'Ik hoor thuis op de Winterspelen'

Rob Geurts is boos. De 38-jarige bobsleeër mag met zijn starter-remmer Marcel Welten niet naar de Winterspelen. Monoloog van een bevlogen stuurman, bezig met “een kruistocht tegen het onbegrip”.

NIEUWEGEIN, 29 JAN. “Tegen mijn kledingsponsor heb ik vandaag gezegd: hou de koffers maar gereed. Ik heb weer hoop en daar is alle reden voor. Onze bond heeft protest aangetekend bij NOC*NSF en de internationale bobsleebond heeft ons in Nagano van de derde naar de tweede startgroep gepromoveerd. Dat betekent beter ijs en dus een betere tijd. De internationale bond neemt ons dus wel serieus.

“Nederland dreigt het enige World-Cupland te worden zonder een bobteam in Nagano. Zelfs de Noren gaan. Ik gun het die jongens van harte, maar dit seizoen lieten wij ze telkens ver achter ons. En met de Noren nog een stuk of twintig teams. Duitsland, Engeland en Noorwegen steunen onze voordracht. Maar toch weigert NOC*NSF ons naar Nagano te sturen. Waarom? Omdat onze prestaties niet toereikend zijn? Man, hou op.

“Wij vertegenwoordigen geen bananenrepubliek, Nederland is een bobslee-natie. Sla de uitslagen er maar op na. In Calgary, de zwaarste wedstrijd uit het wereldbekercircuit, werden we achttiende. Met aftrek van de minst geklasseerde nummers drie afkomstig uit één land, zelfs veertiende. Op zestienhonderdste van de nummer acht. Zestienhonderdste! Ik ken schaatsers die op grotere achterstand worden gezet maar straks in Nagano wel mooi aan de start verschijnen. Later werden overigens nog twee combinaties uit de strijd genomen, wegens doping. Stonden we twaalfde.

“Ik hoor thuis op de Winterspelen en NOC*NSF moet van goeden huize komen om mij van het tegendeel te overtuigen. Ik heb me al die tijd nooit bekommerd om de kwalificatie-eis. Stom, vonden sommigen. Maar waarom? NOC*NSF wist zelf niet hoe of wat. Ja, twaalfde hoorde ik van journalisten. Maar wat twaalfde? In een wedstrijd, in een run, in het landenklassement, in het eindklassement? Zwart op wit heb ik nooit iets ontvangen. En dat is niet, zoals hier en daar is gesuggereerd, omdat Rob Geurts zijn post nooit openmaakt.

“En al was dat zo. Zou ik beter hebben gepresteerd als ik op de hoogte was geweest van de eis? Nee toch zeker. Wij leven voor de sport, 24 uur per dag brengen wij offers. Wij zijn geen jokers, geen Pipo de Clowns of Eddie the Eagles. Andere teams hebben een volledige staf tot hun beschikking, van testpiloten tot soms wel drie monteurs. Wij niet. En toch leggen wij ze het vuur na aan de schenen. Als dank krijg ik een mes in de rug gedrukt. Als dat zo maar mag, dan is het misschien beter om de topsport in Nederland af te schaffen.

“Kennelijk zijn plaatsen belangrijker dan tijden. Ik noem dat kortzichtig. Terpstra heeft de mond vol over de breedtesport. Nou, daar merk ik dan verrekte veel van. Bovendien: Nederland vindt het toch leuk als straks in Nagano een paar landgenoten naar beneden glijden? Om midden in de nacht achter de televisie te kruipen om die Geurts en die Welten in dat rood-wit-blauwe pakkie te zien? Of ben ik nou gek?

“Waarom wij dit seizoen niet beter hebben gepresteerd? Die vraag is snel beantwoord. Na Calgary volgde Winterberg. De eerste run verliep daar goed, een vijftiende plaats. De tweede ging de mist in na een volledig mislukte start omdat ik mij verstapte. Een kans van één op tienduizend. In La Plagne liep het niet. Ik zocht de schuld bij mezelf, niet bij het materiaal. Toch bleven we optimistisch. Cortina d'Ampezzo lieten we zelfs schieten.

“Bij de EK in Igls konden we opnieuw niet imponeren. In St. Moritz ben ik vervolgens naar de Zwitserse mecanicien gegaan. 'Kijk even naar mijn slee, want er klopt iets niet.' Was geen probleem. Wat bleek toen de kap eraf was? De buizen waarop de slee rust, waren beide kapot. De linker was helemaal door, de rechter bijna. Daarom maakte de bob een slingerende beweging, wat ten koste ging van de snelheid. Achteraf mogen we van geluk spreken dat er bij een snelheid van 140 kilometer per uur niets fout is gegaan. We zijn aan het lassen gegaan, maar de afstelling was daarna niet je-van-het. Zoiets vergt tijd.

“Vandaag ontving ik een kopie van een fax van prins Albert van Monaco, gericht aan Jan Loorbach, de voorman van NOC*NSF. Een steunbetuiging, een oproep ons af te vaardigen naar Nagano. Omdat wij op basis van onze resultaten daar recht op hebben. Iedereen kan denken over Albert wat hij wil, maar die man weet toevallig wel waarover hij praat. Het is zelf bobsleeër, een praktijkman dus. Bovendien is hij lid van het IOC en dat zouden velen hem na willen zeggen.

“Ik voel me behandeld als een klein kind. Zondagavond zaten Marcel en ik in de auto, op de terugweg van een wereldbekerwedstrijd in St. Moritz. Gaat opeens de telefoon. Slecht nieuws, zei onze voorzitter. Vijf minuten duurde het gesprek. NOC*NSF had niet eens de moeite genomen zelf te bellen en ik vraag mij af of Schenk in de beraadslagingen is betrokken. Ik vrees van niet, want hij zit al in Nagano en is met zijn hoofd bij de schaatsers.

“Ach, Ard Schenk. Wat moet ik zeggen? Als jochie zat ik urenlang voor de tv te kijken. Ik was zijn grootste fan. Nog steeds kijk ik enorm tegen hem op. Hij is in Winterberg een keer komen kijken. Hij vroeg van alles en nog wat, maar we hebben met geen woord gerept over kwalificatie-eisen. Ik proefde respect en dat deed mij goed. Hij draagt het schaatsen een warm hart toe en dat is zijn goed recht. Maar Winterspelen zijn wel iets meer dan een aangekleed schaatstoernooi.

“Het laatste wat ik van Ard Schenk heb gehoord was vorige week op de radio. 'De bobbers moeten minimaal eerste worden op het EK willen ze alsnog naar Nagano gaan', zei hij. Het EK was inmiddels al geweest, moet je nagaan! Zo'n uitspraak tekent de desinteresse in Nederland voor de bobsleesport. In die zin ben ik bezig met een kruistocht. Een kruistocht tegen het onbegrip en de onkunde.

“Ik laat niet over me heen lopen en strijd voor wat ik waard ben. Maar NOC*NSF laat zich niet zien. Ze zijn bang voor hun ongelijk. Ik ben het slachtoffer van hun gebrek aan kennis en absoluut geen slecht verliezer. Ik heb pas verloren als ik ben verslagen in een gesprek met NOC*NSF. Niet eerder. En Nagano is voor mij pas voorbij als mijn bobsleematen daar naar beneden gaan en ik thuis op de bank zit.”