijfduizend koninklijke besluiten. Sommige stukken vragen meer dan één handtekening. Alleen al onder deze staatsstukken plaatst de koningin per jaar circa 7.000 handtekeningen, en alle met de hand - een stempeltje met de koninklijke handtekening bestaat niet.

Het Kabinet fungeert tevens als documentatiecentrum voor de koningin. Dagelijks zijn drie medewerkers bezig met het verzamelen van informatie. Het Kabinet beschikt over een uitgebreid archief, is aangesloten op Internet en betrekt onder meer informatie van diverse ministeries. Komt de Britse premier Blair op bezoek, dan heeft de koningin een 'dossier-Blair' gelezen. Gaat zij op staatsbezoek, dan wordt een uitgebreid dossier samengesteld over het te bezoeken land.

Directeur Rhodius vult dagelijks een attachékoffer met stukken die de koningin moet lezen en/of ondertekenen. Bij buitenlandse reizen van de koningin verkeert een medewerker van het Kabinet steevast in haar nabijheid, als liaison officer om nagezonden stukken aan te reiken, ook tijdens de vakanties: vrijwel alle dagen van het jaar opent koningin Beatrix het koffertje van het Kabinet.